Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Exotische soldaten aan het front

30 januari 2014 [412] Olivier Keun

'Ooit - ik weet niet meer welke maand het was- was onze compagnie ergens in België in de buurt van een treinstation gelegerd. De vijand had er een gewoonte van gemaakt dat station na middernacht massaal te bestoken met hun kanonnen. Gelukkig raakte geen enkel granaat doel. Ook hun vliegtuigen kwamen regelmatig hun vrucht afwerpen. Ik werd daarom meer dan eenmaal per nacht uit mijn slaap gewekt. Overdag kon ik met moeite mijn dienst doen, ’s nachts deed ik geen oog dicht. Iemand die er niet middenin heeft gezeten, kan zich nauwelijks zulk miserabel leven voorstellen.’

Zo schreef Gu Xingqing in zijn memoires. Gu was een van de bijna 100.000 Chinezen die tijdens de Eerste Wereldoorlog naar Europa trok om er voor het Britse leger in Noord-Frankrijk en Vlaanderen te werken. Dankzij zijn kennis van het Engels werd hij aangeworven als tolk voor het Chinese Labour Corps. Dat was een belangrijke functie want alleen via hem konden de Britse officieren met hun ongeletterd Chinese werkvolk communiceren. De arbeiders waren door China aan de Britten ‘uitgeleend’ omdat het land, dat pas in 1912 een republiek was geworden, zo hoopte deel te mogen nemen aan de vredesonderhandelingen na afloop van de oorlog. De Chinese republiek was daarmee een uitzondering want het was van alle niet-Europese landen die manschappen naar Europa stuurden het enige dat onafhankelijk was.

Kleurrijke verschijningen
Uit meer dan vijftig hedendaagse staten kwamen de militairen en hulptroepen die tijdens de Eerste Wereldoorlog aan het westelijk front actief waren. Terwijl het Duitse Rijk door de zeeblokkade van haar kolonies afgesneden was, konden Frankrijk en het Britse Rijk wel op grote schaal koloniale troepen inzetten. Dit gebeurde al vrij snel in de oorlog. Onder meer vanwege de relatieve nabijheid van Noord-Afrika waren de Fransen de eersten om dat te doen. Al in de eerste weken van de oorlog waren er Marokkanen, Algerijnen, Tunesiërs en West-Afrikanen te zien, meestal erg kleurrijke verschijningen. Zo kenmerkten de tirailleurs sénégalais zich door de felrode muts die ze droegen. Ook de Spahis, woestijnruiters, vielen erg op met hun exotische kledij en hun baarden op hun witte paardjes. Later kwamen daar koloniale infanteristen uit Guyana, Madagascar en Oceanië bij, evenals arbeidskrachten uit Vietnam: de Ammanieten.

Mengelmoes aan talen
De Britten beschikten echter over het grootste wereldrijk in 1914: vooreerst de dominions Canada, Newfoundland, Australië, Nieuw-Zeeland en Zuid-Afrika. Deze gebieden werden door blanke kolonisten en hun afstammelingen zelf bestuurd, wat nog lang niet het geval was voor de belangrijke kroonkolonie Brits India. De Raj zoals het land ook genoemd werd, bestond uit wat vandaag India, Pakistan, Bangladesh en Myanmar is. De vele verschillende etnische groepen zorgden ervoor dat je in het Indian Army Corps en het Indian Labour Corps een mengelmoes aan talen hoorde. Ook in alle andere legers uit het Britse Rijk waren er belangrijke minderheden. Bij de Nieuw-Zeelanders had je een Maori Pioneer Batallion. In de Canadian Expeditionary Force dienden onder meer Franstalige Canadezen, maar ook Eskimos en Indianen, deze laatsten niet zelden als verkenners of als scherpschutters. Daarnaast waren er nogal wat Canadese soldaten van Japanse en Chinese afkomst, evenals kort daarvoor uitgeweken Vlamingen en Nederlanders. Zo ligt op Nine Elms Cemetery bij Poperinge de Canadese soldaat Jacob Koose jr. begraven. Hij was de zoon van Jacob Koose sr. uit Abcoude-Proostdij. En op de Menenpoort in Ieper wordt de Canadese machine gunner William Vangheluwe herdacht, ‘son of Bruno Vangheluwe and his wife Marie Mathilde Roelens of Batavia, Roulers, Belgium’. Roeselare dus. Ironisch genoeg hoop en al acht kilometer verwijderd van de plek waar William gesneuveld is.

Altijd blank gezag
In het Zuid-Afrikaanse expeditiekorps waren er blanke soldaten in de infanteriebrigade en aparte zwarte arbeidseenheden zoals het Cape Coloured Batallion en het South African Native Labour Corps. Ook kleinere gebieden die deel uitmaakten van het Britse rijk zonden hun zonen naar de Vlaamse velden: Egypte (Egyptian Labour Corps), de British West Indies – dit zijn de Caraïben met als belangrijkste Jamaica, Trinidad & Tobago en Barbados- en Bermuda of de Fiji-eilanden (Fijian Labour Corps). In het Britse leger, maar niet in afzonderlijke eenheden, dienden onder meer ook blanke Rhodesiërs (uit het huidige Zimbabwe). In het Belgische leger vochten slechts 32 Congolezen. Wel werd de oorlog in Afrika vooral door inheemse troepen uitgevochten, uit de Belgische, Duitse, Franse, Britse en Portugese kolonies. Fransen en Britten hebben ook niet al hun koloniale legereenheden naar het westelijk front gestuurd. Uit Ceylon, vandaag Sri Lanka genaamd, of uit Goudkust, het huidige Ghana, zijn er bijvoorbeeld geen troepen naar Europa vertrokken.
Met deze opsomming houdt het niet op: wanneer de Amerikanen vanaf de zomer van 1917 in Europa aankomen, zijn er onder hun rangen zowel blanke als zwarte soldaten, gesegregeerd van elkaar in aparte eenheden. Ook een Portugese expeditieleger werd naar Vlaanderen en Noord-Frankrijk uitgestuurd. Daarnaast verplichtten de Duitsers Russische en Italiaanse krijgsgevangenen om dwangarbeid te verrichten in de nabijheid van het front.

Brits imperiaal racisme
De houding van de Britten en de Fransen ten opzichte van hun koloniale, en dan in het bijzonder de ‘gekleurde’ troepen verschilde. Waar het Franse leger nooit enig voorbehoud voelde om niet-Europese troepen in te zetten aan het front, was dat bij de Britten wel het geval. Sommige niet-blanke rekruten, zoals de mannen van het British West Indies Regiment, waren getrainde soldaten, maar met uitzondering van de Indiase troepen die aan het front gevochten hebben in het eerste oorlogsjaar, werden zij niet toegelaten tot de frontlijn. De Britse generaals wilden immers niet dat er afbreuk werd gedaan aan het beeld van de blanke onoverwinnelijkheid dat een essentieel onderdeel was van de racistische mythologie van het Britse imperium. Anderzijds hadden zij ook de vrees dat de opgedane gevechtservaring zich later wel eens tegen het Britse kolonialisme zou kunnen keren.
(Dominiek Dendooven)

De andere helft van dit artikel ook lezen? De bijzondere foto’s bekijken? Koop nu G-GESCHIEDENIS, geheel gewijd aan de Eerste Wereldoorlog. Overal te koop voor slechts 5,50 euro!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder