Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Arthur en de Ronde Tafel

14 februari 2014 [412] Olivier Keun

Terwijl Engeland was verwikkeld in een bloedige burgeroorlog schonk de monnik Geoffrey van Monmouth zijn landgenoten een historische utopie: het verhaal over de krijgslustige maar rechtvaardige koning die een einde maakte aan alle verdeeldheid en zo machtig was dat hij zelfs het Romeinse Rijk wist te bedwingen. Het verhaal was een succes en spoedig groeide Arthur uit tot een nationale legende.

In 1136 is Engeland een verscheurd land. Drie generaties na de komst van Willem de Veroveraar is de kloof tussen Normandiërs en Angelsaksen nog altijd immens. De Normandiërs zijn de feitelijke machthebbers en spreken een andere taal dan hun Angelsaksische onderdanen. Tot overmaat van ramp is er een burgeroorlog uitgebroken omdat koning Hendrik I stierf zonder wettige opvolger. Het is in deze donkere dagen dat de monnik Geoffrey van Monmouth begint met een boek dat het aanzien van de Middeleeuwen zal veranderen: ‘De geschiedenis van de Britse koningen (Historia regum Britanniae)’.

Trojaanse prins
Het epos opent met de ondergang van Troje. Terwijl de meeste vluchtelingen in Italië een nieuw leven proberen op te bouwen, neemt de Trojaanse prins Brutus de wijk naar Albion. Dit eiland, gelegen aan het einde van de wereld, wordt beheerst door angstaanjagende reuzen. De Trojaanse held verslaat deze monsters, neemt bezit van het eiland en herdoopt het tot Brittannië, land van Brutus. Wat volgt is een wonderlijke mengeling van mythe en feiten. Historische figuren als de Romeinse keizer Caesar en Constantijn de Grote betreden het toneel, maar ook legendarische (en fictieve) Britse koningen als Leir (Lear), Cole en Cymbeline.
Geen van die figuren is zo fantastisch als Merlijn, de zoon van een non en een demon. De tovenaar is een vertrouweling van koning Uther Pendragon, een nakomeling van Brutus.
Als Uther op de burcht Tintagel verliefd wordt op de schone Igraine, vrouw van de hertog van Cornwall, krijgt Merlijn de opdracht om hem de gestalte van de hertog te geven opdat hij het bed met haar kan delen. En terwijl de echte hertog ligt dood te bloeden op het slagveld, verwekt Uther bij de nietsvermoedende Igraine een zoon. Arthur is zijn naam.

Boosaardige neef
Als Uther sterft, wordt Arthur tot koning gekroond. Ondanks zijn jeugdige leeftijd toont hij zich van meet af aan een krachtig heerser. Hij schept eenheid in zijn rijk, onderwerpt de Saksen en de Picten en smeedt een machtig rijk, dat zich uitstrekt van Noorwegen tot aan Frankrijk. Als de Romeinse keizer geld wil zien, stelt Arthur zich teweer. Het komst tot een veldslag waarin Arthur zegeviert. Deze overwinning maakt van hem de machtigste heerser van het christelijke Avondland. Uiteindelijk valt echter ook zijn rijk ten prooi aan een burgeroorlog. Arthur is genoodzaakt bij Camlann de wapens op te nemen tegen zijn boosaardige neef Mordred. In de Slag bij Camlann sneuvelen verschillende van Arthurs beste ridders. De koning zelf raakt zwaar gewond en wordt overgebracht naar het eiland Avalon.

Arthur velt 960 man in één dag
Voor Geoffrey van Monmouth zijn epos schreef was Arthur relatief onbekend. Zijn naam kwam enkel voor in een paar Keltische liederen die kroniekschrijver Nennius aan het begin van de 9de eeuw schreef over deze koning en diens strijd tegen de Saksen omstreeks 500 n. Chr.: ‘In deze tijd groeide de macht der Saksen in Brittannië geweldig door hun kracht en grote aantal. Toen Hengist gestorven was echter, kwam zijn zoon Octha vanuit het noordelijk deel van Brittannië naar het koninkrijk Kent en van hem stammen de koningen van Kent. In die tijd vocht Arthur tegen hen, samen met de koningen van Brittannië, maar Arthur was hun aanvoerder (“dux bellorum”).’
Bij Nennius is Arthur een christelijke voorbeeldfiguur die de beeltenis van de maagd Maria bij zich draagt als hij ten strijde trekt. Na elf epische veldslagen, aldus Nennius, viel bij Badon Hill de beslissing: ‘In deze slag stierven op één dag 960 mannen door Arthurs eigen hand.’

Cultstatus
Hierna verdwijnt Arthur voor bijna twee eeuwen uit beeld. De chroniqueurs der Angelsaksen zwijgen over hem, net als die der Normandiërs die daarna komen. Waar kan Geoffrey van Monmouth zijn informatie over de legendarische koning vandaan gehaald hebben? Waren er bronnen die inmiddels verloren zijn gegaan? Baseerde hij zich op mondelinge overlevering of was de schrijver gewoon een grote fantast? Daarover zijn de geleerden het nog steeds niet eens, en dat was ten tijde van Geoffrey zelf niet veel anders.
Het succes van de ‘Historia’ was er niet minder om. Van het werk zijn meer dan tweehonderd handschriften bekend, wat betekent dat het een absolute bestseller moet zijn geweest. Kennelijk was het verhaal over de dappere ridders, de heldenkoning en Brittanniës grootsheid zo onweerstaanbaar dat het de lezers niet deerde dat feit en fictie door elkaar liepen. Al in 1155 verscheen een Normandische versie van de Historia Regum van Robert Wace, getiteld ‘Roman de Brut’. Later volgde een versie in de Middelengelse volkstaal.
Niet alleen in de literatuur kreeg Arthur cultstatus, zijn stoffelijke resten werden ook een geliefde bestemming voor pelgrims. In 1184 was de benedictijnenabdij van Glastonbury door brand verwoest. Het klooster had dringend geld nodig en toen kwam de populariteit van koning Arthur zeer gelegen. De monniken verspreidden aan het hof het verhaal dat hun abdij ooit was gesticht op het magische eiland Avalon en dat ergens in deze heilige grond dus Arthur begraven zou moeten liggen.

Richard Leeuwenhart
Richard Leeuwenhart, die een zwaard bezat dat Excalibur werd genoemd en die op zijn kruistocht tegen Saladin Arthurs drakenbanier met zich meedroeg, was terstond bereid om de monniken terwille te zijn en te helpen bij hun zoektocht naar Arthurs restanten. In 1191 werd Arthurs graf en dat van zijn gade ‘ontdekt’, compleet met loden kruis met het opschrift: ‘Hier rust de beroemde koning Arthur in zijn graf op het eiland Avalon.’
De botten van een grote man en een voorheen blonde vrouw werden geborgen en herbegraven in een pronkgraf in de Mariakapel van de abdij. Tot in de 16de eeuw was de laatste rustplaats van de vorst een geliefd pelgrimsoord dat Glastonbury veel geld en aanzien opleverde. Deze situatie duurde tot 1539, toen klooster, Mariakapel en pronkgraf ten prooi vielen aan de radicale hervormingen van Hendrik VIII. Van Arthurs botten ontbreekt sindsdien ieder spoor.
De verhalen rondom Arthur en diens Ronde Tafel waren in de Late Middeleeuwen het meest geliefde thema van de seculiere literatuur. Tussen Sicilië en IJsland verschenen telkens weer nieuwe bewerkingen. Het verhaal van de graalqueeste werd daarbij graag gecombineerd met ridderavonturen vol monsters, tovenaars en reuzen en gelardeerd met bitterzoete liefdesverhalen als die van Tristan en Isolde en Lancelot en Guinevere. Ook de adel toonde een warme belangstelling voor het verhaal en er kwam een soort re-enactmentbeweging op gang: In de 14de eeuw werden in Lübeck Arthurtoernooien gehouden, in Maagdenburg graalfeesten en in Keulen ontmoette de elite elkaar aan de Ronde Tafel.
(Klaus Hillingmeier)

Lees het hele artikel in de komende editie van G-GESCHIEDENIS, met veel meer verhalen rond de Heilige Graal. In de winkel vanaf 5 maart voor slechts 5,50 euro!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder