Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Tuinman met groots gebaar

09 september 2013 [412] Olivier Keun

‘U bent een gelukkig man, le Nôtre’, zei Lodewijk XIV tegen zijn oppertuinman. Bij een bezoek van Le Nôtre aan de paus in Rome vielen beide mannen elkaar om de hals in euforie over de tuinplannen voor het Vaticaan.

De rust en orde in de tuinen van Le Nôtre bracht Jean de la Fontaine volgens eigen zeggen tot de mooiste fabels. André le Nôtre werd geboren in het tuinmanshuis bij de Tuilerieën op 12 maart 1613; aanleiding voor de Fransen om 2013 uit te roepen tot ‘Année le Nôtre’, waarin de 400ste geboortedag van de grote tuinier wordt gevierd met tal van tentoonstellingen en evenementen.

Le Nôtre kreeg bij wijze van spreken al in de wieg een tuinspade in zijn knuistjes geduwd. Zijn vader, grootvader, ooms en neven, allen waren zij tuinlieden. Zelfs toen de geniale André tot grote hoogte was geklommen liep hij nog altijd het liefst rond met een schop over zijn schouder. Toen Lodewijk XIV hem zei dat het tijd werd voor een blazoen koos Le Nôtre voor een wapen in de vorm van een groene schop met drie zilveren slakken, bekroond door een malse krop sla. Le Nôtre was niet een man van vernieuwingen of grote uitvindingen op tuingebied.

In al zijn eenvoud had hij de gave van het wijdse gebaar. Hij zag kans een groot ruw terrein om te toveren in een park opgebouwd in strakke symmetrie, met een variatie van groen en kleuren die aangenaam was voor de ogen, afgewisseld met waterpartijen, beelden en fonteinen, begrensd door hoge groene hagen en de toepassing van allerlei foefjes met het perspectief waardoor lanen nog langer leken dan zij al waren, bijvoorbeeld door het terrein iets op te hogen. Voor het oog daalt een weg in de verte, zoals dat in het Duits en het Engels beeldend wordt gezegd met ‘unten an der Straße’ of ‘down the road’. Een oplopend pad houdt het oog voor de gek en suggereert een veel grotere afstand. Een doorkijk op een ruim terrein, een ‘aha’, deed een besloten tuin groter lijken. Deze en andere bekende technieken wist Le Nôtre op meesterlijke wijze toe te passen.

Vaux en Versailles
De doorbraak van Le Nôtre kwam met de aanleg onder zijn leiding van de parken om kasteel Vaux-le-Vicomte, het bezit van de prachtlievende minister van Financiën Nicolas Fouquet. Toen de tuinen gereed waren en het kasteel vol kunstschatten in orde was, beging Fouquet de onhandigheid om zijn heer en meester uit te nodigen voor een ontvangst op zijn kasteel met feesten, banketten, vuurwerken, muziek en toneel zoals de talrijke gasten nog nooit hadden gezien. Lodewijk XIV voelde zich overtroffen in pracht door een onderdaan. De jaloerse en zuinige Jean-Louis Colbert stookte het vuurtje op.

De van afkomst eenvoudige Fouquet was weliswaar getrouwd met een schatrijke vrouw maar dat kon niet genoeg zijn voor de levensstijl van de minister. Fouquet werd beschuldigd van knoeierijen en gevangen genomen. Hij zou nooit meer vrij komen. Colbert nam zijn plaats in. Lodewijk XIV liet de belangrijkste kunstschatten uit Vaux naar zijn kasteel overbrengen en hij nam Le Nôtre in dienst voor de uitvoering van zijn plannen, een paleis buiten het roerige Parijs met tuinen zoals de wereld nog niet had gezien.

Het resultaat was Versailles waarmee Le Nôtre voorgoed zijn naam vestigde. Lodewijk ontving tussen zijn drukke bezigheden en talloze veldslagen zijn gasten in de tuinen. Op het brede, meer dan een kilometer lange kanaal werden met op schaal gebouwde oorlogsschepen hele zeeslagen geleverd. Op grote podia werden toneel- en balletvoorstellingen gegeven waarin Lodewijk in zijn jonge jaren graag een rol vervulde. Componisten als Lully zweepten orkesten op tot grote hoogte. Honderden fonteinen spoten tientallen meters hoog, waartoe bij Marly door de ongeletterde maar geniale timmerman Sualem Rennequin gigantische watermolens waren opgericht die via een aquaduct voor een waterspel evenveel water naar Versailles voerden als de hoeveelheid nodig voor dagelijks gebruik van geheel Parijs. Topkoks serveerden grote diners. Kunstige machines deden draken vuur spuwen en grote schelpen openklappen waaruit engelen en pages tevoorschijn sprongen. Het verwende publiek keek zich de ogen uit.

Tuinier in hart en ziel
Le Nôtre was blij als alles weer achter de rug was en hij zijn tuinlieden de orde in de parken kon laten herstellen waarbij hij zorgde voor de nodige afwisseling met het planten van telkens nieuwe gewassen of het tot twee keer per dag wisselen van honderden bloeiende planten in potten om vanaf het bordes van het paleis de tuinen telkens een ander aanzien te geven.

Le Nôtre zelf bleef een eenvoudig man. Hij trouwde met Françoise Langlois. Het stel kreeg drie kinderen die allen jong stierven. Zijn leven lang bleef Le Nôtre wonen in de eenvoudige tuinmanswoning bij de Tuilerieën. Wel propte hij het huis vol met schilderijen en boeken, zijn grote liefhebberij, tot schrik van zijn vrouw overigens. De humoristische en kunstzinnige man kende geen groter genoegen, naast zijn werk aan de tuinen, dan met gasten zijn schilderijen en boeken te bekijken.
Hij stierf op 15 september 1740 en werd begraven in de kerk van Saint Roche, vlak bij zijn tuinen. Zijn kunstwerken en bibliotheek liet hij na aan zijn geliefde koning Lodewijk XIV.

Franse tuinen in Nederland
In Nederland is André le Nôtre vooral bekend geworden door mannen als Hans Willem Bentinck, de vertrouweling van stadhouder-koning Willem III. Die maakte tijdens zijn Franse gezantschap kennis met Le Nôtre en diens werken. Bentinck nodige Le Nôtre uit in Engeland om daar te adviseren bij de aanleg van tuinen. De gevluchte hugenoot Daniël Marot, een architect en leerling van Le Nôtre, was één van de ontwerpers van de tuinen van het Loo. Het voorbeeld van Le Nôtre vond in Nederland in de eeuw na zijn dood navolging in grote parken als die bij Slot Zeist, kasteel Haamstede bij Utrecht, de helaas verdwenen kastelen Honselersdijk in het Westland en Huis te Nieuwburg bij Rijswijk en verder Middachten en Warmelo. Een enkele tuin is deels bewaard gebleven of gereconstrueerd.

Hier en daar zijn nog restanten van een vroegere ‘Franse’ aanleg aanwezig zoals het kanaal bij kasteel Renswoude. Flauwe afspiegelingen van Versailles. Veel 18de-eeuwse rijke regenten die buitens aanlegden langs de Vecht en de Amstel probeerden binnen hun beperkte ruimte Franse tuinen te imiteren met beelden, waterpartijen, doorkijkjes, hagen en hoog opspuitende fonteinen. Een heer aan de Vecht had daartoe een huis laten bouwen met extra brede goten waarin het regenwater bewaard bleef. Als hij gasten had trok een knecht een stop los in de goot en via een ondergrondse leiding spoot het water volgens de wet van de communicerende vaten letterlijk huizenhoog.
(Ruud Spruit)

De rest van het artikel lezen? Plus de prachtige illustraties bekijken? Koop G-Geschiedenis, nu in de winkel!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder