Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Spaanse wraak op de Vader des Vaderlands

14 mei 2013 [412] Olivier Keun

10 juli 1584. Het is even na twaalven wanneer in het Prinsenhof te Delft de trompet geblazen wordt ten teken dat het middagmaal wordt opgediend. Prins Willem van Oranje, die eerder die ochtend een uitgebreid onderhoud heeft gehad met de burgemeester van Leeuwarden, Rombout Uylenborgh, over allerlei Friese kwesties, staat op en vraagt de burgemeester hem te vergezellen naar de eetzaal.

Ook Willems vierde vrouw, Louise de Coligny, zijn zuster Catharina en drie van zijn dochters schuiven aan. Tijdens de maaltijd leidt de prins volgens Uylenborgh, die later zijn ervaringen die dag op schrift heeft gesteld, het gesprek en vraagt hem het hemd van zijn lijf over de politieke en religieuze toestand in Friesland. Nadat de spijzen zijn weggehaald en iedereen zijn handen heeft gewassen, staat Willem op en loopt de eetzaal uit, de hal in, waar hij wordt opgewacht door twee Engelse officieren van zijn hofhouding. Als één van hen de prins wil aanspreken ‘is hij door een Bourgondiër moorddadig met een buks, die met drie kogels was geladen, neergeschoten en onmiddellijk daarna standvastig gestorven’, aldus het wel erg beknopte en nuchtere verslag van ooggetuige Rombout Uylenborgh.

Op basis van dit verslag van Uylenborgh hebben sommigen gemeend te mogen concluderen dat de prins onmiddellijk is gestorven en dus onmogelijk zijn fameuze laatste woorden ‘Mon Dieu, ayez pitié de mon âme et de ce pauvre peuple’ (Mijn God, heb medelijden met mijn ziel en met dit arme volk) heeft kunnen uitspreken. Zeer recent onderzoek van een team van forensisch experts die de moordaanslag met de modernste technieken gereconstrueerd en het sectierapport, dat na de dood is opgesteld door de Delftse artsen Pieter van Foreest, de lijfarts van de prins, en Cornelis Buysen, uitvoerig hebben bestudeerd, heeft deze conclusie bevestigd. Volgens de onderzoekers heeft de dader met zijn pistool met één schot drie loden kogels afgevuurd die de linkerborst en het hart van de prins hebben geraakt, waardoor deze op slag dood moet zijn geweest. Probleem echter is dat onmiddellijk na de dood van de prins talrijke pamfletten zijn gepubliceerd en brieven zijn geschreven waarin duidelijk wordt beschreven dat de prins niet op slag dood was en wel degelijk, toen hij in elkaar zakte, zijn laatste, mooie en verhevene woorden heeft gesproken. Daarbij wordt dan onder andere verwezen naar de stalmeester Jacques de Malderee, die bij het betreden van de hal vóór de prins liep en hem opving nadat hij was neergeschoten. Volgens deze zegsman heeft de stervende prins nog enige woorden kunnen zeggen. Opmerkelijk is ook dat enige uren na de moord de vertegenwoordigers van de Staten van Holland en West-Friesland in het voormalige Sint-Agathaklooster ter vergadering bijeenkwamen. In de notulen van deze bijeenkomst wordt uitgebreid stilgestaan bij de gebeurtenissen kort daarvoor en ook in deze notulen wordt vermeld dat Willem van Oranje gestorven is na het uitspreken van zijn beroemde tekst. Critici wijzen er echter op dat de statenleden moedwillig de dood van de prins fraaier hebben voorgesteld dan die in werkelijkheid was. Willem was het boegbeeld van de opstand tegen Spanje en zo’n belangwekkend persoon kon niet zo maar ineens sterven zonder enkele opwekkende en inspirerende woorden voor zijn volgelingen te hebben nagelaten. En daarom grepen zij terug op de door de prins zelf geschreven Apologie uit 1581 waarin hij uitlegde waarom hij zijn eed van trouw aan koning Filips II van Spanje had opgezegd en waarin hij min of meer gelijkluidende woorden had gebruikt. Diezelfde critici wijzen er dan ook op dat deze zin De Malderee in de mond is gelegd. Kortom, de vraag of hij het heeft gezegd of niet, blijft onbeantwoord. Ook op de vraag op welke plek Willem van Oranje is gestorven kan geen eenduidig antwoord worden gegeven. Diverse bronnen namelijk vertellen dat na het fatale schot Willems zuster Catharina de trap afrende, op één van de treden ging zitten en daar het hoofd van haar zwaargewonde broer in haar schoot legde. Louise de Coligny ging vervolgens naast haar zitten en hoorde hoe haar schoonzus het gebed ‘Heer, in uw handen beveel ik mijn geest’ aan Willem voorzei. De prins kon de woorden echter niet meer herhalen en slechts mompelen ‘Ja’. Vervolgens raakte hij buiten bewustzijn, waarna hij naar de eetzaal werd gebracht en op een tafel gelegd waar hij overleed. Het sectierapport van Foreest en Buysen daarentegen meldt dat de prins twee maal de naam van de Almachtige heeft geroepen alvorens te sterven, zonder echter de plek te noemen waar de prins de geest gaf.

Over het uiteindelijke lot van de moordenaar heerst minder onduidelijkheid. Direct na de aanslag vluchtte hij weg, waarbij hij zijn andere met twee kogels geladen pistool van het type radslot verloor. Op de stadswal, net voordat hij in de vestinggracht wilde springen, kon hij worden overmeesterd door een page van de prins en toegesnelde burgers en soldaten. Bij zijn fouillering bleek hij twee half opgeblazen varkensblazen bij zich te hebben die hem drijvende moesten houden bij het overzwemmen van de stadsgracht. Tijdens zijn verhoor, waarbij het er zeker niet zachtzinnig aan toe ging, legde hij een volledige bekentenis af. Zijn werkelijke naam was niet Guyon, maar Balthasar Gerards, 27 jaar oud en geboren in Vuillefans bij Besançon. Al enkele jaren eerder had hij het plan opgevat om prins Willem van Oranje, in zijn ogen een ‘verderver van de christenheid’, te vermoorden. Zo vertelde hij zijn ondervragers dat zes jaar geleden tijdens een pittig gesprek over godsdienstzaken de naam van de protestant Willem van Oranje viel. Hij was toen opgesprongen en had woedend een mes gepakt en dat naar een deur gegooid, waar het wonder boven wonder in bleef steken. Was die deur maar Willem van Oranje geweest, had hij toen uitgeroepen. Zijn gesprekspartners hadden hem terechtgewezen. Een gewoon burger had niet het recht iemand van zulk een hoge komaf te vermoorden, tenzij daartoe gewettigd door een nog hoger geplaatst iemand. Welnu, aldus Gerards, dat moment kwam toen koning Filips II van Spanje in 1580 zijn vroegere vertrouweling in de ban deed en een ieder opriep om deze prins, ‘de vijand van de mensheid, algemene pest voor het christendom, schurk en verrader’, te vermoorden. Voor deze christelijke daad zou de wreker van het rooms-katholicisme rijkelijk beloond worden: 25.000 dukaten, kwijtschelding van eventueel nog uitstaande straffen en verheffing in de adelstand. Het was, zo getuigde Gerards, alsof Filips II zich persoonlijk tot hem had gericht. Vanaf dat moment stond zijn besluit dan ook vast; hij was geroepen Willem van Oranje te vermoorden.

Om zijn voornemen uit te voeren ging hij uiterst secuur te werk. Hij nam dienst bij de Spaanse stadhouder van Luxemburg om informatie te verzamelen waar Willem mogelijk iets aan had om zich zo toegang te kunnen verschaffen tot de prins. In 1582 had hij zijn huiswerk af, maar voordat hij zich naar Antwerpen wilde begeven waar de prins zich toen bevond, biechtte hij zijn plannen op aan twee priesters, omdat hij er zeker van wilde zijn dat hij een God welgevallige daad ging verrichten. Beide geestelijken spraken hem moed in en gaven hem hun zegen.
De twintigjarige klerk Jean Jaureguy was hem echter voor. Op 18 maart 1582 wist hij, daartoe aangezet door zijn biechtvader, door te dringen in de Antwerpse paleis van

(Ben Speet)

Verder lezen, het hele artikel zien? Plus nog véél meer? Koop nu de special van G/Geschiedenis over vijftig schokkende aanslagen uit de wereldgeschiedenis. Nu in de winkel te koop!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder