Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Otto Rahn, Parzival van de duivel

01 maart 2014 [412] Olivier Keun

SS-baas Heinrich Himmler was bezeten van alles wat met de Heilige Graal te maken had. Hij moest en zou hem viden. Onderzoeker Otto Rahn, van kindsbeen af op zoek naar de bron van de macht en het eeuwige leven, zou hem daarbij helpen. Maar het bleek allemaal niet zo eenvoudig als gedacht. In 1940, de Tweede Wereldoorlog is al begonnen, reist Heinrich Himmler af naar Spanje. Op zo'n 49 kilometer ten noordwesten van Barcelona ligt het doel van zijn reis: klooster Santa Maria de Montserrat.

Het is niet het verlangen naar spirituele verlichting dat de Reichsführer van de SS naar dit afgelegen oord voert. Himmler is ervan overtuigd hier de graal te zullen vinden. Hij wil de krachten van die mythische beker benutten om de vijanden van het Derde Rijk op de knieën te krijgen. Maar waarom weet hij zo zeker dat juist hier, in een Catalaans benedictijnenklooster, het object van zijn verlangen te vinden is? Om die vraag te beantwoorden moeten we ons eerst verdiepen in een ander mysterieus figuur uit dezelfde tijd: graalvorser Otto Rahn. Die was een jaar daarvoor dood aangetroffen. Zijn inzichten en bevindingen hebben een enorme invloed gehad op de hoogste baas van de SS. Wie was deze Otto Wilhelm Rahn, wiens naam altijd klinkt als er wordt gesproken over de fascinatie die de nazi’s koesterden voor de Heilige Graal?

Grotten in de Pyreneeën
De latere SS‘er Rahn werd op 18 februari 1904 in Michelstadt in het Odenwald geboren. Als jongen was hij gefascineerd door verhalen over helden en kwam hij in contact met de graalmythe. Luttele jaren later zou de Heilige Graal heel zijn carrière bepalen. Hij begon een rechtenstudie in Gießen en besloot in 1925 om over te stappen naar literatuur en filosofie. Zijn voornaamste studiedoel werden de Katharen in de Provence en de Languedoc. Diverse onderzoeksreizen in de sporen van de als ketters afgeslachte Katharen brachten hem naar Catalonië, Italië en vooral ook naar de grotten in de Pyreneeën, waar hij verdwenen schatten vermoedde, waaronder de graal. Een nog veelbelovender spoor liep volgens hem naar Château de Montségur.

Goed en kwaad
In Antonin Gadal, een bijna dertig jaar oudere onderzoeker en mysticus, vond Rahn op zijn reizen een invloedrijke metgezel en mentor. In Rahns romantisch-historische eerste werk uit 1933, het boek ‘Kreuzzug gegen den Gral’ (Kruistocht tegen de Graal) zijn veel van Gadals opvattingen verwerkt.
Rahn meende dat de wortels van de Kathaarse leer gezocht moesten worden in de Oudperzische religie van de Manicheërs. Deze leer, waarin de permanente strijd tussen goed en kwaad centraal staat, zou zijn verspreid onder Keltische druïden. Later zag Rahn de Westgoten als de dragers van deze geheime kennis in de schaduw van de katholieke kerk.
Volgens Rahn leed het geen twijfel dat Munsalvaesche, de burcht die door Wolfram von Eschenbach wordt genoemd in zijn ‘Parzival’, gelijkgesteld moest worden aan Montségur. In zijn Kruistocht schrijft Rahn dat die burcht de Katharen en de graal ‘gelijk een ark’ zou hebben beschermd. Helaas voor Rahn was er ook op Montségur niet echt iets concreets te vinden, althans niet het object waarnaar hij zocht. Wolfram von Eschenbach, die kennelijk het Latijn niet goed machtig was, noemde de graal lapsit exillis en Otto Rahns meende dat dit verbastering moest zijn van lapis ex coelis, steen uit de hemel. Deze steen uit de hemel was voor Rahn het bewijs van de oriëntaalse oorsprong van de Kathaarse leer, aangezien ook in het Oudperzische Manicheïsme wordt gesproken over een dergelijke steen. Die lijn volgend waren de albigensische kruistochten tegen de Katharen, begin 13de eeuw, niets anders dan een dekmantel voor de strijd van paus en kerk tegen de machtige hemelssteen.
In 1932 moest Rahn, eerder dan gepland, Frankrijk verlaten. Zijn geld was op en hij werd door de Fransen beschul-digd van spionage. Terug in Duitsland publiceerde hij in 1933 zijn eerste boek, ‘Kreuzzug gegen den Gral’.

Oudgermaande mythen
In Berlijn verdiepte hij zich steeds meer in vermeend Oudgermaanse geloofstradities, die in de Middeleeuwen als ketterij zouden zijn vervolgd.
Het waren die studies die zijn pad naar de SS baanden. De invloedrijke SS-kolonel en occultist Karl Maria Wiligut kreeg lucht van het werk van de jonge schrijver. Wiligut, die zichzelf ‘Weisthor’ noemde, was persoonlijk adviseur van Himmler en bezorgde Rahn als burger een baantje bij het ‘Rasse- und Siedlungshauptamt’. Daar kon hij naar hartelust onderzoek doen naar de relaties tussen Katharen, Germanendom en – zeer belangrijk voor de Duitse kijk op de wereld in die tijd – ariërs. In 1935 schreef hij al in een brief aan zijn nieuwe baas Weisthor: ‘Ik [ben] op hele grote verrassingen gestuit!’ Voor Wiligut en Heinrich Himmler aanleiding genoeg om deze enthousiaste onderzoeker verder te ondersteunen.
In 1936 werd Rahn aangesteld als de vaste graalonderzoeker van de SS en lid van de organisatie. Al ‘voor de machtsovername schreef ik … een boek [dat] thans als nationaalsocialistisch gedachtegoed [wordt gezien]’, schreef de onderzoeker zelfbewust. SS-baas Himmler maakte ook persoonlijk gebruik van de diensten van de nieuwe medewerker. Voor het bewijs van zijn ariërschap stuurde hij Rahn op onderzoek naar Zwitserland. Kennelijk waren de resultaten tevredenstellend: nog in hetzelfde jaar promoveerde Rahn tot staf-sergeant.
Hij verlegde zijn aandacht naar IJsland, want daar zou het mythische eiland Thule hebben gelegen. Er werd een expeditie uitgerust met twintig SS-soldaten die in 1937 richting IJsland vertrok. Men hoopte er aanwijzingen te vinden voor het bestaan van het oorspronkelijke koninkrijk van de graal, die dan later via vele omzwervingen in de grotten van de Pyreneeën zou zijn beland. De tocht liep uit op een grote teleurstelling. Na diepgaand onderzoek concludeerde Rahn dat Thule nooit op IJsland heeft gelegen.
(Christoph Koitka)

Lees het volledige artikel in G-GESCHIEDENIS. Speciale editie over de eeuwige zoektocht naar de Heilige Graal. Nu te koop voor slechts 5,50 euro!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder