Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Moord in de badkuip

03 juni 2013 [412] Olivier Keun

Sommige fanatiekelingen willen tot elke prijs de wereld verbeteren. Jean-Paul Marat was zo iemand. In juli 1790 vond hij dat als er ‘vijf- tot zeshonderd koppen rollen, er rust, vrijheid en geluk’ zou komen. En jaar later schroefde hij zijn norm op naar 200.000, en toen werd hijzelf slachtoffer.

De goedwillende die, in naam van de humaniteit, moord predikt, is een typisch verschijnsel bij revolutionaire bewegingen. De revolutionair Marat zag overal anti-krachten waarvoor maar één oplossing gold: uit de weg ruimen, onder de guillotine. Zelfs Robespierre en Danton werd Marats radicalisme soms te bar. De arts, uitgever en agitator Marat hoort bij de bloeddorstigste aanvoerders van de Franse Revolutie en voorstanders van politiek geweld. Het schrikbewind van de Jacobijnen zou hij hebben goedgekeurd, maar zover kwam het niet: daar stak Charlotte Corday letterlijk een stokje -een dolk- voor.
De aanslag vond plaats op 13 juli 1793 in Parijs. Een klein jaar eerder betrof de eerste wet van de nieuwe Nationale Conventie de afschaffing van de monarchie, op 17 januari 1793 gevolgd door het doodvonnis voor de koning, tenuitvoer gelegd op 21 januari.
Marie Anne Charlotte Corday d’Armont stamde uit de lage adel uit Caen, waar men gematigd royalist was, maar de revolutie begroette als noodzakelijke modernisering. Men stond afwijzend tegen het geweld waarmee de omwenteling gepaard ging en met name boegbeeld Marat wekte weerzin met zijn gehits en oproepen tot afslachting. Op 9 juli 1793 stapte de 24-jarige Corday in de postkoets.
Marat, geboren in 1743 in Boudry, Zwitserland (op Pruisisch grondgebied), studeerde medicijnen en vertrok halverwege de jaren zestig voor tien jaar naar Engeland, waar hij politieke pamfletten schreef (’Ketenen der slavernij’) en medicijnen studeerde. Terug in Frankrijk verwierf hij bekendheid als publicist en agitator, met name in het radicale tijdschrift ‘L’Ami du peuple’. Het begon nog gematigd, maar werd allengs gewelddadiger en uiteindelijk struikelde het ene arrestatiebevel tegen Marat over het andere. Voorjaar 1793 kwam het tot tientallen moorden op parlementsleden; het laatste spektakelsucces van Marat, die steeds meer leed onder huidziekten en amper meer zijn woning aan de Rue des Cordeliers verliet. Zijn ziekte zou hij hebben opgelopen door langdurig onderduiken in de riolen.
Op 11 juli arriveerde Charlotte bij het poststation Place-Notre-Dame-des-Victoires in Parijs. Daar schreef ze ‘Boodschap aan die Fransen die de wetten en de vrede liefhebben’. Twee dagen later kocht ze een keukenmes. Met enige moeite wist ze Marats woning te vinden, maar de hospita en vervolgens Marats geliefde hield haar tegen. Daarna schreef ze Marat een brief, waarop een reactie uitbleef en om zeven uur ’s avonds klopte ze dan op de deur. Marat, zoals gewoonlijk in zijn blikken badkuip schrijvend vanwege zijn huidziekte, riep de bezoeker. Tien minuten zouden Marat en Charlotte gesproken hebben, vooral over contrarevolutionairen in Caen. Marat schreef voortdurend. Daarop trok Corday haar mes en stak hem in zijn keel. Ze werd overmeesterd, bekende meteen en vond op 17 juli de dood onder de guillotine.
Enkele uren voor de moord bezocht Jacques-Louis David, beroemd schilder, zijn vriend Marat. Davids schilderij van de dode Marat in zijn badkuip werd een icoon voor het einde van een bevlogen revolutionair. De onthulling van het doek, dat tegenwoordig in Brussel hangt, werd een manifestatie voor een volksheld.
(Gerd Treffer)

Lees het volledige artikel in de nieuwste G/Geschiedenis: een special over vijftig schokkende politieke moorden uit de geschiedenis. Nu overal te koop!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder