Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Kauwgom, een taai snoepje

07 oktober 2013 [412] Olivier Keun

‘Wij waren twee vriendinnen die samen kauwgom van de straat krabden en daar smakelijk een middagje op kauwden. 's Avonds ging de kauwgom in een bakje water en de volgende dag kauwden we onverdroten door.’ Echte vriendschap is iets moois, zo laat deze jeugdherinnering uit de jaren vijftig van een meisje uit Amsterdam-West zien. Maar het zegt ook iets over kauwgom. Dit taaie snoepje was na de Tweede Wereldoorlog in korte tijd in onze streken heel populair geworden.

Al in de Steentijd werd er gekauwd. Zo is in Zweden een klompje gevonden dat zeker 9000 jaar oud moet zijn. Nog duidelijk zijn de tandafdrukken van de gebruiker zichtbaar. Het brokje bestond uit berkenhars en hoewel bekend is dat deze hars desinfecterend werkt, is het waarschijnlijker dat het werd gekauwd vanwege de licht stimulerende werking ervan. Ook de oude Grieken kauwden hars. Maar het verhaal van de moderne kauwgom begint in Midden-Amerika bij het volk van de Azteken.

Melkachtige stroop
De Azteken kauwden het ingedroogde sap van de sapodilla. Deze boom maakt bij beschadiging een melkachtige stroop waarmee de wond wordt afgeschermd. Dit taaie goedje werd tziktli, genoemd, wat ‘kleverig spul’ betekent. Het kauwen van chicle (zoals het door de Europeanen werd genoemd) zorgde voor een frisse mond en gebeurde veel. Toch had de chicle bij de Azteken niet zo’n beste naam. Alleen kinderen en ongetrouwde vrouwen mochten het in het openbaar kauwen. Vrouwen die het openlijk kauwden werden verdacht van lichte zeden. De Spaanse chroniqueur Fray Bernardino de Sahagun schreef hierover in de 16de eeuw: ‘De slechte vrouwen, de hoeren, tonen weinig fijne manieren. Zij kauwen openlijk chicle waarbij hun kaken klakken als castagnetten’. Het kauwen van chicle door mannen werd sterk afgekeurd. Zij die het toch deden werden beschouwd als homoseksuelen.
Ook in de Verenigde Staten was het fenomeen kauwgom niet onbekend. Sommige indianenstammen in het noordoosten kauwden het hars van de den, een gewoonte die door westerse nieuwkomers werd overgenomen. Een krant in Philadelphia maakt in 1836 gewag van het gerucht dat er zelfs meisjes waren die dennengom mengden met aarde, muskieten en dode moerasvliegen om het vervolgens al kauwend via de mond aan elkaar door te geven.

Overal wordt gekauwd
De indiaanse gewoonte inspireerde John Curtis in 1848 tot het maken van de eerste kauwgom op commerciële basis. Daarvoor maakte hij gebruik van dezelfde grondstof als de indianen: ‘spruce’; dennenhars. Hij noemde zijn product ‘State of Maine Pure Spruce Gum.’ Het werd een groot succes. Een lokale krant schreef in 1851: ‘Overal zie je mensen kauwen, kauwen, en nog eens kauwen. Mannen, vrouwen en kinderen. De dames terwijl ze naaien, de kinderen op school, ja zelfs tijdens de kerkdienst wordt er nog gekauwd’.
De Mexicaanse generaal en dictator Antonio Lopez de Santa Anna (berucht van de slag om de Alamo, waarbij hij in 1836 zo’n 200 Texaanse strijders liet doodschieten, waaronder de legendarische Davy Crockett) vroeg de Amerikaanse Thomas Adams te onderzoeken of chicle kon worden gebruikt als alternatief voor latex als grondstof voor rubber. Door de ontwikkeling van vele nieuwe toepassingen was er in die tijd namelijk een chronisch tekort aan dit materiaal. Het liep op niets uit. Indachtig het succes van de ‘sprucegum’ kreeg Adams de ingeving de chicle te gebruiken als basis voor een nieuw soort kauwgom. Het resultaat was ‘Adams New York No. 1’, een nieuw soort kauwgom uit pure chicle. Het kwam in 1871 op de markt.
De nieuwe kauwgom op basis van chicle verdrong de ‘spruce’ al snel van de markt. Het kauwde beter en behield langer zijn smaak. Toen Adams in 1906 het beroemde merk ‘chiclets’ op de markt bracht, had het nieuwe kauwgom hem allang tot een rijk man gemaakt. In zijn gouden voetsporen trad William Wrigley, Jr. Hij verkocht aanvankelijk bakpoeder, maar toen hij merkte dat het bijbehorende cadeauartikel kauwgom meer gewild was, stapte hij daar al snel op over. Rond 1900 was zijn ‘Wrigley’s Gum’ van kust tot kust verkrijgbaar en was ook Wrigley miljonair. De triomftocht van kauwgom op basis van chicle was onstuitbaar. Zo zelfs, dat de New York Sun al in die tijd klaagde over het alom verspreide kauwen ervan als ‘een vulgaire luxe welke getuigt van een slechte opvoeding’. Een klacht die tot in onze tijd doorklinkt.

Tegen zeeziekte
Voorlopig bleef kauwgom vooral een Amerikaanse aangelegenheid. Het waren opvallend genoeg de beide wereldoorlogen die de kauwgom naar Europa brachten. Al tijdens de Eerste Wereldoorlog maakte kauwgom deel uit van het rantsoen van de Amerikaanse soldaten. Artsen beweerden dat het kauwen van kauwgom niet alleen de soldaten ontspanning gaf, maar hen ook beter deed presteren. Voor de troepen in de landingsboten voor de kust van Normandië was massaal kauwgom aangerukt als middel tegen zeeziekte zodat gezegd kan worden dat velen al kauwend het strand opstormden.
(Harry Stalknecht)

Het volledige artikel lezen, met de vele illustraties? En nog tal van andere spannende geschiedenissen? Koop nu de nieuwste G-Geschiedenis! Overal te koop.


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder