Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Duitse opmars smoort in water en vuur

10 januari 2014 [412] Olivier Keun

Nadat in de Slagen aan de Marne en aan de Aisne, midden september 1914, de Duitse poging om snel Parijs te veroveren definitief was mislukt, probeerden de Duitse en Frans-Britse legers elkaar via hun open flank te omsingelen om alsnog een beslissende overwinning te kunnen behalen. Die fase in de oorlog wordt wel eens de ‘race naar de zee’ genoemd. In feite probeerde geen van beide partijen als eerste de kust te bereiken. Alleen zorgde elke mislukte poging om langs de vijandelijke troepen weg te geraken ervoor dat de frontlinie van loopgraven zich steeds verder uitbreidde in noordelijke richting en bijgevolg steeds dichter bij de Noordzeekust kwam te liggen.

In België werd eind september 1914 duidelijk dat ook de ‘nationale vesting’ Antwerpen het niet lang meer zou volhouden tegen de Duitse overmacht. Koning Albert I, die aanvankelijk vastbesloten was om zich in Antwerpen over te geven, liet zich overtuigen om het leger alsnog terug te trekken tot achter de IJzer, een kleine stroom in het zuiden van West-Vlaanderen. De Scheldestad viel op 10 oktober en dertigduizend militairen weken uit naar het neutrale Nederland. Eenmaal over de grens werden ze ontwapend en naderhand in speciale kampen geïnterneerd.

De Slag aan de IJzer
Het Belgische leger dat de IJzer bereikte, was oververmoeid, in lompen gehuld en gedeprimeerd. De troepen van koning Albert I hadden er dan al tien weken zware gevechten op zitten. Nog éénmaal zouden de Belgen weerstand bieden aan de Duitse invaller, daarna zou heel het grondgebied bezet zijn. Kort voor de Slag aan de IJzer schreef koning Albert aan zijn leger: ‘…Soldaten, blikt met vertrouwen de toekomst in; Strijdt met moed. Dat in de stellingen, waar ik U zal plaatsen, uw blikken alleen voorwaarts gericht zijn en beschouwt als verrader jegens het vaderland ieder die het woord “terugtocht” zal uitspreken, zonder dat het formeel bevel daartoe gegeven is…’. Op 18 oktober 1914 barstte de Slag aan de IJzer los. De Belgische voorposten ten oosten van de rivier werden door Duitsers beschoten en aangevallen. Twee dagen later waren alle dorpen op de oostelijke IJzeroever door de Duitsers bezet. Alleen Diksmuide, waar de Belgen hulp kregen van Franse Fusiliers Marins, was nog niet in Duitse handen.
In de vroege ochtend van de 22ste oktober gebeurde het onvermijdelijke: de Duitsers slaagden in de bocht van Tervate erin de IJzer over te steken en een bruggenhoofd op de andere oever te installeren. Wanneer grenadiers in de namiddag een tegenaanval uitvoerden, werd het een bloedbad zonder voorgaande. De volgende dagen en nachten kwamen steeds meer Duitsers de IJzer over.

Uitputting
Op zondag 25 oktober nam de situatie catastrofale vormen aan. Volledig uitgeput door tien dagen strijd en door het verblijf in open lucht zonder enige bescherming en met onvoldoende drank en voedsel, moesten de Belgen temidden van de onbegraven lijken en kermende gewonden de ene na de andere aanvalsgolf afslaan. De munitie raakte op, veel kanonnen waren versleten en er waren geen reservetroepen voor aflossing.
Die namiddag vond in het stadhuis van Veurne hoog beraad plaats. Karel Cogge, opzichter van de Noordwatering van Veurne, bevestigde er dat het mogelijk was het gebied tussen de IJzer en de spoorwegdijk Nieuwpoort-Diksmuide via het Nieuwpoortse sluizencomplex onder water te zetten. Om 16 uur keurde koning Albert het plan goed. Daarna werden alle openingen in de spoorwegberm gedicht, onder vijandelijk vuur.
Net op die dag lasten de Duitsers een pauze in hun offensief in. In plaats van zich te concentreren op een snelle doorbraak van de Belgische stellingen aan de spoorwegberm, beslisten ze om eerst hun posities aan de IJzer te verstevigen. Het zou hun fataal worden. Vanaf 27 oktober werden bij vloed de deuren van het Oude Veurnesas in Nieuwpoort geopend. Op 29 oktober stond nog maar een klein gebied ten oosten van Nieuwpoort gedeeltelijk onder water. De tijd begon te dringen: de Duitse aanvallen hernamen immers. Daarom werd beslist om het verlaat van de Noordvaart te openen. Een aartsmoeilijke opdracht: deze sluis bevond zich sinds enkele dagen in het niemandsland tussen de Duitse en Belgische posities. De Nieuwpoortse schippersknecht Hendrik Geeraert was de enige die wist waar de nodige zwengels lagen om de zware schuifdeuren te openen. Kort na het invallen van de duisternis op 29 oktober 1914 trok Geeraert met een groepje Belgische militairen naar het verlaat en werden de deuren geopend. Zes uur later werden de schuifdeuren van het verlaat weer gesloten om te beletten dat het water terug zeewaarts zou stromen. Miljoenen liters zeewater waren inmiddels de polders van de IJzervlakte binnengestroomd.

Totale chaos
Die nacht, van donderdag 29 op vrijdag 30 oktober 1914, keerde voor de Belgen alsnog het tij – letterlijk! De Duitse eenheden die bij Ramskapelle en Pervijze op het punt stonden de Belgische stellingen te overrompelen, zagen achter zich langzaam de bodem verdwijnen. De volgende avond, 30 oktober 1914, gaf hertog Albrecht von Württemberg, commandant van het Duitse Vierde Leger, het bevel tot een algemene terugtocht tot op de oostelijke oever van de IJzer. In een totale chaos moesten de Duitsers kanonnen, mitrailleurs en zwaar materieel achterlaten. Honderden Duitsers verdronken of werden vanaf de eerste Belgische lijn – de spoorweg Nieuwpoort-Diksmuide – neergeschoten. Voor de Belgen was het gevaar geweken. De Slag aan de IJzer was voorbij! Op 2 november was het beoogde doel bereikt: 25 vierkante kilometer was onder water gezet. Bij Diksmuide hadden de geallieerden zelfs nog een uitgebreid bruggenhoofd op de rechteroever van de IJzer. Door de onderwaterzetting van de IJzervlakte werd slechts een klein lapje van het koninkrijk gevrijwaard maar het voortbestaan van de Belgische natie werd hierdoor gegarandeerd. Voor het Belgische veldleger begon een ‘Wacht aan de IJzer’ die tot eind september 1918 zou duren.

De Eerste Slag bij Ieper
Inmiddels waren de Duitsers bij Ieper slaags geraakt met de Fransen en de Britten. Op 7 oktober 1914 waren zo’n 20.000 Duitse cavaleristen even in de stad geweest. Ze verlieten de stad reeds in de volgende dagen, maar niet zonder eerst de stadskas te plunderen. Op 13 oktober kwamen de eerste Britse troepen aan in Ieper, kort daarop gevolgd door Fransen. Het was een chaotische periode. In Dikkebus, zowat vijf kilometer ten westen van Ieper, noteerde priester Achiel Van Walleghem op 13 oktober: ‘In den morgend rond 7 ½ kwamen hier 12 Duitsche soldaten die wat stilhielden en dan vertrokken. Een half uur nadien kwamen hier 3 automitrailleusen. “Weerom duitschen” zei het volk. Maar ’t waren Belgen en Engelschen. Aanstonds gezeid langs waar de Duitschen vertrokken waren: en de auto snelde erachter. Zij hebben ze gevonden en 3 of 4 wierden geschoten. In den namiddag passeeren langs ‘t Hallebast. 150 Fransche soldaten en alzoo zijn dien dag op Dickebusch 4 soorten van soldaten te ziene geweest: Duitsche, Belgen, Engelschen en Franschen.’ Ook de daaropvolgende dagen kwamen steeds meer geallieerde troepen bij Ieper aan. De Duitsers namen voor hen voordelige posities in ten noorden, ten oosten en ten zuiden van de stad: de Ypres Salient of Ieperboog was geboren. Wie zich in het hart van deze saillant bevond, kon van drie zijden beschoten worden. Op 16 oktober begonnen de Franse cavalerie en het Britse Vijfde Korps voorzichtig op te rukken vanuit Ieper. Twee dagen later stootten ze op het Duitse leger. Vanaf 19 oktober 1914 begon de Eerste Slag bij Ieper met voorzichtige en vergeefse pogingen van de geallieerden om de Duitsers achteruit te drijven. De Duitsers, die met veel meer waren, vertrouwden van hun kant erop dat ze zonder al te veel problemen Ieper zouden innemen en doorstoten naar de kanaalhavens.
(Dominiek Dendooven/In Flanders Fields)

Dit is het eerste kwart van het kern-artikel uit de nieuwe G-Geschiedenis, geheel gewijd aan het eerste jaar van WO I. Lees het hele artikel, met aangrijpende foto’s. De special verschijnt op 15 januari en kost slechts 5,50 euro. Kijk in de tijdschriftenwinkel of neem meteen een voordelig abonnement (via www.g-geschiedenis.eu)


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder