Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Richard Wagner en de graal

01 maart 2014 [412] Olivier Keun

Het is het verhaal van een mythe en van twee mannen die veel voor elkaar betekenden, zij het elk op zeer eigen wijze: Lodewijk II van Beieren en Richard Wagner. De koning zag in Wagner de man die zijn graalsdromen kon vervullen, voor de componist was Lodewijk degene die hem een veilige haven bood waar hij ongestoord kon werken aan zijn kunstenaarsdroom.

Tranen van verrukking stroomden over zijn wangen. Zo beschrijft Gottfried von Böhm, ’s konings eerste biograaf, de gebeurtenissen op 2 februari 1861. Toen woonde de vijftienjarige Beierse kroonprins Lodewijk samen met zijn lerares Sybille Meilhaus een uitvoering bij van Richard Wagners ‘Lohengrin’ in het hoftheater in München. Negen jaar later schrijft de vorst zelf aan Wagner: ‘Ik wist dat ik het wezen van dit goddelijke werk doorgrondde, in de uitvoering lag de kiem van onze liefde en vriendschap tot de dood besloten, vanaf dat moment was de vonk voor onze heilige idealen in mij ontvlamd die weldra een machtige vlam zou worden.’

Koninklijke fascinatie
Al voor zijn bezoek aan de Lohengrin was Lodewijk vertrouwd met de personages die de Wagner-opera’s bevolkten. Hij bracht zijn jeugd door op burcht Hohenschwangau. Lodewijks vader had het kasteel in 1832 in vervallen toestand gekocht en liet het verbouwen in neogotische stijl. Op de bijna honderd schilderijen die de muren tooiden waren ook diverse figuren uit de graalsmythe vertegenwoordigd.
De jonge Lodewijk raakte in Hohenschwangau gefascineerd door de mythe van de Heilige Graal. Het was een verhaal dat hem troost en houvast bood in een jeugd die grotendeels werd gekenmerkt door hardvochtigheid en vreugdeloosheid. Zijn bijzondere liefde ging uit naar zwaanridder Lohengrin en hij beschouwde zichzelf als de belichaming van deze graalridder. Lodewijk was dus al ruim voor hij met Wagner dweepte geïnfecteerd geraakt met het graalvirus.
Na het bezoek aan de Lohengrin in München ging Lodewijk zich nog intensiever bezig houden met de geniale maestro, en verdiepte zich in diens geschriften over muziek. Gottfried von Böhm schreef daarover dat de jonge prins in de eenzaamheid van zijn kamer en van het park de libretti en de opera’s van Wagner uit zijn hoofd leerde.

Parsival
Op 10 maart 1864 kwam het bericht dat Lodewijks vader gestorven was, op slechts 52-jarige leeftijd. Een van de eerste officiële handelingen van kunstvriend Lodewijk was het maken van een afspraak met het object van zijn verering: Richard Wagner, schepper van de operaversie van de Lohengrin.
Op 4 mei was het eindelijk zover: de achttienjarige Lodewijk had een ontmoeting met zijn held, de toen vijftigjarige Wagner. Die was op dat moment al enige tijd bezig met het voorbereiden van een nieuwe opera, gewijd aan Parzival, maar waarschijnlijk gaf de ontmoeting met zijn koninklijke mecenas dit project vleugels. In 1865 stuurde hij de koning een eerste prozaversie en kreeg als antwoord dat de lezing daarvan bij de geadresseerde had geleid tot ‘Vlammen van begeestering, die met de dag sterker gaan gloeien’.

Reine dwaas
Overigens begon de maestro pas in september 1877 met het echte componeerwerk, en was de première op 28 juli 1881. Net als bij de ‘Ring des Nibelungen’ haalde Wagner zijn stof uit de mythologie. Een van zijn voornaamste bronnen was het 13de-eeuwse werk van Wolfram von Eschenbach, alleen geeft hij zijn hoofdpersoon Messiaanse trekken. Buitengewoon fascinerend is de figuur van ‘helleroos’ en boodschapster Kundry, verleidster tegen wil en dank, die de held op het verderfelijke pad van de vleselijke liefde wil brengen. Wagners Parsifal weet haar te weerstaan, blijft rein en slaagt erin de wond van Amfortas te genezen. De ‘reine dwaas’ wordt zo de hoeder van de graal.
Parsifal is Wagners moeilijkste werk, statisch, ritueel en psychologisch hoogst complex. Met Parsifal komt er ook letterlijk een nieuwe klank in Wagners muziek: Hij gebruikt voor het eerst houtblazers, koper en strijkers als waren het de registers van een orgel.

Lodewijks waanbeelden
Dit effect bepaalt in hoge mate de sacrale sfeer van dit stuk, door Wagner zelf aangeduid als ‘Bühnenweihespiel’. De mensenschuwe Lodewijk kwam niet naar de première maar liet de opera diverse keren in een privéversie uitvoeren, compleet met het originele Bayreuther decor.
Lodewijk zag zichzelf als de eigentijdse versie van de graalridder of zwaanridder en liet tal van dure kastelen bouwen om zijn hang naar het ridderbestaan te bevredigen – een voorliefde die de staat naar verluidt richting bankroet heeft gedreven – maar zijn dweepzieke liefde voor Wagners werken vol romantiek en verhevenheid kreeg nooit een politiek karakter.
Qua politieke opvattingen hadden Wagner en de koning weinig gemeen. Wagner was in zijn jonge jaren een revolutionaire republikein, maar zag zichzelf steeds minder als een wereldburger. Hij propageerde het ideaal van een ‘volksgemeenschap’, een eenheid van staat en Volkstum en voelde zich aangetrokken tot de racistische en antisemitische ideologie van de Britse schrijver Houston Stewart Chamberlain. Lodewijk, die redelijk liberaal was, zag niets in dit soort opvattingen. Voor hem was het werk van Wagner dan ook niet de verklanking van een nationaal superioriteitsgevoel.
(Harry D. Schurdel)

Lees het volledige artikel in G-GESCHIEDENIS. Deze maand met veel artikelen over de Heilige Graal. Nu te koop voor slechts 5,50 euro!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder