Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Voedselhulp via Rotterdam

10 januari 2014 [412] Olivier Keun

Hoewel Nederland in Eerste Wereldoorlog neutraal bleef, ging de oorlog niet ongemerkt aan het land voorbij. Ook stad en haven van Rotterdam hadden te lijden. Lichtpunt in het eerste halfjaar was de aankomst en afhandeling van schepen met voedingsmiddelen voor de zwaar getroffen Belgen. Het afkondigen van de Nederlandse mobilisatie op 31 juli 1914 betekende dat ook een groot aantal Rotterdamse mannen voor het leger, de landweer en de zeemacht huis en haard moest verlaten. Naar zou blijken zouden de meesten vier jaar lang aan het arbeidsproces onttrokken blijven.

Na de eerste schok van de mobilisatie ontstond er grote onrust onder de mensen vanwege het gerucht dat er ondeugdelijke bankbiljetten in omloop waren. Dit leidde tot een stormloop op de banken om papiergeld in te wisselen, met als gevolg dat er al snel geen bankbiljetten en zilvergeld meer voorradig waren. Het gemeentebestuur besloot daarom op 6 augustus 1914 zelf papieren guldens en rijksdaalders uit te geven. Deze dienden als tijdelijk betaalmiddel.

Schaarste
Voorts sloeg de bevolking aan het hamsteren, waardoor er tekorten ontstonden aan bepaalde levensmiddelen en grondstoffen. Zo moest de gemeente op 3 oktober 1914 bekendmaken dat de bakkers voorlopig alleen maar bruinbrood konden leveren. Naarmate de oorlog vorderde, nam de schaarste aan levensmiddelen, brandstoffen en gebruiksartikelen toe zodat in 1916 voor de verdeling het Gemeentelijk Distributiebedrijf werd ingesteld.
Net als elders in het land bood Rotterdam na de val van Antwerpen op 9 oktober 1914 onderdak aan Belgische vluchtelingen. Ongeveer 25.000 Belgen vonden in de Maasstad een veilig heenkomen. Al op 17 oktober maakte het Rotterdamse gemeentebestuur bekend dat overleg van de Nederlandse regering met Duitsland ertoe had geleid dat de Belgische vluchtelingen naar hun land konden terugkeren. Kennelijk ging de terugkeer niet vlug want in november 1914 verklaarde de Duitse overheid nog enkele malen dat de Belgen konden terugkeren ‘zodat weer normale toestanden zouden kunnen heersen’.
De Antwerpenaren waren duidelijk de grootste slachtoffers van de eerste maanden van de oorlog. De Rotterdamse bevolking was heel wat beter af. Toch was de ontwrichting van het normale leven ook voor hun goed merkbaar: veel mannen waren van huis en armoede en werkloosheid waren in de Maasstad ook aan de orde van de dag.

Rotterdamse haven
Het Gemeenteverslag Rotterdam vatte het jaar 1914 voor de haven als volgt samen: ‘Het Havenbedrijf moest in niet geringe mate de gevolgen van den oorlog ondervinden. Terwijl in Juli het aantal binnenkomende schepen grooter was dan nog nooit in ééne maand, trad na het uitbreken van den oorlog eene daling in, welke het scheepsbezoek terugbracht tot ongeveer 30 pct. van het overigens buitengewoon gunstige cijfer van 1913. De binnenlandsche handel vertoonde daardoor niet die levendigheid, welke andere jaren kon worden geconstateerd’.
Inderdaad, de cijfers logen er niet om. Liepen er in de periode januari-juli 1914 nog 6.245 schepen de haven binnen, van augustus tot en met december 1914 waren dat er nog slechts 1.302. Ter vergelijking met 1913: dat jaar werden 10.527 binnenkomende schepen geteld. In de eerste maand van de oorlog (augustus 1914) was de daling meteen merkbaar: 291 schepen tegen 1.000 in 1913.
Ook het landverhuizersvervoer via de Rotterdamse haven naar voornamelijk Amerika boette in 1914 in. Het aantal bleef steken op 33.345 tegen 82.410 in 1913. Daarbij was de terugloop in 1914 voor de Holland-Amerika Lijn minder dramatisch door het vervoer van een groot aantal Amerikanen, dat vanwege de oorlog terugkeerde naar hun land.
De scheepvaart kende na het uitbreken van de oorlog belemmerende factoren. Engeland noch Duitsland stond toe dat schepen onder neutrale vlag met een vijandige natie handel dreven. Zodoende was er ook nauwelijks doorvoerverkeer via de transitohaven Rotterdam naar Duitsland en viel de Rijnvaart vrijwel stil. Na de instelling van de Nederlandsche Overzee Trust Maatschappij – een particuliere organisatie (geleid door bankiers en reders) die onderhandelde met de oorlogvoerenden – in november 1914 werd de blokkade van het overzeese scheepvaartverkeer versoepeld.

Hulp aan België via de Rotterdamse haven
De Rotterdamse handel en scheepvaart maakten na het uitbreken van de oorlog zodoende zware tijden door. Toch was er ook een lichtpuntje. De haven had in de periode november 1914 -januari 1915 veel profijt van de komst van allerlei schepen met voedingsmiddelen en kleding bestemd voor de zo zwaar getroffen Belgen. Waar kwam die hulp vandaan? Het Rotterdams Nieuwsblad van 29 oktober 1914 gaf antwoord op die vraag: ‘Op verzoek van den Amerikaanschen gezant te Londen heeft zich daar geconstitueerd een commissie van Amerikanen, genaamd “American Commission for relief in Belgium”, speciaal ten doel hebbende den dreigenden hongersnood in België te voorkomen. De commissie, welke reeds over zeer aanzienlijke geldmiddelen kan beschikken, stelt zich voor dit doel te bereiken, door van Engeland en Amerika scheepsladingen voedingsmiddelen te verschepen naar Rotterdam, ter doorzending geadresseerd aan den Amerikaanschen gezant in België, naar Brussel, Antwerpen, Gent en Luik, vanuit welke centra de verdeeling zal plaats hebben, door het inmiddels in België opgerichte “Comité National de Secours et d’Alimentation en Belgique”.’ Het artikel vervolgt met de mededeling dat het eerste schip een dezer dagen te Rotterdam wordt verwacht. Voorts de melding dat de Duitse regering niet alleen de import van levensmiddelen aan de commissie heeft toegestaan, doch ‘haar bovendien gegarandeerd, dat onder geen omstandigheden enig deel ervan voor militaire doeleinden zal worden gerequireerd’.
(Cees Zevenbergen)

Lees het vervolg van artikel in de WO I-special van G-Geschiedenis, geheel gewijd aan de oorlog in België en Nederland. De special is voor slechts 5,50 euro te koop vanaf 15 januari.


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder