Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Staal en beton uit de Koude Oorlog

24 april 2014 [412] Olivier Keun

De Kemmelberg ligt in West-Vlaanderen, tussen Ieper en de Franse grens. Het is een gebied vol littekens vanwege het oorlogsverleden, met talloze gedenkmonumenten en militaire begraafplaatsen. De Kemmelberg is eigenlijk niet meer dan een beboste heuvel, 156 meter hoog. Toch een fors obstakel, en dat niet alleen voor wielrenners die hem tijdens wielerronden moeten nemen. In de jaren vijftig werd in de westelijke flank van de heuvel een commandobunker gebouwd; voor die tijd ultra-modern. De ‘dreiging uit het Oostblok’ moest van hieruit een halt worden toegeroepen. Het voormalige bunkercomplex is sinds enige tijd open als museum, met vooral aandacht voor de Koude Oorlog.

Marnick Dehouck, gelegerd in de kazerne van Ieper, maar tevens historische gids in dienst van het leger, geeft in uniform een rondleiding. Hijzelf heeft nog gediend in Duitsland, toen het Belgische leger deels daar gelegerd was vanwege de Koude Oorlog. Dehouck wijst in het rond: ‘Op deze helling, destijds nog dichter bebost, waardoor alles nog minder goed zichtbaar was, doet niets vermoeden dat de natuur hier ooit verstoord werd. Dat kleine gebouwtje zou evengoed een boswachterhuisje kunnen zijn en die ontluchtingsafdakjes met pijpen en de twee zendmasten waren door bomen en struiken aan het zicht onttrokken.’

Supergeheim
De Kemmelberg vormde in WO I een strategisch belangrijke plek, waar net als in de omgeving veel gevochten werd. Dehouck vertelt dat de bunker in 1954 in het grootste geheim gereed kwam: ‘Zelfs bewoners in de buurt werd niets verteld over wat er gaande was. Elk onderdeel werd aangelegd door meerdere firma’s, zodat ploegen bouwvakkers, elektriciens en loodgieters regelmatig afgewisseld werden en geen volledig overzicht hadden. Bovendien moest iedereen een geheimhoudingscontract tekenen. Deze locatie is gekozen omdat we hier heel westelijk zitten, dichtbij Frankrijk, Nederland, Engeland, terwijl de dreiging van de vijand uit het oosten kwam. Je ziet dat je hier op een plateau staat. Er is niet zozeer een gat gegraven, maar de heuvelflank is afgegraven en na de bouw is de bunker toegedekt. Niemand mocht hier in de buurt komen. Zelfs mensen uit de omgeving wisten veelal niet dat hier een bunker gebouwd werd. In 2005 werd het plan geopperd er een museum van te maken. We zochten getuigenissen van mensen die aan de bunker hadden gewerkt. Vaak kregen we dan als reactie: ‘Meneer, wij mogen daar niets over vertellen. Wij hebben daartoe een contract ondertekend.’

Betonnen dozen
We gaan het boswachterhuisje in, waar in de hal een brede trap naar beneden leidt. Aan het plafond boven de vide van het trappenhuis is een zware ijzeren ring bevestigd, om zo met touwen zware lasten te kunnen laten zakken. Eenmaal ondergronds waan je je in een commandocentrum uit vroege James Bondfilms als ‘Thunderball’ en ‘From Russia with Love’, waarin Dr. No en de organisatie Spectre de wereldvrede bedreigen.
Dehouck vertelt in de centrale gang, bij een tekening van de plattegrond: ‘De bunker bestaat uit twee betonnen dozen: een van 13 x 26 meter, die één verdieping hoog is en de eigenlijke, 30 x 30 meter, is twee verdiepingen hoog. De muren zijn 1,2 meter dik. Eromheen waren koperen platen van twee centimeter dik aangebracht om elektromagnetische straling tegen te houden en daarmee de communicatieapparatuur te beschermen tegen mogelijke afluisterpogingen. Boven de bunker zelf lag een dikke laag aarde en daarop een betonnen plaat van 73 bij 60 meter, in het midden tot wel 2,9 meter dik. Die was er om schokken op te vangen, opdat de bunkers zelf bij bombardementen niet beschadigd zouden raken.’ Opvallend is dat er geen liften zijn en geen stalen, maar houten deuren. Ook zijn er geen slaapruimten voor de militairen, omdat er in ploegendiensten gewerkt zou worden.

Commandobunker
We lopen eerst langs grote ruimten met generatoren, twee hulpscheepsmotoren, om zo nodig zelf elektriciteit te kunnen opwekken en luchtverversingsapparaten. Allemaal zijn het de oorspronkelijk geïnstalleerde machines uit de jaren vijftig, die nog steeds goed functioneren. Daarnaast zijn er een opslagvat voor stookolie en onder de vloer is een opslagruimte voor 30.000 liter drinkwater.
Het aanvankelijke plan was hier een Internationaal communicatiecentrum te vestigen. Er moest communicatie mogelijk zijn met de in Duitsland gelegerde Belgische troepen, met Engeland, Nederland, Frankrijk en Luxemburg. Dehouck: ‘Maar toen de bunker in 1954 klaar was, wilden de Amerikanen dat wij hun systemen gingen overnemen, waar de bunker niet op berekend was en daardoor zinloos werd. Hij bleef leeg staan tot in 1964. Toen werd besloten er de centrale commandobunker voor het Belgische leger van te maken. De volledige legerstaf zou in tijden van crisis van Brussel naar hier overgebracht worden en onze troepen van hieruit bevelen.’
Er zou gewerkt moeten worden in drie ploegen van 200 mensen. Pas in 1969 kwam een officier verkennen hoe de bunker gebruikt zou kunnen worden. Dehouck: ‘We weten dat van mensen die hier vlakbij een hotel bezitten. Die vrouw wist zich nog te herinneren dat het in januari 1969 was, omdat het gelijktijdig plaatsvond met de invoering van de BTW en omdat de officier in het hotel sliep.’
(Lex Veldhoen)

Lees de andere helft van dit spannende verhaal in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder