Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Thomas Lipton, ‘koninklijk kruidenier’

01 maart 2014 [412] Olivier Keun

Naar eigen zeggen werd Thomas Johnston Lipton geboren op 10 mei 1850 nabij Glasgow, maar biografen houden het op 1848. Zijn ouders waren afkomstig uit Ierland, niet zozeer hun land ontvlucht vanwege de honger die veel Ieren deed emigreren, dan wel om een betere toekomst voor hun gezin te zoeken. Het waren brave hardwerkende mensen. Leed bleef hun niet bespaard. Drie kinderen stierven kort na de geboorte, maar Thomas was een gezonde knaap die zou opgroeien tot een forse, goed uitziende man.

Shamrock
Als kind ravotte hij bij voorkeur aan de havens. Kunstig maakte hij een bootje dat de naam Shamrock kreeg, dezelfde naam die hij later aan zijn grote jachten zou geven (Shamrock is de naam van het jonge klavertje drie, het nationale symbool voor Ierland). Vader Lipton bracht het tot opzichter in een drukkerij, zijn moeder opende een piepklein winkeltje waar ze eieren en ham verkocht. Rechtstreeks uit Ierland, van goede kwaliteit en niet duur. Thomas hielp na schooltijd in de winkel. Hij wees zijn vader erop dat hij niet de eieren voor de klanten in zijn eigen kolenschoppen van handen moest nemen. Dat kon moeder beter doen met haar fijne handen, dan leken de eieren groter.

Op avontuur naar Amerika
In zijn tiende jaar ging Thomas van school. Hij werd loopjongen voor een boekwinkel en kon trots zijn ouders elke week zijn bescheiden loon overhandigen. Al snel kon hij meer verdienen met het plakken van patronen in voorbeeldenboeken die reizigers meenamen naar hun klanten. Het was allemaal te saai voor de beweeglijke Thomas. Hij monsterde op de veerboot Glasgow-Belfast aan als kajuitjongen. Toen een lamp in de kajuit was gaan walmen met als gevolg dat het plafond zwart blakerde, kreeg hij de schuld en werd op staande voet ontslagen. Teleurgesteld zwierf hij langs de havens en zag de grote passagiersboten die klaar lagen voor vertrek naar Amerika. Hij informeerde naar de kosten voor de overtocht op het tussendek, de ruimte waar de armste emigranten een onderkomen vonden, zonder het minste comfort. Hij telde zijn spaarcenten en deelde zijn ouders mee dat hij in Amerika zijn geluk ging beproeven. Vader en moeder konden hoog of laag springen, hun vijftienjarige zoon was niet van zijn plannen af te brengen. Lipton reisde naar Amerika en in New York, met nog maar een paar centen op zak, stapte hij op een logementhouder af die luid schreeuwend klanten stond te werven. Hoeveel mensen moet ik je brengen voor een gratis onderkomen, vroeg hij. Als je er twaalf vind, kun je een week onderdak krijgen, was het antwoord. Thomas holde langs alle bekenden van onderweg en meldde zich met dertien man. De gratis week gebruikte hij om een baantje te vinden. Hij werkte op een tabaksplantage in Virginia, bij het houthakken verwondde hij zo ernstig zijn voet dat de dokter wilde amputeren, maar Thomas hield dat tegen. Hij herstelde, werkte op de rijst- en katoenplantages al naar gelang er geoogst werd, was sjouwerman in de haven, werkte in de remise van een trammaatschappij en zwierf van baantje naar baantje half Amerika rond.
Na een verblijf van vier jaar in Amerika besloot Thomas terug te keren naar Glasgow. Hij kocht een ton meel en een schommelstoel voor zijn moeder. Na aankomst in Glasgow huurde hij een rijtuig en reed met de ton en de stoel boven op de koets naar huis. Hij beval de koetsier het laatste stukje stapvoets te gaan. Breed zwaaiend en luid roepend naar bekenden naderde de Amerikaganger het ouderlijk huis waar hij met open armen werd ontvangen.

 

Lipton-reclame voor ham.

Lipton-reclame voor ham.

De wezen van Lipton
De eerste dagen na zijn terugkeer werkte Thomas in het winkeltje van zijn ouders. Maar na het grote Amerika was dit hem te benauwd. Hij sloeg zijn slag toen een schip met grote vertraging in Glasgow aankwam en uit de lading haastig een partij ham en spek tegen bodemprijzen van de hand werd gedaan. Lipton maakte een winst van achttien pond. Met dat geld, zijn spaarcenten en een bescheiden lening van zijn ouders opende hij zijn eerste zaak. Thomas werkte dag en nacht, hield zijn winkel brandschoon, kleedde zich in smetteloos wit en behandelde zijn klanten als vorsten. Maar het belangrijkste waren principes die hij zijn leven lang volhield: geen tussenhandelaars, goede kwaliteit en een kleine winstmarge. Lipton kocht zijn hammen en spek rechtstreeks bij de boeren in Ierland en hij betaalde contant. Ze zagen hem dan ook graag komen.

Vette varkens
De meeste aandacht trok zijn manier van reclame maken. Het was de tijd dat adverteren door zakenlui nog tamelijk gênant werd gevonden. Hooguit liet men op etiketten de op wereldtentoonstellingen gewonnen medailles zien, zoals we dat nog kennen van de slaolie en de lucifers. Lipton bedacht stunts. Hij liet zijn vriend Willy Lockhart cartoons maken en hing die in de etalage. Bijvoorbeeld een man met een huilend biggetje en een voorbijganger die vraagt: ‘Wat is er met dat biggetje?’. ‘Het is een weesje’, antwoordt de man. ‘Ik breng hem naar Lipton, daar is zijn hele familie al heen gegaan’. De mensen liepen speciaal naar de winkel om de cartoons te zien. ‘De wezen van Lipton’ werd een gevleugelde uitdrukking. Lipton ging verder. Hij kocht twee vette varkens, borstelde de beesten schoon, versierde hen met linten en liet een toneelspeler met de dieren door de straten lopen met een bord: ‘We gaan naar Lipton’. Een andere stunt was een cartoon met broodmagere mensen en het opschrift: ‘Op weg naar Lipton’ en dikke mensen waaronder stond: ‘Komend van Lipton’. Weldra werd aan iedere dikzak gevraagd: ‘Kom je van Lipton?’. Thomas huurde op een keer zelfs een stel magere en dikke mannen in die met borden op hun rug door de straten liepen: de mageren op weg naar, de dikken komend van Lipton. Voor de winkel zette hij twee lachspiegels, één die de toeschouwer dun maakte, de andere die de kijker vertekende tot een dikzak. De opschriften laten zich raden. Eén van de grootste stunts was een enorme kaas, die Lipton liet maken in Amerika. Bij aankomst in Glasgow verdrongen de mensen zich om de reuzenkaas te zien. Lipton stak muntstukken in de kaas en binnen twee uur was de kaas verkocht. Het jaar daarop liet hij een nog grotere kaas komen, voortgetrokken door een olifant. Ondertussen opende hij de ene zaak na de andere. Binnen vijf jaar waren er in Schotland twintig Liptons.

 

Theetransport op Ceylon, waar Thomas Lipton koffieplantages ombouwde tot theeplantages.

Theetransport op Ceylon, waar Thomas Lipton koffieplantages ombouwde tot theeplantages.

Theeraces van China naar Londen
In 1866 vond één van de spannendste maar ook één van de laatste theeraces plaats. Snelle klippers zeilden om het hardst van China naar Londen met de nieuwe theeoogst. De zeelui werkten zich een slag in de rondte, want de eerste thee bracht enorme prijzen op en dat betekende een premie voor de hele bemanning. In Londen werden weddenschappen afgesloten. De Taeping voer na een tocht van 102 dagen als eerste de Thames op. Nummer twee volgde slechts twintig minuten later. Maar rijke snobs wilden kostte wat het kost thee van de Taeping serveren. Het was de tijd dat thee nog een dure en exclusieve drank was. Daarin kwam snel verandering. Stoomschepen konden veel grotere ladingen aanvoeren dan de klippers, de aanleg van het Suezkanaal bekortte de reis aanzienlijk, maar het belangrijkste verschil zat hem in het feit dat de Engelsen ontdekten dat ook in India uitstekend thee kon worden gekweekt. Thee kwam binnen het bereik van een grote groep mensen maar was nog altijd prijzig. De tussenhandelaars verdienden het meest aan de thee. Zij benaderden Lipton met zijn keten aan winkels als ideaal afzetkanaal. Daarmee groeven ze hun eigen graf.

Glibberige bergpaden
Lipton keek eerst de kat uit de boom, thee was niet zijn ‘cup of tea’. Bovendien werkte hij uit principe nooit met de tussenhandel. Na informatie te hebben ingewonnen, boekte hij een reis naar Australië onder het mom van er even uit te willen en de mogelijkheden onderzoeken van zaken doen ‘down under’. Lipton ging van boord in Colombo en maakte een verkennende tocht over Ceylon. Het was een uitstekend moment voor zijn plannen want door een ziekte waren de koffieoogsten mislukt. Lipton kocht vijf plantages voor de helft van het bedrag dat hij anders zou hebben moeten betalen. De zaken werden goed aangepakt. Er werden fabrieken gebouwd, machines geplaatst en om een eind te maken aan het gesjouw met grote zakken thee langs glibberige bergpaden, liet Lipton kabelbanen aanleggen waarlangs de zakken aan grote ringen naar beneden roetsjten.
Weldra arriveerde de eerste Liptonthee in Londen. Hij heeft geen ‘blenders’, monkelden zijn concurrenten. Blenders waren mannen die met verstand van zaken de thee konden mixen tot een goed en betaalbaar resultaat. Lipton bood echter een dubbel salaris en weldra kon hij beschikken over de beste blenders. Hij ging zelfs zover dat hij in allerlei plaatsen monsters van het drinkwater liet nemen en de mix daarop aanpaste. ‘Thee geschikt voor uw woonplaats’ liet hij weten. Na de nodige experimenten bracht Lipton thee op de markt die zich met de beste merken kon meten, voor de helft van de prijs. De mensen verdrongen zich voor de winkels. Lipton ergerde zich aan de verkoop van losse thee uit zakken en vaten. Hij liet thee verpakken in aantrekkelijke doosjes van een heel, een half en een kwart pond met afbeeldingen van Singalese theepluksters. Lipton-thee gaat ‘rechtstreeks van de theetuin naar de theepot’, liet hij weten. Nieuwe ladingen werden binnengehaald onder begeleiding van Singalese muzikanten. In kranten, op winkels, in bussen en in treinen, overal verscheen de naam Lipton. Het was Lipton die heel Engeland aan de thee bracht. Door de thee werd de al welgestelde Lipton pas echt rijk.

 

Thomas Lipton aan boord van een van zijn zeiljachten die onveranderlijk Shamrock heetten.

Thomas Lipton aan boord van een van zijn zeiljachten die onveranderlijk Shamrock heetten.

Societyleven
Lipton hield zielsveel van zijn ouders, vooral van zijn moeder die van kinds af aan in hem had geloofd terwijl zijn vader nogal eens hoofdschuddend de plannen van zijn zoon in twijfel trok. Hij verwende hen met een prachtig huis en een rijtuig met paarden. In 1889 overleed zijn moeder en kort daarop zijn vader. Er was nu geen enkele reden voor Lipton om in Glasgow te blijven. Zijn almaar groeiende zaak, zijn contacten met Ceylon en de reizen naar Amerika, waar hij in New York een groot kantoor had en onder meer varkensslachterijen in Chicago exploiteerde, maakten het logisch dat het hoofdkantoor in Londen zou komen. Dat betekende een enorme operatie en de verhuizing van honderden werknemers. Het hoofdkantoor kwam in Bath Street. Lipton ging wonen in het prachtige landhuis Osidge in Southgate ten noorden van Londen. Hij organiseerde er jaarlijks een sport- en feestdag voor al zijn personeel, waartoe onder meer een sportveld werd aangelegd.
(Ruud Spruit)

Lees de andere helft van dit bijzondere artikel en bekijk de prachtige beelden in de nieuwe G-GESCHIEDENIS, nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder