Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

De Hanze verbindt

23 oktober 2013 [412] Olivier Keun

Vrije steden, eerlijke kooplui – samen vormen ze de roemrijke, machtige Hanze. Het lijkt zo eenvoudig, maar zo is het niet. Het systeem van het hanzeverbond was behoorlijk ingewikkeld en ook niet zo stabiel als we nu denken. Een reis door de geschiedenis van vier oostelijke Hanzesteden: Krakau, Riga, Danzig en Breslau.

Dertien jaar geleden bekrachtigden de 177 steden uit 16 Europese landen hun bondgenootschap, eendrachtig en unaniem. Het eerste echte statuut van de Hanze is een feit. We schrijven 29 mei in het jaar onzes Heren 2000. Waar men in de Middeleeuwen ondanks de enorme omvang en economische invloed niet in slaagde, dat lukt de Nieuwe Hanze wel. Het moderne verbond werd in in 1980 in Zwolle opgericht en onderscheidt zich op één belangrijk punt van zijn voorganger: de Nieuwe Hanze drijft geen handel.

Reisgezelschappen
En dat was nu juist zo’n beetje het enige oogmerk van de historische Hanze: kooplieden wilden op grote schaal handel drijven in Europa, en veel geld verdienen. Wat ze daarvoor nodig hadden waren privileges en bescherming tegen concurrenten en rovers, zowel in de gastlanden als in eigen land en verkregen van stedelijke of landsheerlijke overheden, zoals de keizer. Zelf vormden ze reisgezelschappen, want die boden de beste garantie. Historicus Rolf Hammel-Kiesow over de dudesche hense: ‘De Hanze was een organisatie van Nederduitse kooplieden enerzijds en van zo’n 70 grote en 100 tot 130 kleine steden anderzijds, waar die kooplieden het burgerrecht hadden. (…) De Hanze was een handelsorganisatie, maar had ook politieke aspecten.’ Toch was het bondgenootschap nooit buitensporig hecht; Hammel-Kiesow rept zelfs van een ‘verbond van egoïsten’. De bloeitijd van de Hanze lag tussen 1370 en 1474, hoewel ook daarover discussie bestaat.

Geen stedenbond
Dé Hanze als entiteit heeft dus nooit bestaan, al zagen 19de-eeuwse geschiedschrijvers dat graag anders. Het was geen machtige, hiërarchische of stabiele stedenbond die tot de nationale verbeelding sprak. Ook was er geen uniform zegel, of een koggenvloot, of een oprichtingsdatum die voor een duidelijk imago had kunnen zorgen. Zelfs de benaming Hanze is pas later in zwang geraakt. De term Hanze werd vanaf het midden van de 14de eeuw gebruikt voor groepen reizende handelslui. Voor die tijd bestond er waarschijnlijk niet eens een algemene naam voor dit soort reisgezelschappen. Hanze betekent zoiets als ‘groep’ en de naam duikt voor het eerst op in 1282 in Londen: de mercatores de hansa Alemanie – zoals de Duitse kooplui zich noemden – spraken af dat ze gezamenlijk voor het onderhoud van een stadspoort zouden zorgen. Maar 1282 is niet het jaar van oprichting, net zomin als 1143, toen Lubeke (Lübeck) door graaf Adolf II van Holstein tot civitas werd verheven. Dat verschafte de kooplieden meer rechtszekerheid en een vrije doortocht naar de Baltische landen en de haringmarkten in Skåneland. Ook 1159 kan niet als oprichtingsjaar dienst doen. In dat jaar kreeg Hendrik de Leeuw belangstelling voor Lübeck en liet hij de Oostzeestad na een brand herbouwen. Bovendien maakte hij een eind aan de ruzie tussen Gotlandse en Duitse kooplui, door beide partijen in het ‘Artlenburger privilege’ bepaalde rechten te verlenen. Maar ook dit was niet het echte begin van de Hanze. In navolging van het Verbond van Gotlandvaarders, dat door Hendrik de Leeuw werd gesteund, vormden zich steeds meer Nederduitse reisgezelschappen die hun weg vonden naar het westen, noorden en oosten. Vlaanderen – De Nederlanden – Londen – Lübeck – Oostzee – Novgorod: dat was hun route. De bevolkingsaanwas was hun belangrijkste drijfveer, maar ook de zucht naar vrijheid en autonomie speelde een rol. Toch waren het nog steeds de kooplui die het Hanzerecht bezaten en hun steden tot Hanzesteden maakten – en niet andersom.

Handelskantoren
In het oosten haalden ze pelzen, was en grondstoffen, in ruil voor westerse eindproducten als laken. In Novgorod, Bergen, Brugge en Londen bezat de Hanze handelskantoren, die geleid werden door ‘Ältermänner’. Die zorgden ervoor dat de gemene kopmans zich aan de regels hielden. De kooplui zelf waren te herkennen aan hun gedrag, hun taal (het Nederduits; in het zuiden ook Middelduits en Oost-Middelduits) en hun sterke solidariteitsgevoel. Ze moesten Duitse ouders hebben, zich aan het Duitse recht houden en in het vak opgeleid zijn. Echte, officiële herkenningstekens had de Hanze niet, maar misschien zouden de koggen met één mast ervoor door kunnen gaan, of de bekende baksteen van de koopmanshuizen uit deze periode.
Gedurende de Late Middeleeuwen kwam er gaandeweg meer structuur in de Hanze en sloten de kooplui zich steeds hechter aaneen. Toch zullen de hanzeaten zichzelf niet als zodanig hebben beschouwd.

Soms hielp een externe prikkel: de Vlamingen beperkten de privileges en maakten het de kooplui moeilijk. De Hanze zag zich genoodzaakt te reageren en in 1358 was er een eerste Hanzedag, waarop tot een blokkade werd besloten. Bovendien noemde men zich nu dudesche hense en niet meer mercatores imperii of gemene kopmans. Was dit nu de eerste echte Hanzedag, of was die al in 1356? In dat jaar is er ook voor het eerst sprake van een driedeling: Gotlands-Lijflands-Zweeds, Wendisch-Saksisch en Westfaals-Pruisisch. Uiteindelijk is niet te zeggen wanneer de eerste echte Hanzedag plaatsvond, maar het feit dit soort bijeenkomsten plaatsvond geeft wel een trend richting hanzeatische samenwerking aan. De steden vaardigden raadsleden af, die geacht werden op te komen voor het belang van hun eigen stad, al kon diezelfde stad de genomen beslissingen ook weer verwerpen als het zo uitkwam.
De Hanze ontpopte zich gaandeweg als een aantrekkelijke machtsfactor. Het was dan ook niet verwonderlijk dat het verbond al spoedig in een oorlog verwikkeld raakte, in 1361 tegen de Deense koning Waldemar Atterdag. De overwinning zorgde voor meer invloed en verantwoordelijkheid van de 14de-eeuwse Hanze, die zich dan ook steeds vaker geconfronteerd zag met de machtsaanspraken van de adel. De Dertigjarige Oorlog bemoeilijkte handelsactiviteiten en de concurrentie verhevigde. Bij de Vrede van Westfalen werd de Hanze expliciet vermeld en daarmee feitelijk tot lid van het Rijk verheven, maar dit formele succes kon de neergang niet meer stoppen. Te veel steden zagen geen voordeel meer in het verbond en wendden zich af van de Hanze. In 1669 vond de achteraf bezien laatste Hanzedag plaats en uiteindelijk waren alleen Lübeck, Hamburg, Bremen, Danzig, Rostock, Brunswijk, Hildesheim, Osnabrück en Keulen nog overgebleven.
Pogingen de Hanze als economische bond nieuw leven in de blazen zijn nooit geslaagd, maar toch leeft de Hanze, ruim driehonderd jaar later nog steeds voort. Nu in de vorm van de ‘Nieuwe Hanze’, een verbond gericht op samenwerking op het gebied van economie, toerisme en cultuur.
(Janina Lingenberg)

Lees ook de artikelen over de vier Hanzesteden: koop de nieuwste G-Geschiedenis of neem een abonnement (zie www.g-geschiedenis.eu)


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder