Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Raspoetin, kwade genius aan het tsarenhof

14 mei 2013 [412] Olivier Keun

Met zijn geraffineerde inlevingsvermogen, berekenende onbeschoftheden, therapeutische gaven en religieuze zendingsdrang werd de 'man van God' intimus van tsarenfamilie en hofhouding. Zijn fout was dat hij daarbij te veel vijanden maakte. Een wrede dood was zijn deel.

In de ochtend van 19 december 1916 staken voorbijgangers de Nieuwe Petersbrug over die de oevers van de Kleine Newa met elkaar verbindt. Vanaf de brug riep iemand: ‘Kijk, daar verdrinkt iemand!’ De mensen haastten zich naar de oever. Daar aangekomen zagen ze een afschrikwekkend beeld: In het met ijsschotsen bedekte water dreef een bloederig lijk van een man met baard. Zijn handen, bevroren en geboeid, staken in de lucht. Het lichaam werd vervoerd naar de Militaire Medische Academie in Petrograd, zoals St. Petersburg sinds 1914 werd genoemd. Hier werd de man geïdentificeerd als Grigori Jefimovitsj Raspoetin, de ‘grijze eminentie’ van Rusland, door zijn tegenstanders ook ‘krankzinnige monnik’ of ‘heilige duivel’ genoemd. Hij was een paar dagen eerder, in de nacht van 16 op 17 december, gedood. De moord vond plaats in het paleis van vorst Joesoepov aan de Mojka-Oeverstraat nummer 94. Eigenaar van dit imposante bouwwerk was vorst Felix Feliksovitsj Joesoepov (1887–1967), echtgenoot van de nicht van de tsaar en lid van de Doema, het Lagerhuis van het Russische parlement. De Joesoepovs behoorden tot de invloedrijkste families van het tsarenrijk.

Op 16 december had Joesoepov de ‘geleerde monnik’ Raspoetin uitgenodigd in zijn paleis met het plan hem te vermoorden. Hij was daartoe gekomen na een ophitsende toespraak van Vladimir Poerisjkevitsj (1870–1920), zijn collega in de Doema. De spreker ging tekeer tegen de ‘duistere krachten die het land in hun greep houden en de wil van de heersers lam leggen’. Hij noemde de boosdoener bij naam: ‘Raspoetin is de kwade genius. Het voortbestaan van het rijk wordt bedreigd!’ Joesoepov vond in de lievelingsneef van de tsaar, grootvorst Dimitri Pavlovitsj Romanov (1891–1941), een handlanger. De biseksuele Joesoepov had een relatie met Romanov. Het verbond van samenzweerders werd aangevuld met officier Soechotin en legerarts Lazovert.
Er zijn geen verklaringen van ‘neutrale’ getuigen over het verloop van de moord op Raspoetin. Joesoepov lokte Raspoetin naar verluidt naar de kelder van zijn paleis. Hier had hij een ruimte bewoonbaar gemaakt. Boven klonk dansmuziek. Raspoetin moest in de veronderstelling zijn dat daar een aantal dames op hem wachtte. De handlangers van Joesoepov zorgen voor de nodige achtergrondgeluiden.
Joesoepov voerde Raspoetin met cyaankali vergiftigd gebak en wijn. Raspoetin bleef echter in leven. Hij sleepte zich naar het paleis en begon te zingen. Joesoepov schoot Raspoetin vervolgens in zijn rug, maar dit bracht hem nauwelijks aan het wankelen. In paniek riep de vorst zijn handlangers. Nu schoot Poerisjkevitsj vier keer op Raspoetin. Die leefde daarna nog steeds. Daarop boeiden de samenzweerders de ‘monnik’ en gooiden hem in een wak in de Newa zonder hem te verzwaren, zodat hij weer boven kwam drijven.

De moordaanslag werd nooit volledig opgehelderd. De politie kon geen uitgebreid onderzoek doen naar de moord, omdat de tsaar dwarslag. Het autopsierapport stelde dat Raspoetin niet werd vergiftigd, maar bevatte verder zulke gruwelijkheden dat de tsaar de autopsie liet staken. Hij wist dat zijn vrouw het rapport zou lezen en wilde haar de details niet aandoen.
Op Raspoetins lichaam vond men naast de schotwonden ook talloze bloeduitstortingen en kneuzingen, zijn rechteroog was verwond en zijn testikels waren verbrijzeld. Raspoetin kwam dus anders aan zijn einde dan de daders iedereen wilden laten geloven: De samenzweerders wilden Raspoetin dwingen een bekentenis af te leggen over zijn handelingen en probeerden hem intieme details over zijn relatie met de tsarina te ontlokken. Toen Raspoetin bleef zwijgen werd hij door hen gefolterd, vermoord en in de Newa gegooid.

De moordenaars kwamen er vanaf met een lichte ‘straf’. De familieraad van de Romanovs dreigde de tsaar namelijk ten val te brengen indien grootvorst Dimitri werd veroordeeld. Desondanks plaatste de tsaar Dimitri over naar een afgelegen garnizoen aan de grens met Perzië. Voor de grootvorst was dit een geluk bij een ongeluk: toen in 1917 de Oktoberrevolutie uitbrak, vond hij snel asiel in buurland Perzië. Van daaruit kon hij tijdens de Oktoberrevolutie in 1917 namelijk in ballingschap gaan. Ook voor vorst Joesoepov was het huisarrest een bijzonder milde straf. Voor de rest gingen allen die van de moord op de hoogte waren en alle verdere handlangers vrijuit.
Raspoetin werd op 21 december 1916 onder strikte geheimhouding begraven op Zarskoje Selo, het terrein van de residentie van de tsaar. Eeuwige rust was hem echter niet gegund: Op 8 maart 1917 schond een revolutionaire soldateska het graf. Drie dagen daarna maakten soldaten een brandstapel en verbrandden de lijken. Tsarin Alexandra huilde toen ze over het voorval hoorde: ‘Nu is alles verloren, precies zoals de geliefde Grigori het had voorspeld. Mijn leven heeft geen zin meer.’

Want het was Raspoetin die haar ooit de zin om te leven liet hervinden. In oktober 1912 viel Alexandra’s enige zoon, de destijds achtjarige troonpretendent Aleksej, en verwondde zich daarbij. Een catastrofaal ongeluk, want de tsarevitsj leed aan hemofilie. Ondanks de inspanningen van de beste artsen konden de bloedingen niet worden gestopt. Toen de artsen Aleksej al hadden opgegeven, richtte de tsarina zich in haar wanhoop tot haar hofdame Anna Vyrubova die contact had met de ‘wondergenezer’ Raspoetin. Onmiddellijk telegrafeerde de hofdame aan Raspoetin: ‘Artsen radeloos. Uw gebeden zijn onze enige hoop.’ Na ontvangst van het bericht zei Raspoetin tegen zijn dochter Maria: ‘Ik ga nu proberen één van de moeilijkste en meest mysterieuze rituelen ten uitvoer te brengen.’ Daarna, aldus Maria, ‘knielde mijn vader voor het beeld van de heilige Maria neer, raakte in trance en bad voor de tsarevitsj. Toen viel hij op de grond, waarna zijn lichaam krampachtige stuiptrekkingen maakte. Ik dacht, dat hij in doodsnood verkeerde.’
Na wat voelde als een eeuwigheid, opende Raspoetin zijn ogen, ging aan tafel zitten en schreef zijn antwoordtelegram aan de tsarina: ‘Wees niet bang. God heeft je tranen gezien en je gebeden verhoord. Je zoon blijft leven.’ Daarna stopten de bloedingen inderdaad en Aleksej herstelde.
Voor de tsarina was Raspoetin voortaan een heilige die door God was gezonden. Wat haar persoonlijk in de wonderdoener aantrok, was echter niet alleen zijn geneeskracht. Raspoetin bevrijdde haar van haar schuldgevoelens: Als moeder gaf ze de hemofilie door aan haar zoon, een noodlottige erfenis van haar grootmoeder, de Engelse koningin Victoria.

Uit dankbaarheid nodigde de tsaar Raspoetin uit in zijn zomerpaleis. Raspoetin werd hierdoor aan het hof geïntroduceerd; macht en invloed lagen voor het grijpen. Hij maakte daar dan ook gretig gebruik van. Vooral de dames in het gezelschap liepen met hem weg. De heren waren echter ook van hem onder de indruk. De tsaar hield weliswaar afstand tot Raspoetin, maar was hem wel dankbaar voor het redden van het leven van zijn zoon. Nicolaas II zag in de ‘monnik’ de oerkracht van het Russische volk.
Hoe meer de ‘heilige’ echter het leven van het keizerlijke paar binnendrong, des te meer voelden de zittende hoogwaardigheidsbekleders zich bedreigd. Op hun aandringen verbande de tsaar de ‘provincieboer’ voorlopig uit het hof. Na de ‘wonderbaarlijke genezing’ van de tsarevitsj rees de ster van Raspoetin snel.
De ‘Siberische plaaggeest’ kreeg echter steeds meer tegenstanders die beseften dat moord de enige manier was om Raspoetins invloed te doen stoppen. Op 29 juni 1914, één dag na de moordaanslag in Sarajevo, stak een vrouw in op Raspoetin, opgehitst door jaloerse geestelijken.
Tijdens Raspoetins verblijf in het ziekenhuis brak de Eerste Wereldoorlog uit, waarvoor Raspoetin de tsaar uitdrukkelijk waarschuwde: ‘Beste vriend, een verschrikkelijk gevaar bedreigt Rusland. Een eindeloos leed!’ Dit klopte helemaal: Al in de eerste jaren van de oorlog tegen de Centrale mogendheden verloor Rusland 3,8 miljoen soldaten. De situatie ging daarna van kwaad tot erger: een catastrofale militaire positie, enorme hongersnood, bloedige demonstraties. De grootmacht Rusland wankelde en daarmee ook het tsarisme. Machtige conservatieven bestempelden Raspoetin als aanstichter van het onheil. In november 1916 ontstond in de Doema veel tumult. ‘Raspoetin moet weg!’, ‘Dood aan Raspoetin!’ riepen enkele Kamerleden.
Raspoetin zag zijn einde naderen. Op 24 november 1916 schreef hij een laatste brief aan Nicolaas II: ‘Wanneer je de klok hoort luiden met het nieuws dat Grigori is vermoord, weet dan dit: wanneer jouw familieleden mijn dood hebben veroorzaakt dan zal niemand uit jouw familie, zelfs geen kind van een familielid, nog langer dan twee jaar leven. Ze worden door het Russische volk gedood!’ De moordenaar van Raspoetin, vorst Joesoepov, was, zoals bekend, een naaste verwant (en stierf pas in 1967).

Toen de tsarenfamilie door de Bolsjewieken gevangen werd genomen, aanvaardde ze haar lot met een opmerkelijke rust en gelatenheid. Misschien was dat wel omdat precies dat gebeurde wat Raspoetin had voorspeld. Op 16 juli 1918 werden tsaar Nicolaas en zijn familie bij Jekaterinenburg doodgeschoten. Joesoepov verliet na de revolutie met zijn familie Rusland en ging naar Parijs in ballingschap. Van zijn onmetelijke rijkdom kon hij weinig meenemen, zoals enkele schilderijen van Rembrandt.

Bio: Grigori Jefimovitsj Raspoetin

…zag op 10 januari 1869 in Pokrovskoje in West­Siberië het levenslicht. De familienaam betekent ‘wildeling’ of ‘naarling’. De jonge Grigori werd één van de voddenpelgrims die door het land trokken en dankzij hun voorspellende gaven werden vereerd. Grigori, die zich graag als een lompe boerenpummel gedroeg, beschikte over een uitstekend analytisch denkvermogen en had een feilloos instinctief inlevingsvermogen. Dit ging gepaard met een bijna duivelse uitstraling. Daarnaast had hij een imposant postuur. Dit waren allemaal eigenschappen die verleidelijk werkten. Vrouwen in zijn nabijheid ‘gedroegen zich alsof ze zouden gaan smelten’, merkte de Ochrana, de tsaristische geheime politie, op.
Negatief aan Raspoetin waren zijn opvliegende karakter, zijn gewetenloosheid, zijn tomeloze genotsleven en zijn overdreven gevoel van eigenwaarde. Niet alleen de Russische adel, die rechtstreeks hinder ondervond van Raspoetin, maar ook grote delen van het volk namen aanstoot aan zijn dronkemansuitspattingen.
Op 27 augustus 1910 werd een aanslag op hem gepleegd. Raspoetin besprong zijn tegenstander als een dier. Twee agenten van de geheime politie, die altijd in zijn buurt waren, redden hem. Toen hij in 1911 in Constantinopel na een avontuurtje met een vrouw werd gearresteerd, zorgde de tsaar ervoor dat hij weer werd vrijgelaten. Raspoetins ster was toen echter al tanende…
(Harry D. Schurdel)

Lees het hele artikel in de nieuwste G/Geschiedenis! Nu overal te koop!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder