Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Een tragische dood

10 januari 2014 [412] Olivier Keun

Onze bloedeigen naam op een standbeeld. Wie van de familie had dat ooit klaar gespeeld? Als kind had ik er alle dagen uitzicht op, van uit het raam van mijn mansardekamer. Een oorlogsmonument stond er voor de stoep van het hoekhuis, tegenover het gemeentehuis van Sint-Amandsberg bij Gent. Het memoriaal droeg lange namenlijsten, tussen stoere soldaten, bewaakt door een zwaardzwaaiende engel ‘1914-1918 – ’t Land riep hen zij gingen en zij vielen’. Hoog bovenaan stond: Capiteyn Romaan.

Achter het hoekhuis was een Duitse zeppelin neergestort op het klooster van de Visitatie-zusters. Een stuk van de brandende zeppelin was ook een honderdtal meter verder op het familiebedrijf neergekomen. Naar die wijde wereld van de voorvaderlijke woonst keerden we in 1967 terug – precies honderd jaar nadat Seraphin Capiteyn er als knecht cacaobonen was gaan malen. Ook mijn grootoom Romaan was één van de velen die in het oude molenhuis was geboren en opgegroeid. Na de schoolbanken werd hij meteen als mulder thuis bij zijn vader tewerkgesteld. In september 1914, kort na de dood van zijn moeder, was hij twintig en belandde via Frankrijk als soldaat aan het front van de IJzer. Op 21 augustus 1915 bij Diksmuide één goed gemikte Duitse obus en de oorlog was voorbij: voor hem en voor drie van zijn strijdmakkers. Eenentwintig jaar en kaltgestellt. ‘Op slag gedood’, zei men. Liegt men dat niet altijd, zodra het kan, om de pijn van de achterblijvers te verzachten? ‘Roemrijk voor het Vaderland gesneuveld te Oostkerke, aan den IJzer, den 21ste augustus 1915 ‘, stond op zijn doodsprentje.

Zwijgende foto’s als herinnering
Bij de mobilisatie behoorde grootvader niet tot de eerste lichting kanonnenvoer, hij had al vrouw en kind. Toch wou hij na de Duitse inval als vrijwilliger ten oorlog trekken. Op weg naar het station hield een kennis hem op een ochtend tegen en zei zoiets als: ‘Andreas wat ga je nu doen? Malvina en de kleine Aimé achterlaten. Ben je nog wel bij je verstand?‘ Andreas keerde weer huiswaarts. Er zaten al twee van zijn broers – Romaan en Georges – in Frankrijk, klaar voor het vuur, en de verloofde van zijn zus in Zeeland. Hij zou zorgen voor het thuisfront en er samen met zijn vader proberen om, ondanks de kolenschaarste, de stoommachine in werking te houden en specerijen te blijven malen in het familiebedrijfje. Woning en maalderij stonden ver weg van de straat, toen nog verscholen achter een enorme mouterij. Onderduiken zou niet moeilijk zijn als er opeising door de Duitsers van kwam. De oorlog ging voorbij, Georges kwam terug, Joseph ook, Romaan niet. In de jaren dertig bleef een fietszoektocht naar zijn graf zonder resultaat. Veel werd er niet meer over hem gezegd. Hij was de ongeluksvogel van zijn generatie. Heel lang lagen er van hem enkel een paar zwijgende oude foto’s in de kast.

Zieltogen op een strobed
Dan kwamen de boeken, en de echte geschiedenis, ook de Eerste Wereldoorlog van begin tot eind. Zoveel miljoen doden, zoveel miljoen gesneuvelden. Eén van hen was toch onze Romaan? Pas de vijftig al voorbij zag ik – dankzij het speurwerk van mijn jongste zus – zijn graf in Steenkerke, één van de pijlertjes als versteende soldaten rij na rij in het gelid met honderden anderen, op één van de vele oorlogskerkhoven in de Westhoek. Op de grafsteen: ‘Stierf voor België den 28 augustus 1915’. In de registers te Brussel stonden de precieze feiten: ‘Capiteyn Romaan (°5 februari 1894, Sint-Amandsberg), 4de bataljon jagers te voet nr.128/2348, gewond op 21 augustus 1915 te Oud-Stuivekenskerke (Oostkerke), overgebracht naar ziekenhuis te Ramskapelle (Nieuwpoort), aldaar overleden op 28 augustus 1915 (21 jaar)’. Na de obus nog een week zieltogen op een strobed, alleen en ver weg van alle geliefden en bekenden. Romaan lag eerst op het kerkhof naast de kerk van Eggewaartskapelle (Veurne), samen met zijn drie strijdmakkers, maar was later overgebracht naar de militaire begraafplaats in Steenkerke, een deelgemeente van Veurne.

Op het einde van haar leven haalde mijn hoogbejaarde tante, dochter van Romaans broer Andreas, eindelijk een oud sigarenkistje tevoorschijn. Daarin staken wel honderd brieven en prentbriefkaarten uit de jaren van de Grote Oorlog, met pen en – soms haast onleesbaar – met potlood door Romaan geschreven. Zeldzame getuigen van het frontleven. Daarbij ook nog vele brieven van zijn zus Louise en haar verloofde Joseph, die toen in Sluis verbleef en de briefwisseling via Nederland gaande hield, én kaartjes van zijn trouwe vriendin Mathilde. Na bijna honderd jaar begonnen ze toch nog allen hun oorlog te vertellen.
(André Capiteyn, op de foto staat Romaan achteraan, geheel rechts)

Lees de brief zelf, een aangrijpend verslag van het front met fatale afloop, in de nieuwe G-Geschiedenis, vanaf 15 januari overal te koop voor slechts 5,50 euro. G-Geschiedenis is helemaal gewijd aan het eerste jaar van de Eerste Wereldoorlog.


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder