Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Alexanders superleger

24 april 2014 [412] Olivier Keun

Alexander had van zijn vader niet alleen de kroon geërfd, maar ook de modernste strijdmacht van zijn tijd. Wat betreft uitrusting, tactiek en discipline waren de Macedoniërs opgewassen tegen elke vijand. Een leger, gemaakt om te winnen. Ze waren de meest geharde Griekse huursoldaten de baas, triomfeerden over de 'onsterfelijke' elitesoldaten van de Perzische koning en zelfs de Indiase olifantenlegers slaagden er niet in hun een nederlaag toe te brengen. Het is de tijd dat Nike, de godin van de overwinning, in het Macedonisch gekleed gaat.

Het ongekende succes van de jonge koning kan niet los gezien worden van zijn charismatische stijl van lei-ding geven, zijn enorme inzet en tactische talent. Maar Alexander had ook een strategisch voordeel. Hij be-schikte over het modernste en meest efficiënte leger van heel het tijdsgewricht.
Dat was te danken aan vader Philippus, die Macedonië had omgesmeed tot een regionale grootmacht en een imposante militaire mogendheid. Zijn succesformule: hij professionaliseerde de oorlogsvoering en revoluti-oneerde de tactiek.

Hetairoi
Eeuwenlang had de cavalerie in Griekenland een ondergeschikte rol gespeeld. Ruiters werden gebruikt als bode, als verspieder of om de flanken af te schermen. Voor het echte werk waren de hoplieten, zwaarbewapende infanteristen, verantwoordelijk. Philippus besloot echter om de cavalerie te integreren in zijn leger en rekruteerde voor dat doel aristocraten uit heel Griekenland om dienst te doen in het Macedonische leger. Deze door hem persoonlijk geselecteerde mannen kregen de eretitel hetairoi, metgezellen van de koning. Ze kregen een borstpantser en helm om hen te beschermen en ze vochten als zware cavalerie. Aanvallen van de hetairoi werden gebruikt om de vijand snel en hard te treffen en de linies open te breken. Toen Philippus stierf, hadden zijn hetairoi een sterkte van 1.800 man. Deze hetairoi zijn niet de enige cavaleristen waarmee Alexander het Perzische Rijk binnenvalt. De tweede zuil wordt gevormd door het ruitercontingent van bondgenoot Thessalië, eveneens ca. 1.800 man sterk. De mannen uit de buurstaat staan bekend als de beste ruiters van Griekenland, nog beter dan de hetairoi. Het is een reputatie die ze met verve verdedigen op de slagvelden tussen Granikos en Gaugamela.

Superlans
De ijzeren ruggengraat van het invasieleger werd gevormd door de 9.000 pezhetairoi, letterlijk voet-gezellen. Ze hadden de beschikking over een wapen dat de komende decennia het Macedonische overwicht op de slagvelden zou garanderen, de sarissa. De sarissa is een lans van maximaal 5,5 meter lang, die met gemak een gewicht van zes kilo haalt. De punt wordt gevormd door een kling van ruim veertig centimeter lang, het andere uiteinde is voorzien van een bronzen voet als contragewicht. Om niet aan wendbaarheid in te boeten, dragen de pezhetairoi slechts een licht schild en een pantser van verstevigd linnen.
Als de Macedoniërs hun falanx hebben geformeerd met een diepte van zestien man is hun lans lang genoeg om de mannen in de eerste vijf rijen hun sarissa te laten richten op de vijand, die dan een ondoordringbaar woud van scherpe lansen voor zich heeft.
Het was met dit nieuwe wapen dat Philippus II in 338 v.Chr. in de Slag bij Chaeronea had gewonnen van het Atheense hoplietenleger en waarmee hij Thebes legendarische keurkorps, de Heilige Schare, een kopje kleiner maakte. De stootlansen van deze elitesoldaten waren maar half zo lang als die van de tegenstander en dat werd hun fataal. Overigens is het vechten met een zware en logge sarissa een kunst op zich. Het gevaar is dat de falanx in lastig terrein of bij snelle manoeuvres uit elkaar valt en dan kan de tegenstander zijn kans grijpen. Daarom werden de Macedonische soldaten zwaar gedrild en getraind. In tegenstelling tot de hoplie-ten van de Griekse stadsstaten waren de pezhetairoi beroepssoldaten. De eenheden werden gevormd uit mannen van een en dezelfde regio. Dat sterkte de onderlinge verbondenheid, nog eens versterkt door het feit dat de mannen vaak familie van elkaar waren. In zijn ‘Historia Alexandri Magnis Macedonis’ noteert de Ro-meinse historicus Quintus Curtius Rufus over de kracht en discipline van Alexanders leger: ‘Maar het Mace-donische leger, al is het woest en onelegant, houdt achter zijn schilden en lansen onwrikbare wiggen met dicht opeengepakte soldaten verborgen.’ De derde zuil van Alexanders leger wordt gevormd door 3.000 hy-paspisten, elitesoldaten met een groot schild, een korte spies en een zwaard. Veel van hen zijn veteranen van vijftig of nog ouder – zo taai dat ze met gemak vijftig kilometer per dag afleggen in volle wapenrusting.
Deze hypaspisten waren veel wendbaarder dan de pezhetairoi en fungeerden als schakel tussen de linies van pezhetairoi en de cavalerie. Hun grootste kracht ligt in de speciale commandotaken: zij zijn het die de stadsmuren in Syrië bestormen en Afghaanse bergpassen veroveren. Legendarisch worden ze door hun rol bij de verovering van Aornos (het huidige Pir Sar in Pakistan), een fort op een plateau dat meer dan 1.500 meter uitstak boven de rivier de Indus. Alexander laat een dam aanleggen over de kloof die de toegang afschermt en geeft zijn soldaten bevel het plateau te bestormen. Door een regen van stenen weten zijn soldaten de laatste schuilplaats van de Indiërs in te nemen.
(Klaus Hillingmeier)

Lees het hele artikel in de nieuwste G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder