Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Aids – de eerste jaren

03 januari 2014 [412] Olivier Keun

In 1981 ontstond een onbekende epidemie, eerst in de Verenigde Staten. In juni was sprake van een vijftal vreemde ziektegevallen in Los Angeles. Een maand later waren veertig zeldzame huidkankerpatiënten ingeschreven, allen in homo-kringen in New York en San Francisco. In augustus rapporteerde Associated Press over een honderdtal homoseksuele mannen met de onbekende parasitaire aandoening; de helft was inmiddels dood.

Eind 1981 stond de teller van geregistreerde slachtoffers op 121. In 1982 werd de ziekte omschreven, in 1984 waren twee artsen er in geslaagd het veroorzakend virus (HIV) te isoleren, in 1986 kreeg het een naam: HIV. Aan het eind van dat decennium waren alleen al in de Verenigde Staten 27.408 dodelijke slachtoffers geteld.
De geschiedenis van de catastrofe genaamd Aids was in Europa niet veel anders dan in Amerika. De eerste jaren stonden in het teken van verwarring, paniek, ontkenning en nogal eens contra-productieve tegenmaatregelen. Dat aids meteen de naam van ‘homo-ziekte’ kreeg, was koren op de molen van streng-religieuze scherpslijpers die hun kans schoon zagen om elke vorm van homoseksuele uiting te verdoemen.

Perceptie van homoseksualiteit
Na de eerste jaren kwam snel wetenschappelijk onderzoek op gang en nog in de jaren tachtig werd een aantal doorbraken geboekt op het terrein van preventie en genezing. Vandaag de dag is een HIV-besmette niet meer automatisch ten dode opgeschreven omdat er tal van geneeswijzen zijn ontwikkeld. Maar juist aan aids kleven veel sociale aspecten.
In de eerste jaren was de opschudding nogal beperkt tot de homoseksuele scene zelf, logischerwijs. De drama’s waren niet van de lucht omdat de slachtoffers veelal in eigen vriendenkring vielen, in een wereld die sterk op zelfbescherming was gericht omdat in de boze buitenwereld weinig begrip bestond voor homoseksualiteit. In 1982 publiceerden twee New Yorkse, met Aids besmette homo’s, Michael Callen en Richard Berkowitz, het boek How to Have Sex in an Epidemic, dat het toen revolutionaire ‘veilige seks’ uit de doeken deed. Het was de eerste grotere publicatie die het gebruik van condooms bepleitte om ziektes buiten de deur te houden. Het gebruik van condooms werd snel opgepikt in grote postercampagnes. Die werden steeds explicieter en harder omdat de boodschap moeizaam doordrong. Zo werd nog lang gedacht dat Aids een plaag voor uitsluitend blanke mannelijke homo’s zou zijn. Zeker in Amerika geloofde menigeen dat Aids een straf Gods was voor onnatuurlijk, onbijbels gedrag.

Verzet van regering
De massale campagnes werden betaald door non-profit-instellingen maar dat viel niet lang vol te houden. Overheidsinstellingen zouden de strijd moeten overnemen. Maar dat ging zomaar niet. Erger nog: in 1987 verbood het Congres nadrukkelijk het uitgeven van federaal geld voor Aids-preventie-programma’s en voor voorlichting omdat dit zou leiden tot het stimuleren van homo-seksuele activiteiten, direct of indirect. Deze uitgesproken wetgeving werd vooral door de conservatieve senator Jesse Helms gepropageerd. President Ronald Reagan ondertekende de wet van harte. Daarop ontstond een private organisatie, “The America Responds to Aids Campaign” die uit alle hoeken en gaten geld inzamelde en het centrale adres was voor de strijd tussen 1987 en 1996, gedragen door de slogan dat letterlijk iedereen risico liep. Want dat Aids een puur homo-seksuele aandoening was, geloofde inmiddels niemand meer.

Aarzelingen
Aids-werkers trokken af en toe een wenkbrauw op: de postercampagne hielp het bewustwordingsproces, zeker. Men was er wel van doordrongen dat de risico’s de ziekte te krijgen groter was dan aanvankelijk gedacht. Maar het is natuurlijk niet zo dat elkeen evenveel risico loopt op Aids. Hier en daar werd het zelfs gevaarlijk gevonden om alle geld in te zetten op de heel brede doelgroep; dat zou ten koste gaan van de zorg voor de kleine groep die het grootste risico liep, inderdaad de promiscuë homoseksuele man. Ook toen de regering wel geld fourneerde, werd de oude strategie voortgezet en bleef ook de kritiek bestaan. Miljoenen besteden om bijvoorbeeld àlle college-studenten op Aids-gevaren te wijzen was weinig zinvol omdat nu eenmaal studenten en heteroseksuele vrouwen amper risico liepen omdat ze domweg het besmette circuit niet betraden.

Angstaanjagend
De posters leken op wat we tegenwoordig vaak als anti-tabak-reclame zien: akelige, kapotgerookte longen, angstaanjagende foto’s van terminale kankerpatiënten en confronterende teksten op sigarettenpakjes. Met de uitsluitend negatieve boodschap van de Aids-postercampagne werd de bewustwording zeker geholpen, maar dat Aids niet meer die doodsangst oproept, is meer te danken aan medisch-curatieve doorbraken.  Gedragsverandering door middel van angst aanjagen werkt soms zelfs averechts: verbazingwekkend is toch dat er genoeg mensen zijn die risico’s bewust opzoeken omdat ze een kick van de spanning krijgen, ook al is die spanning mogelijk dodelijk. De Groningse homo-seksfeesten met bewuste deelname van HIV-besmetten was een verbijsterend staaltje Russische roulette waar de Leeuwarder rechtbank de tanden op stukbeet.


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder