Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Dansorgels: Vlaams cafévermaak

19 september 2013 [412] Olivier Keun

Wat het draaiorgel voor Nederland is, zijn dansorgels voor België. Vroeger reisden ze mee met kermissen en stonden ze in spiegelzalen, waar men er bij danste. In sommige Belgische cafés en danszalen spelen deze orgels nog af en toe.

Jan Kees de Ruijter, specialist mechanische muziek van het Museum Speelklok in Utrecht, vertelt: ‘Draaiorgels kwamen op in het verlengde van straatmuzikanten met buikorgeltjes. In het vlakke Nederland waren die zware orgels nog wel te verslepen. Belgen zijn bourgondischer; orgels om bij te dansen kwamen daar meer op.’
Omstreeks 1900 ontwikkelde Antwerpen zich naast Parijs als belangrijk productiecentrum van mechanische orgels, met als voornaamste fabrikanten Decap en Mortier. Dansorgels werden met de bijhorende orgelboeken big business. Caféhouders lieten aparte danszalen met een orgel aan hun zaak bouwen, streden om het grootste, mooiste orgel en het publiek wilde de nieuwste deuntjes horen. Kermisorgels werden veelal in draaimolens ingebouwd, maar in België en Zuid-Nederland ook wel vlak voor de kermis in enkele dagen opgebouwd in cafés, danszalen en spiegeltenten; bij kleinere cafés tegen de buitenmuur onder een dekzeil, waarna de ramen verwijderd werden, zodat ook binnen kon worden gedanst.

Aloïs Decap
De Antwerpse firma Mortier (in 1952 geliquideerd) bouwde in totaal ruim 600 orgels. Decap in Antwerpen en in Herentals bouwen en restaureren ze nu nog. Aloïs Decap was grondlegger van het bedrijf in de Antwerpse Essenstraat, waar het fabriekje nog gevestigd is. Voor 1902 speelde hij harmonica op kermissen en in cafés om als landarbeider een centje bij te verdienen. Rond 1895 kocht hij een klein orgel, geladen op een kar. Aanvankelijk getrokken door een hond, later door een muilezel, die bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog door het leger werd gevorderd. Aloïs ging met zoon Livien zelf orgels bouwen; vanaf de jaren dertig met mechanisch uitwaaierende accordeons, drumstellen (met woodblok, tamboerijn, rumbaballen) en saxofoons met openende en sluitende ventielen op het front. Begin jaren vijftig werden elektronische instrumenten toegevoegd. Het bedrijf richt zich nu voornamelijk op het restaureren van orgels.

Kleurrijke mastodonten
Mechanische orgels werden aanvankelijk aangedreven met een groot wiel, dat met de hand werd rondgedraaid. Zo werden de orgelboeken doorgevoerd en lucht aangeblazen voor de orgelpijpen (later veelal vervangen door elektromotoren en blowers). De muziek werd speciaal voor deze orgels gearrangeerd en gecodeerd middels gaatjes in de orgelboeken, waar lucht doorheen geblazen werd naar orgelpijpen. Later kwamen er ook boekenwielen, zodat meer melodieën aaneen konden worden afgespeeld. Bij sommige orgels werden muntenautomaten geïnstalleerd, zodat de bezoeker ze op verzoek konden laten spelen. In de jaren tachtig werd de muziek mede met behulp van cassettebandjes geprogrammeerd en recenter met sd-cards via computers. Maar nog steeds functioneert 90% van de orgels met boeken.
In de Brusselse deelgemeente Schaarbeek verzamelde Joseph Ghysels orgels, restaureerde ze en opende een Orgelmuseum. Toen hij te oud werd, kocht de Belgische staat de collectie, die in 2008 werd tentoongesteld in het Brusselse Jubelparkmuseum. De Vlaamse minister van Cultuur, Bert Anciaux, zei bij die gelegenheid, staande naast dansorgel ‘Continental Superstar’ uit 1923: ‘Ik ging met mijn grootmoeder in Machelen naar feestzaal Novastond, waar zo’n orgel speelde. Later zag ik ze ook in de Brusselse volkswijk de Marollen.’ Volgens Anciaux was de collectie belangrijk, omdat veel van deze kleurrijke mastodonten het veld hadden moeten ruimen vanwege de kleinere jukebox: ‘Ze worden steeds zeldzamer, omdat buitenlandse collectioneurs en musea, vooral in de Japan en VS, ze opkopen.’ De collectie Ghysels staat echter sindsdien opgeslagen in pakhuis ‘De Katoen Natie’ bij de Antwerpse haven.

Hallucinerende kleurenpracht
De klassiek vormgegeven Nederlandse draaiorgels werden op straat rondgereden met orgelmannen die met rammelende koperen bakjes geld ophaalden. In tegenstelling daarmee speelde het Belgische dansorgel binnen, in zalen en cafés. Bovendien maakte het niet alleen een ontwikkeling door van mechanisch, via elektrische tot elektronisch. Ook het design evolueerde. Zo zijn de oudere orgels rijk geornamenteerd met zwierige vormen in pasteltinten, met bloemmotieven en geschilderde taferelen, zoals luit of harp spelende vrouwen in idyllische landschappen. Latere dansorgels, zoals de ‘Organ Jazz Decap’ uit 1946, zijn duidelijk beïnvloed door Art Deco, met heldere kleuren en strakke vormen of ze zijn getooid met grote robotpoppen of baden in een hallucinerende zee van kleurenlicht, qua uitstraling niet onderdoend aan jukeboxen. Orgels uit de jaren zeventig daarentegen hebben een strak uiterlijk met fletse grijs-, oranje- en bruintinten.

Decap van Herentals
Frans Decap, zoon van Aloïs, vestigde zich in 1934 zelfstandig in Herentals. Zijn zonen Ton en Frank richten zich nog steeds op innovatie van dansorgels middels electronica en computersturing. Omdat danszalen en cafés steeds minder in trek zijn, maken ze voor liefhebbers thuis kleine muziekautomaten, qua uiterlijk een combinatie van dansorgel en jukebox of vormgegeven als een bewegende accordeon op een zuil. De muziek kan tevoren op een instrument ingespeeld worden en met alle toon- en volumenuances weer afgespeeld via kleine speakers, begeleid door ondersteunende instrumenten.
Nog steeds gaan op zondagmiddagen in de Kempen busladingen bejaarden langs betonbanen met rommelige lintbebouwing (huizen, showrooms, frietkoten) dansen in horecagelegenheden als Heidelicht en De Kaasboerin. Binnen vragen bejaarde mannen hoffelijk vrouwen met grijze permanentkapsels ten dans. Overgebleven vrouwen dansen met elkaar of in een kring wordt een gezamenlijke dansje opgevoerd. Patrick Loots, uitbater van Heidelicht: ‘Vroeger was dit een smokkelaarscafé. Er staat al veertig jaar een Decap. Hij speelt niet meer constant, maar tussen Frans Bauer en andere nummers door.’
In Antwerpen is Café Beveren langs de Kaaien beroemd om zijn Decap uit 1937 en in Rijkevorsel kun je bij De Kempenaar dansen in de ronde spiegeltent met afhangende gordijnen en glas-in-lood. Tegenwoordig speelt er meestal een orkestje, maar tussendoor verandert de orgelbelichting tijdens elke medley, koekoekswals, schlager of smartlap nog steeds van geelgroen, naar roodoranje en paarsviolet.
(Lex Veldhoen)

Het hele artikel lezen, met de vele mooie foto’s? Koop nu de nieuwste G-Geschiedenis. In elke boekhandel en betere tijdschriftenwinkel te koop!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder