Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Orangisme in België, 1830-1842

23 oktober 2013 [412] Olivier Keun

In de naweeën van de restauratie na het Napoleontisch tijdperk besloten de Europese mogendheden om de Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden te herenigingen, wat in 1814/15 geschiedde. Politieke spanningen over fiscaliteit, vrijheid van (religieuze) meningsuiting, onderwijs en taalbeleid werden steeds feller bespeeld door katholieken, liberalen en Franstaligen. Eind september 1830 veroorzaakte het mislukt neerslaan van de augustusopstand in Brussel de afscheiding van het Zuiden.

Toch waren niet alle ‘Belgen’ voorstander van een splitsing. Sommigen wilden gewoon een bestuurlijke opdeling zodat de Zuidelijke grieven afzonderlijk konden worden opgelost, eventueel onder het gezag van kroonprins Willem. Het nieuwe Belgische parlement, het Nationaal Congres, zetelde tussen 10 november 1830 en 8 september 1831. Het bevestigen van de onafhankelijkheid en de vorming van een constitutionele monarchie waren haar eerste keuzes. Het congres telde 200 leden, waarvan er 28 leden als Orangist werden gerekend op basis van wie tegen het decreet van 24 november 1830 stemde. Dit 5de decreet van het Congres bepaalde dat het eeuwigdurend onmogelijk werd dat een Oranje een openbaar ambt in België zou kunnen bekleden. Hiermee wou het Congres een mogelijke personele unie onder de toekomstige koning Willem II en een latere hereniging van Noord en Zuid voorkomen. Bij die Orangisten waren de Antwerpse bankiers Albert Cogels en Jean Osy, evenals Clément de Hemptinne, broer van het Gentse textielfabrikant Felix de Hemptinne-Lousberg te vinden.

Pro Oranje
Op 10 september 1830 tekenden ruim 3.000 Gentenaars een petitie tegen de afscheiding. De Orangistische tegenstand groeide, vooral bij industriëlen in de grote steden Gent, Antwerpen en Brussel en kleinere steden zoals Leuven, Lier, Mechelen, Sint-Niklaas, Lokeren, Aalst, Ronse, Kortrijk en Oostende, waar de brouwer met Schotse roots, Jean MacLagan, in het Nationaal Congres als spreekbuis optrad. Ook in de Waalse steden Luik – met John Cockerill als belangrijke Orangist en Henri Orban-Rossius als congreslid – Doornik en Bergen was de industriële burgerij Oranjegezind. Via hun kranten Le Lynx (Brussel), Le Journal de Commerce d’Anvers (Antwerpen, 1822-1853), Le Messager de Gand et des Pays-Bas (Gent, 1832-1856) en L’Industrie de Liège (Luik) ageerden ze tegen de economische zelfmoord die het nieuwe bewind zou veroorzaken. Spotten met het nieuwe bewind was schering en inslag, iets waar de Orangistische satirische krant Le Knout (Brussel) in uitblonk.
Een tweede groep Orangisten was te vinden bij de hogere adel, die Willem als enige legitieme vorst beschouwden. Onder hen ook vroegere hovelingen van de koning of de kroonprins, zoals graaf Ferdinand Cornet de Grez of Georges de Trazegnies, die ook beiden in het Nationaal Congres zetelden.
Ten slotte waren ook Vlaamse intellectuelen voorstander voor het behoud van het Verenigd Koninkrijk omdat zij bevreesd waren voor een Franstalig overwicht in de nieuwe staat.

Ook de door Brussel bestuurde Limburgse arrondissementen Maastricht en Roermond waren gedeeltelijk Orangistisch. Hun vertegenwoordigers Jean-Baptiste d’Ansembourg en Pierre de Liedel de Well stemden tegen het anti Oranjedecreet.
Vooral kroonprins Willem kon op een schare getrouwen rekenen. Voorstanders probeerden met hulp van het vrijkorps van luitenant-kolonel Ernest Grégoire op 2 februari 1831 in Gent de kroonprins tot koning uit te roepen. Generaal Jacques baron Van der Smissen, een held van de slag van Waterloo, en andere hoge officieren probeerden op 25 maart 1831 in Antwerpen, Mechelen en Hasselt een staatsgreep te plegen. De kroonprins zou van beide acties op de hoogte zijn geweest. In een reactie op deze restauratiepogingen werden verschillende huizen van Orangisten geplunderd. Militaire actie werd vervangen door politieke agitatie. Daarvoor werd in oktober 1831 een centraal comité opgericht, begin 1833 omgevormd tot de Association Orangiste die met financiële steun van koning Willem I de stedelijke Orangistische comités en hun pers hielp.

Volkswoede
De volkswoede tegen Orangisten barstte tussen 1830 en 1834 minstens 32 keer uit en kende een hoogtepunt op 5 en 6 april 1834 in Brussel. Een woedende menigte plunderde en sloeg onder andere het kantoor van de krant Le Lynx, het Orangistisch clublokaal Le Cercle Orangiste en een vijftiental huizen van de hoge adel (d’Ursel, de Ligne, de Trazegnies, de Béthune, de Marnix…) kort en klein. De aanleiding van deze volkswoede was een reactie op de publicatie in de Orangistische krant Le Lynx van een intekenlijst van notabelen en edelen uit heel België om paarden uit de in beslag genomen Koninklijke stoeterij te Tervuren aan te kopen. De vier mooiste paarden en het paard waarop de prins van Oranje had gereden tijdens de slag van Waterloo wilden ze aan de prins van Oranje schenken. Alhoewel ridderlijk van inborst, werd de actie door de pers en de ambachtslieden als verraad en openlijke steun aan Oranje beschouwd. De vernielingen werden gesteund door soldaten, die lustig de geplunderde kelders mee hielpen leegdrinken.
Als gevolg van de negatieve buitenlandse reacties op deze onlusten verbood minister van Justitie Joseph Lebeau met de wet van 25 juli 1834 elk publiek uiten van een Orangistische overtuiging. Na de aanvaarding van het vredesverdrag in 1839 werd deze wet op non-actief gezet.
De gemeentewet van 1836 maakte het door de centrale benoeming van burgemeesters onmogelijk dat felle Orangisten nog een stad konden besturen. In gemeente- en provincieraden geraakten verschillende Orangisten verkozen. Het Orangisme kreeg zijn doodsteek nadat koning Willem I in 1838 het Verdrag der XXIV Artikelen aanvaardde en dit in 1839 werd geformaliseerd.

Metdepenningen
Alleen in Gent bleven notabelen volharden in hun overtuiging. Een van hun leiders was advocaat Hippolyte Metdepenningen. Met andere Orangisten richtte hij een club op, La Concorde. Hun doelstellingen werden politiek vertaald in de kiesvereniging Société des Amis de l’Ordre et du Repos Public. De vrijmetselaarsloge Le Septentrion waar hij, van 1831 tot aan zijn overlijden in 1881, de achtbare meester van was, bleef het laatste bastion van het Orangisme in België. Een laatste krachtmeting waarbij de Orangisten in Gent werden geviseerd, was tijdens de onlusten in de door crisis getroffen katoennijverheid in oktober 1839. De regering reageerde met hervormingen van de graanwet die in goede aarde vielen bij arbeiders en Orangistische industriëlen: brood en lonen werden goedkoper. Het begin van het einde van het Orangisme in Gent, dat na de gemeenteraadsverkiezingen van 1842 versmolt met de nieuwe antiklerikale liberale beweging in Gent.
(Harry van Royen)

Het volledige artikel, geïllustreerd, staat in de nieuwste G-Geschiedenis, nu overal te koop voor slechts 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder