Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

O’Hanlons Helden

11 december 2013 [412] Olivier Keun

Redmond O’Hanlon treedt opnieuw in de voersporen van zijn helden: de ontdekkingsreizigers die in de 19de eeuw op zoek gingen naar de witte vlekken op de kaart, verborgen gebieden waar nog nooit een westerling was geweest. Dit keer naar nog onmogelijker bestemmingen: cyclonen trotserend op de Beringzee, op zoek naar een afgehakt hoofd in de binnenlanden van Papua Nieuw Guinea, of begeleid door tot op de tanden bewapende politiemannen in ‘Taliban-infested’- Pakistan, op zoek naar een geheim rapport over de erotische uitspattingen van Engelse soldaten in de Victoriaanse tijd. Even hilarisch, hartstochtelijk en onhandig als altijd struikelt O’Hanlon zijn helden achterna.

Inmiddels zijn de eerste twee afleveringen geweest (terug te zien via Uitzending Gemist), beide over de excentrieke Haagse Alexandrine Tinne, waar G-Geschiedenis in 2012 over publiceerde. De schatrijke jongedame zocht het avontuur in Afrika, maar wel met medeneming van een enorme hoeveelheid luxe. Er waren liefst 102 kamelen nodig om haar spulletjes mee te torsen.
In aflevering 3 zoekt O’Hanlon in het hart van het Braziliaanse regenwoud naar rubberzaden, net zoals zijn haast vergeten held Henry Alexander Wickham 140 jaar geleden deed voor de glorie van het vaderland Engeland. Sir Henry Alexander Wickham is een haast vergeten en enigszins dubieuze held uit het 19de-eeuwse Groot-Brittannië. Met gevaar voor eigen leven smokkelde hij in opdracht van het botanische instituut Royal Kew Gardens in London 70.000 rubberzaden uit het Braziliaanse regenwoud naar Engeland.

Klassenmaatschappij
Latere afleveringen gaan over de oorsprong van de Britse klassenongelijkheid. Die was basis voor de Britse wereldmacht, daarvan is O’Hanlon overtuigd, evenzeer als hij het verfoeid. En daarom wordt het voor hem de hoogste tijd om zijn grootste held Richard Francis Burton voor te stellen. Want deze ontdekkingsreiziger heeft zich altijd met hand en tand verzet tegen de bekrompenheid en preutsheid van het Victoriaanse Engeland. Als briljante polyglot vertaalde Burton erotische werken als de Kamasutra en de Arabische Nachten in het Engels en daarmee alleen al legde hij een bom onder de Engelse kuisheid. Redmond herleest met rode oren Burtons werk en duikt met hernieuwde energie in het leven van Ruffian Dick zoals hij werd genoemd – de Bruut Burton.

Homo-erotisch rapport
In India en Pakistan gaat O’Hanlon op zoek naar een geheim homo-erotisch rapport en onderweg wordt hij toch wel tamelijk nerveus van de enorme hoeveelheid krokodillen en kalashnikovs om hem heen. Richard Francis Burton, de vertaler van erotische werken als de Kamasutra, maakte zich als jongeman nogal onmogelijk en meldde zich daarom maar aan voor de East Indian Army en reisde af naar West-India. Redmond O’Hanlon volgt Burton in diens eerste grote reis naar West-India. Want het was hier dat Burton de vaardigheden ontwikkelde, die hem tot de beroemde ontdekkingsreiziger zouden maken. Burtons medesoldaten vonden dat hij veel te ver ging in zijn ‘antropologische’ interesse en noemden hem de ‘witte neger’. Uiteindelijk werd de vrije geest van Richard Burton ook de legerleiding teveel. Na een aantal jaar in het Noord-Westen van India kreeg Burton de opdracht om undercover verslag te doen van het bordeelbezoek van zijn medesoldaten in Karachi. En het betrof geen ‘gewone’ bordelen maar de huizen van plezier, waar jonge jongens, eunuchs en transgenders hun diensten verleenden. Burton nam zijn opdracht zeer serieus en schreef zijn fameuze Karachi Papers. Een rapport dat zo gedetailleerd was dat de legerleiding het diep in een la wegstopte en Burton op staande voet ontsloeg.

Schipbreuk en Scheurbuik
Op zoek naar het gezicht van Georg Steller lijdt Redmond O’Hanlon zelf bijna schipbreuk. De Duitser Georg Wilhelm Steller hoorde dat in het Petersburg van tsaar Peter de Grote ene kapitein Bering zich opmaakte voor een enorme reis. Het doel: kijken waar het Russische rijk in Siberië eindigde. Hield het wel op of zat Rusland in het oosten vast aan het net ontgonnen Amerika? Zou je over land van Petersburg naar New York kunnen lopen? De ambitieuze Steller wilde kost wat kost mee. Dat mocht niet. Terwijl Bering met een enorm gevolg van wetenschappers en onderzoekers door Siberië reisde en er bijna tien jaar over deed om de oostkust van Siberië te bereiken, bleef Steller in zijn buurt. In Kamchatka kreeg hij kans aan boord te gaan. Samen met Bering stak hij over naar het nog niet ontdekte Alaska. O’Hanlon slaagt er niet in de expeditie van Bering en Steller te evenaren. De reis wordt geteisterd door geldgebrek. Als ten gevolge van de omroepbezuinigingen bij de VPRO een kleine tachtig
collega’s ontslagen worden en er geen geld is voor een vliegticket, stapt O’Hanlon aan boord van een zeilboot die hem naar Alaska moet brengen. Als hij onderweg te weinig geld bij zich blijkt te hebben, zet de kapitein hem op volle zee overboord.

De koppensneller van Genua
Met een foto in de hand vindt O’Hanlon in de binnenlanden van Papua Nieuw Guinea de stam en familieleden van het afgehakte hoofd dat zijn held Luigi D’Albertis ooit meebracht; en hij gaat op zoek naar het hoofd zélf dat ergens in Italië op sterk water moet staan.O’Hanlon reist door het hart van het land van de voormalige koppensnellers van Papua Nieuw Guinea, waar d’Albertis met ladingen vuurwerk en dynamiet de krijgers doodsangst aanjoeg.


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder