Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Monuments Men

14 februari 2014 [412] Olivier Keun

Toen geallieerde troepen in het laatste oorlogsjaar vanuit het zuiden van Italië de nazi’s terugdreven, werden duizenden kunstwerken gered dankzij de inzet van een Amerikaans-Britse dienst, de Monuments Men. Deze week verscheen over hen een film van George Clooney. Die beperkt zich tot twee Belgische objecten en is niet al te juichend ontvangen, maar het verhaal erachter is adembenemend.

Kunstliefhebbers
‘Trapani! Trapani, don’t you see?’ riep kapitein Edward Croft-Murray toen hij vanuit een militair vliegtuig de kust van Sicilië ontwaarde. Naast hem majoor Lionel Fielden, al even onder de indruk van de schoonheid van Italië.
Het is herfst 1943. Een paar maanden eerder, op 10 juli, waren de geallieerden op Sicilië geland en hun Italiaanse campagne begonnen. Beide Britse officieren waren toegewezen aan de Allied Military Government for Occupied Territories (AMGOT), die de veroverde delen van Europa tijdelijk bestuurde. Edward ‘Teddy’ Croft-Murray, in het dagelijks leven conservator tekeningen en gravures in het British Museum, hoorde bij de kleine groep Monuments, Fine Arts, and Archives (MFAA), onderdeel van AMGOT. Haar taak, verfilmd in George Clooney’s nieuwe film, The Monuments Men, was het beschermen van kunst in het oorlogsgebed.

Venus Fixers
Binnen de geallieerde legers waren deze speciale troepen weinig geliefd, men vond hen bejaarden op toernee. Hoe dank ook stonden de Monuments Men bekend als vreemde typen: kunsthistorici, architecten, artiesten, kunstenaars, archeologen en archivarissen. Niet bepaald jongens van de gestampte pot en eigenlijk liepen ze maar in de weg, zeker als ze aangaven wat wel en wat beslist niet gebombardeerd mocht worden. Begonnen met twee man, liep de omvang van de groep op tot 27 en hadden ze als bijnaam de ‘Venus Fixers’.
Het idee om Europese kunst in een oorlogsgebied te beschermen was nooit eerder toegepast maar warm gepropageerd door president Roosevelt. Het opperbevel kreeg kaarten onder ogen met no-bomb-areas om onvervangbare kunstwerken te ontzien. Churchill wilde hetzelfde en toen hem voor de voeten werd geworpen dat kunstschatten toch niet de snelle overwinning in de weg mochten zitten, antwoordde hij dat kunstbehoud juist één van de redenen was om oorlog te voeren. Uiteindelijk bestonden de Monuments Men uit evenveel Britten als Amerikanen. (Onder: Ernest De Wald en Roger Wallis zoeken in de puinhopen van de verwoeste abdij van Monte Cassino)

Monuments--Ernest-De-Wald-w

Martelgang Italië
Meteen na aankomst van de eerste Monuments Men op Sicilië werden de enorme problemen duidelijk. De geallieerde opmars, voorzien voor een razendsnel doorstoten, werd een martelgang van 22 maanden. Heel het land werd een slagveld. Op hun moeizame mars naar het noorden lag een land gespikkeld met prachtige steden, boordevol kunstwerken. Generaal Mark Clark sprak in zijn frustratie over ‘vechten in een verdomd museum’. Voorzien van Duitse Baedeker-gidsen trokken de Monuments Men kris-kras door Italië en markeerden meer dan 700 historische gebouwen. Hun missie was zowel een nachtmerrie als een droom voor kunstliefhebbers.
Op Sicilië was het binnenland, met al z’n Griekse cultuurschatten, redelijk ongeschonden, maar aan de kust was de schade groot. Palermo was zwaar beschadigd door de geallieerde beschietingen die aan de inval voorafgingen. Het was een schokkende ervaring, tot manhoog door de puinhopen in barokke kerken te ploeteren.
Croft-Murray assisteerde kapitein Mason Hammond, professor Latijn in Harvard, en luitenant Perry Cott, assistent-curator van het Worcester Art Museum in Massachusetts. Hammond en Croft-Murray kregen veel steun van Italiaanse kunstkenners. Dat moest ook wel, want zowel het felle zonlicht als regen vormden volgende bedreigingen voor bijvoorbeeld schilderijen en hout. In praktijk gaven de Italiaanse soprintendenti aan hoe en wat snel te handelen, en zorgden de geallieerden voor de faciliteiten, zoals noodramen, en nooddaken. Het werk werd vervolgens door plaatselijke werklieden uitgevoerd.

Kletsnat Napels
De schok in Napels was groot: ‘nog nooit zoveel regen meegemaakt’, noteerde kapitein Deane Keller. Toen de troepen op 1 oktober de stad binnenvielen, waren meer dan honderd luchtaanvallen uitgevoerd. Er was geen stroom, geen water en amper voedsel. De bevolking hongerde, het was erg koud. Monuments Men kapitein Keller, professor in Yale, was diep onder de indruk van het bizarre contrast tussen topkunst en het lijden van de bevolking.
Napels was een zware beproeving voor de eenheid van de Fixers. Hun eigen leger denderde liefst met veel geweld door de stad en eiste onderdak zonder acht te slaan op aanwezige kunst. In het koninklijk paleis werden muurschilderingen overgekalkt omdat er officiersonderdak werd gemaakt, elders stapelde men kratten tegen Popeiïsche mozaïeken omdat het Archeologisch Museum nu eenmaal was aangewezen als opslagplek voor medicamenten.
Toen berichten over vandalisme van geallieerde soldaten het hoofdkwartier bereikten, vaardigde opperbevelhebber Eisenhower het bevel uit dat ‘militaire noodzaak’ geen reden mocht zijn voor wangedrag, danwel voor ‘militair comfort’ of, erger nog ‘persoonlijk comfort’ van een officier.

Vesuvius
Terwijl de legers fel vochten aan de Volturno en Cassino, zaten de Monuments Men maanden achtereen vast in Napels en ontwikkelden daar een sterke teamgeest. Duizenden kunstwerken werden gered en opgeslagen, marmer, hout en stucwerk uit tientallen kerken in veiligheid gebracht.
Op 18 maart 1944 barstte de Vesuvius uit, een nieuwe ramp voor de streek. Vijf dagen achtereen stroomde de lava de vallei in en ruïneerde verscheidene dorpen. Uiteindelijk redde de draaiende wind de stad Napels. De Fixers waren gebiologeerd door het spektakel. Door de zowat briljante Duitse strategie duurde het liefst negen maanden voordat de geallieerde troepen het stuk van 200 kilometer tussen Rome en Napels onder controle hadden.
Op 4 juni 1944 reed generaal Clark langs de Sint Pieter in de Eeuwige Stad. De Monuments Men leken een ogenschijnlijk onbeschadigde wereldhoofdstad van topkunst aan te treffen. Generaal Albert Kesselring had de stad ontzien en gaf Rome zonder strijd over. (Hieronder: De gebombardeerde en zwaar beschadigde Santa Ignazio in Palermo)
Monuments--Palermo-Santa-Ig
3.000 Schuilplaatsen
Tegen de tijd dat de Monuments Men Pisa bereikten, het laatste Duitse bruggehoofd langs de Arno en weken achtereen toneel van felle gevechten, had de groep steun verworven van generaal Hume, civiel commandant binnen het Vijfde Leger. Dat was belangrijk met het oog op de komende winter. In de kerk van Camposanto in Pisa bijvoorbeeld was het loden dak gesmolten na geallieerde bombardementen en dat had veel kunstwerken met een laagje giftig lood bedekt. Dat moest er allemaal met geduld en zorg worden afgeschraapt. Dan lagen er nog duizenden stukjes van fresco’s over de vloer.
Bij het begin van de oorlog hadden de Italianen massa’s kunstwerken uit steden ondergebracht op het platteland. Alleen al in de regio Florence waren 3.000 kunstschuilplaatsen ingericht. De Monuments Men moest nu meer dan ooit samenwerken met de Italianen om die allemaal terug te vinden en snel te reageren op waar wel en waar niet werd gevochten. Zo lieten de Duitsers Siena zonder slag of stoot achter, maar werd in Arezzo om elke meter gevochten. Van die stad resteerde dan ook alleen puin.

Botticelli
In villa di Torre a Cona was beeldhouwwerk van Michelangelo in houten kratten opgeslagen, schilderijen uit de Uffici Galerie en het Pitti paleis werden bij toeval ontdekt in het kasteel van Montegufoni. Ondanks dagenlange gevechten rond het kasteel, en ondanks dat tientallen dorpelingen en soldaten er hun toevlucht zochten, bleven Botticelli’s Primavera, Giotto’s Madonna d’Ognissanti en 263 andere schilderijen ongeschonden.
George Stout, Monuments officier in Frankrijk en Duitsland, relativeerde: ‘er wordt een boel onzin verteld over de kwetsbaarheid van oude meesters. In de eerste plaats: er zijn er ontzettend veel van. En, ten tweede, ze zijn taai en sterk, anders waren ze niet zo oud geworden.’ Stout, later directeur van het Isabella Stewart Gardner Museum in Boston, wordt in de film vertolkt door George Clooney, Matt Damon is Stouts collega James Rorimer, die in 1955 directeur van het Metropolitan Museum werd. (Hieronder: De Tempio Malatestiano in Rimini, geheel gerestaureerd)

Monuments--renaissancekathe
Verdwenen kunst
Op 4 augustus trokken geallieerde troepen Florence binnen. Monuments officier en Brits archivaris Roger Ellis mocht een paar uur rondstruinen. De situatie leek gunstig, kerken waren onbeschadigd en achter een wal van zandzakken werd fresco’s van Masaccio in de kapel van Barncacci ongeschonden aangetroffen. Hoopvol nieuws. Maar twee weken later was de situatie volkomen veranderd. Overal puin. Vijf belangrijke bruggen in de stad waren door terugtrekkende Duitse troepen opgeblazen, waaronder de middeleeuwse Ponte alla Carraia, de Ponte alle Grazie, en de renaissancebrug Ponte Santa Trinita. Alleen de Ponte Vecchion was gespaard. Een derde van het oude centrum lag in puin.
Monuments Man Hartt maakte het tot zijn missie, in deze stad en streek te redden wat te redden viel, Hij bleef er een jaar, gast van de familie Corsini, in hun paleis aan de Arno. In de herfst van 1944 was Hartt met zijn mannen druk met verdwenen kunst, gestolen door de Duitsers, was het oordeel. Na de Duitse overgave op 2 mei 1945 werden in Zuid-Tirol 500 schilderijen en sculpturen teruggevonden. Op 22 juli 1945 waren ze terug in Florence.

Overstromingen
Deane Keller, Basil Marriott, Ernest De Wald, Teddy Croft-Murray, Frederick Hartt en al hun collega’s hervatten na de oorlog hun carrière. Hartt deed zijn zegenrijke werk in 1966 nog eens min of meer over toen Florence door een vreselijke overstroming was getroffen. Hij werkte toen opnieuw samen met zijn oude Italiaanse kompaan Ugo Procacci. Hij verwierf herstel-fondsen in de VS en werd ereburger van Florence. Hartts stoffelijk overschot rust op de begraafplaats van Porte Sante in Florence, de as van Deane Keller is begraven in de Camposanto in Pisa.

Behoud
Het werk van de Monuments Men in vooral het zo overvloedig met oude kunst bedeelde Italië kan moeilijk worden onderschat. Er wordt wel gezegd dat ze de fundamenten van de westerse cultuur redden, en dat in een omgeving waar verbeten werd gevochten. De vondst van 1.500 kunstwerken van Cornelius Gurlitt in München, en van honderden anderen in zijn leegstaande huis in Salzburg, bewijst dat het verhaal van kunst en oorlog nog niet is afgerond, maar ook dat deze geschiedenis er niet één van zwart of wit is, maar tal van grijstinten kent.
De Monuments Men konden de verwoesting van de abdij van Montecassino niet verhoeden, evenmin als het verlies van de Ovetare kapel van Mantegna (‘militaire noodzaak’), maar als verloren beschouwde kunst zoals de Tempio Malatestiano in Rimini, een juweel van Renaissance-architectuur van Battista Alberti, werd volledig hersteld. En hetzelfde geldt voor verscheidene 17de-eeuwse paleizen in Turijn en Genua, en barokke kerken van Palermo. Maar het is niet alleen museale kunst die is gered: in Italië kom je oude kunst gewoon op straat tegen, in steegjes in Napels, in de heuvels van Toscane, in bruggen van oude landweggetjes. De Monuments Men hebben wezenlijk bijgedragen aan het behoud van onze culturele wortels.
(Smithsonian/Ilaria Dagnini Brey/Siebrand Krul)


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder