Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Trappisten en Bier

24 april 2014 [412] Olivier Keun

De trappistenbieren in de Lage Landen zijn een parel aan de bierkroon. Eind vorige eeuw waren er zes trappistenbrouwerijen: vijf Belgische en één Nederlandse. De Belgische hegemonie is ondertussen wat getaand met de komst van een Amerikaanse (Spencer), een Oostenrijkse (Engelszell), en een tweede Nederlandse trappistenbrouwerij. Op 6 december 2013 stelde de abdij van Zundert zijn eigen bier voor. Daarmee zijn er anno 2014 tien trappistenbrouwerijen actief.

Trappisten, cisterciënzers die een strikte toepassing van de 12de-eeuwse orderegel nastreven, dienen in navolging van de Regel van Sint-Benedictus niet alleen te bidden, maar ook te werken: ora et labora. Met arbeid wordt geld verdiend om de werkingskosten van de abdij te kunnen dragen. In de 19de en de 20ste eeuw was het landbouwbedrijf – met akker-, tuinbouw en veeteelt – toonaangevend. Het principe van zelfvoorziening maakte dat in elke abdij ook een verscheiden ambachtelijke activiteit te vinden was. Die draaide op de stielkennis van enkele broeders maar werd meestal niet aangeleerd aan nieuwe novicen. Arbeidsonbekwaamheid door ziekte, ouderdom of overlijden was dan ook de belangrijkste oorzaak van het stopzetten van een ambacht.

 
Zundert
Samen met de steeds strenger wordende exploitatienormen heeft de vergrijzing van de abdijgemeenschappen ervoor gezorgd dat het moeilijker wordt om nog langer een eigen boerderij uit te baten. Dit probleem zorgde er onder andere te Zundert voor dat de monniken gingen nadenken welk ander werk een optimale vervanging kon zijn. De keuze viel op het brouwen van een eigen trappistenbier. De voormalige hooiopslag werd gerenoveerd en herbestemd tot brouwerij ‘De Kievit’. Hiermee blijft de naam van de oorspronkelijke boerderij bewaard. Die werd in 1900 aangekocht door de abdij van Koningshoeven om de nieuwe abdij bij Zundert vorm te geven. De naam van de nieuwe stichting – Maria Toevlucht – duidde op het doel: een mogelijke opvangplaats voor trappisten uit Frankrijk, mochten die verdreven worden.

 

Trap-3-wb
De weg van Westmalle
Het verhaal van de trappistenbieren in de Lage Landen start in 1794 in Westmalle. Enkele Franse trappistenmonniken – op de vlucht voor de Franse Revolutie – verzeilden in Antwerpen. De bisschop bood hun een boerderij in Westmalle aan om er een klooster uit te bouwen. Hoewel de monniken een paar keer op de vlucht moesten, keerden ze telkens terug. Koning Willem I erkende in 1822 de statuten zodat de kloostergemeenschap rechtszekerheid kreeg en nieuwelingen mocht aanvaarden. De monniken volgden nog steeds de strenge 18de-eeuwse leefregels van de Franse abt De Lestrange. Hierin kwam pas verandering in 1836. Westmalle werd bevorderd tot volwaardige cisterciënzerabdij. Rome ordonneerde dat de abt van Westmalle hoofd zou worden van de Belgische tak van de trappisten en dat daarbij de 17de-eeuwse ordegebruiken van abt de Rancé moesten gevolgd worden. Eén van de aanpassingen was dat men nu niet langer putwater moest drinken, maar dat bier genuttigd mocht worden. Op 10 december 1836 werd het eerste brouwsel in de abdijrefter geschonken. Het was een product van de broeders Bonaventura Hermans, de apotheker van de abdij, en Albericus Kemps, een vroegere brouwersgast en kuiper. Een ideale combinatie om een gezonde brouwfundering te leggen.

 

Trap-4-wb
Breuk door WO I
Het bier deed het goed; gasten en bezoekers kregen het opgediend. Vanaf 1861 konden zij het abdijbier aan de poort kopen en moest de brouwerij vergroot worden om aan de vraag te kunnen voldoen. Na 1885 werd de productie verhoogd en de verkoop gestimuleerd om meer geld te verdienen. Dat bleek de beste optie om de kosten voor de bouw van een nieuw klooster te kunnen betalen en om een missiepost in Congo Vrijstaat van koning Leopold II uit te bouwen. De abdij en de nieuwe brouwerij die in 1897 in gebruik werd genomen, werden daarvoor van een aansluiting op het tramspoor Antwerpen-Turnhout voorzien.
De Eerste Wereldoorlog betekende een belangrijke breuk. De meeste monniken verbleven als vluchtelingen in de Nederlandse trappistenabdijen. Zoals in de rest van bezet België namen de Duitsers in 1918 het koper van de abdijbrouwerij in beslag.
De abdij van Westmalle richtte zijn brouwerij na de oorlog opnieuw in en raakte vanaf 1921 in de regio Gent en het Waasland in concurrentie met de abdijbrouwerij van Westvleteren. Dat werd naar eeuwenoude traditie broederlijk in der minne geregeld met de Schelde als absolute verkoopsgrens. Om een beter rendement te krijgen, werd in 1933 beslist om een volledig nieuwe brouwerij te bouwen. In het gebouw dat in 1934 werd opgeleverd, wordt nog altijd gebrouwen.

 

Trap-2-wb
Sint Sixtus Westvleteren
In 1836 kwam de in 1831 gestichte kloostergemeenschap van Sint-Sixtus in Westvleteren onder de verantwoordelijkheid van Westmalle te staan. Enkele monniken werden van de Antwerpse Kempen naar de Westhoek gestuurd. Op 19 april 1839 kregen de paters toestemming van de overheid om een brouwerij uit te baten en vanaf juni werd de hand aan de brouwstok geslagen. De eerste jaren brouwde men slechts sporadisch en werd er nog bier aangekocht. De oude installaties werden eind jaren 1850 hersteld en in een nieuw gebouw ondergebracht. Er werd nu bijna maandelijks gebrouwen, zowel voor eigen verbruik als voor de noden van de in 1866 opgestarte abdijherberg In de Vrede.
In 1886 werd een nieuwe brouwerij gebouwd. Abt Albericus Verhelle besliste dat die nog enkel voor eigen gebruik zou werken. Zijn opvolger Bonaventura De Groote liet vanaf 1910  weer verkoop aan derden toe. De brouwerij gebruikte daarbij ook hop van eigen kweek. Vanaf 1915 werkte de brouwerij constant om de dorst van Belgische en vooral Britse soldaten te lessen. Naast bier – een zes- tot zevenhonderd flessen per dag – verkocht de abdij ook grote hoeveelheden zelfgemaakte kaas en paternosters.
Vanaf midden 1919 verviel de brouwerij in een vooroorlogs ritme, zowel op vlak van productie als verkoop. In 1927 werd de brouwerij gemoderniseerd en vanaf 1931 werd de suggestie van Westmalle gevolgd: bier in flesjes te koop aanbieden. Dat moet de verkoop stimuleren, nodig om geld te verdienen voor de bouw van een nieuw klooster.
(Harry van Royen)

Lees de andere helft van dit spannende verhaal in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder