Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

De verdwijning van Rudolf Diesel

19 september 2013 [412] Olivier Keun

Op 28 september 1913 bezocht de beroemde ingenieur Rudolf Diesel de Wereldtentoonstelling in Gent. De dag daarna nam hij in Antwerpen de boot naar Engeland, maar hij zette er nooit voet aan wal…. Als iemand ’s nachts van een schip verdwijnt, zijn er slechts drie mogelijkheden: hij viel overboord, hij sprong overboord, of hij werd overboord gegooid, kortom: een ongeval, zelfmoord of moord. Dat is het onopgeloste raadsel van ingenieur Rudolf Diesel.

De Duitse ingenieur verdween in de nacht van 29 op 30 september 1913 op weg van Antwerpen naar Harwich spoorloos. De laatste dagen van zijn leven bracht de ingenieur-uitvinder door in Gent, bij zijn zakenpartner en vriend Georges Carels, en bezocht er de Wereldexpo. Diesel had ernstige gezondheidsklachten en zat, ondanks zijn succesvolle uitvindingen, in zware financiële moeilijkheden. Zelfmoord leek dus niet uitgesloten. Tegelijk keek men in Duitsland met lede ogen naar zijn vele contacten met andere naties. Meer Europeaan dan Duitser, verkoos hij solidariteit boven nationalisme. De lichte dieselmotor stond voor zijn doorbraak en kon een belangrijke troef worden in de militaire build-up vlak voor de Grote Oorlog. Alle grootmachten wilden de nieuwe techniek in hun duikboten. Moest Rudolf Diesel uit de weg worden geruimd voor het te laat was? Duitse historici, als Viktor Glass, zijn van dit laatste steeds meer overtuigd.

Duitser in Parijs
Diesels ouders komen uit Beieren, maar in 1848 wijken ze uit naar Parijs, waar Rudolf op 18 maart 1858 als tweede zoon wordt geboren. Wanneer in 1870 de Frans-Pruisische oorlog uitbreekt, is het Duitse gezin in Frankrijk ongewenst en trekt vader Theodor naar Londen. Kort daarop keert de jonge Rudolf alleen terug naar Duitsland en woont er bij een oom in Augsburg. De oom is hoogleraar wiskunde en laat zijn begaafde neefje studeren aan de hogeschool in München. Diesel volgt hier onder meer de colleges thermodynamica van professor Linde, die grote invloed zal uitoefenen op zijn carrière. Linde hamert er voortdurend op dat het rendement van de bestaande stoommachines amper 10% is en dat bijgevolg 90% van de opgewekte energie nutteloos verloren gaat. Na zijn studies is Diesel werkzaam op het terrein van de koeltechniek, in de fabrieken van Sulzer in Zwitserland en daarna bij de firma Linde in Parijs, waar hij tien jaar directeur zal blijven.

Van explosie naar compressie
Terug in Duitsland gaat hij in Augsburg aan de slag om een betere oplossing te vinden voor het opwekken van energie. Zijn jarenlange experimenten zullen uiteindelijk leiden tot een eerste patent in 1893. Al het jaar daarop verwerft de Gentse firma Carels als eerste ter wereld een licentie voor de bouw van Rudolf Diesels motoren. Hoewel hij nog gebreken vertoont, is de eerste motor meteen bijna honderd percent rendabeler dan de stoommachines. Het grote verschil met de al bestaande verbrandingsmotor is dat de brandstof wordt ontstoken door de compressie in de cilinder in plaats van door een vonk. Een ontstekingsmechanisme is dus overbodig. De lucht in de cilinder wordt door de zuiger samengedrukt en in de hoogste stand van de zuiger wordt brandstof ingespoten met behulp van gecomprimeerde lucht. In 1898 mag Emanuel Nobel, neef van de beroemde Alfred, een eerste motorenfabriek bouwen in Sint-Petersburg, bestemd om zijn vloot tankers voor de in Bakoe ontgonnen olie voort te stuwen. In het begin van de 20ste eeuw wordt de dieselmotor vanwege zijn omvang alleen gebruikt in fabrieken en op schepen. Vanaf 1912 wordt hij in locomotieven geplaatst; in 1915 wordt hij aangewend in een MAN- vrachtwagen en in 1936 rolt de eerste personenwagen Mercedes-Benz van de lopende band.
Als brandstof experimenteert Diesel met kolenpoeder en dierlijke vetten. Zijn voorkeur gaat evenwel naar plantaardige olie, ‘voor de ontwikkeling van de landbouw in landen waar die gewassen worden geteeld’. Uiteindelijk wordt het toch petroleum, later de zwaardere ook al naar hem genoemde dieselolie. De groeiende invloed van de petroleumtrust is wellicht niet helemaal vreemd aan deze finale keuze. Door het succes van zijn uitvinding wordt Diesel snel schatrijk. Vrij spoedig raakt hij echter in financiële problemen, als gevolg van verkeerde investeringen, problemen met de eerste machines en geldverslindende proceskosten rond patentrechten. Bovendien gaat zijn gezondheid snel achteruit als gevolg van het onafgebroken werken: slapeloosheid, zenuwinzinkingen, migraine en hartklachten ondermijnen zijn gestel.

Vertrek zonder aankomst
Eind september 1913 reist Diesel naar Georges Carels in Gent. Samen bezoeken ze op 28 september de Wereldtentoonstelling, in het bijzonder de Hall der Machines en Electriciteit, waar de motoren geproduceerd door de Werkhuizen Carels uitgestald staan. Ondanks zijn aandringen blijft zijn vrouw Martha Flasche thuis, omdat ze bang is van ‘de wereldse drukte bij de rijke Carelsen in Gent.’ De dag daarna reist hij volgens plan door naar Engeland, samen met Carels en hoofdingenieur Alfred Luckmann, aan boord van de Dresden, die van Antwerpen naar Harwich vaart, om er een nieuwe fabriek – ‘Consolidated Diesel Manufacturing Ltd’- te openen in Ipswich. Vandaar zullen ze naar Londen gaan voor een algemene vergadering van The Diesel Engine Company. ’s Avonds dineert Diesel nog met zijn gezelschap, bij aankomst ‘s ochtends 30 september is hij onvindbaar. Zijn bagage staat onaangeroerd in zijn hut, zijn bed is onbeslapen. Een ongeval is vrijwel uitgesloten, de zee was rustig. Zelfmoord lijkt een mogelijkheid, gezien de financiële problemen, niets in het gedrag van de laatste dagen wijst echter in die richting, ook geen afscheidsbrief. Meteen doen wilde geruchten de ronde: de Duitse Geheime Dienst zou zijn contact met de Royal Navy in Londen hebben willen verhinderen en grove middelen hebben gebruikt, omdat er plannen waren om de nieuwe motoren in onderzeeërs te gebruiken. ‘Inventor thrown into the sea to stop sale of patents to British Government’, koppen de kranten. Anderen wijzen naar concurrenten of, vreemd genoeg, zelfs naar de petroleumlobby als gevolg van Diesels voorkeur voor biobrandstof, wat een doorn in het oog was van de toen opkomende oliebaronnen.

Genie zonder graf
Tien dagen later stuit een Hollands loodsschip op een lichaam, maar bergt het niet. Na het ontdaan te hebben van alle persoonlijke bezittingen, wordt het terug in zee gegooid, zoals in die tijd gebruikelijk was. Zijn zoon Eugen zal deze identificeren als die van zijn vader; een nieuwe zoekactie wordt gestart om het lijk te recupereren, maar zonder resultaat. Een autopsie komt er bijgevolg nooit. Eugen Diesel schreef in 1937 biografie over zijn vader die als volgt eindigt: ‘De plaats waar men hem op 10 oktober had zien drijven, was de zone van de Zeehondenplaat voor de monding der Oosterschelde tussen de eilanden Noord-Beveland en Schouwen. In de banken daar rust waarschijnlijk het gebeente van mijn vader.’ Hoe Rudolf Diesel precies aan zijn einde is gekomen zal voor altijd een mysterie blijven.
(André Capiteyn)

Lees het volledige artikel in de nieuwste G-Geschiedenis. Nu overal te koop!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder