Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Erich Kästner en de nazi-boekenverbrandingen

14 mei 2013 [412] Olivier Keun

Tachtig jaar geleden, op 10 mei 1933, brandden op het Opernplatz in Berlijn en in tal van andere Duitse steden boeken van linkse en joodse schrijvers zoals Thomas Mann, Erich Maria Remarque en Karl Marx. Erich Kästner schreef er een ooggetuigenverslag over.

Op de avond van 10 mei werd het werk van de joodse auteurs Lion Feuchtwanger, Stefan Zweig en Kurt Tucholsky in de vlammen geworpen. Ook het oeuvre van de gebroeders Mann, van Erich Kästner en van de vliegende reporter Egon Erwin Kisch moest eraan geloven. Hetzelfde lot ondergingen de boeken van Ernest Hemingway, John Dos Passos, Upton Sinclair en Jack London. Heel wat auteurs uit de Sovjetunie worden in de vuurpoel gegooid: Maxim Gorki, Isaak Babel, Alexandra Kollontai en Ilja Ehrenburg. Verder de Fransman Henri Barbusse (‘Het vuur’) en de Tsjech Jaroslav Hašek (‘De lotgevallen van de brave soldaat Švejk’). Dat initiatief van rechtse studenten werd door de nazi’s gesteund. Een bedrijf dat gespecialiseerd was in de pyrotechniek nam eerst poolshoogte en constateerde dat het hoofdstedelijk plaveisel niet onder de hitte zou lijden, als er maar voldoende zand onder de brandstapel werd gelegd.

Schrijver Erich Kästner (1899-1974), wiens eigen boeken, waaronder de roman ‘Fabian’, werden ‘terechtgesteld’, stond op de avond van 10 mei op het Opernplatz. In ‘Kennst du das Land, in dem die Kanonen blühen?’ beschreef Kästner later hoe beroerd hij zich had gevoeld toen hij zijn werk zag branden: het was alsof hij zijn eigen begrafenis bijwoonde. Toen hij door de omstanders werd herkend, zette Kästner het op een lopen, uit angst gemolesteerd te worden. Kästners verslag verscheen nu samen met drie andere opstellen over het verbranden van literatuur in een kleine publicatie onder de titel ‘Über das Verbrennen von Büchern’.
Volgens Kästner was Joseph Goebbels verguld met de boekenverbranding, vooral omdat de nazi-propagandaminister op een verdoken manier wraak kon nemen voor zijn mislukte schrijverscarrière. In 1929 publiceerde Goebbels bij de extreemrechtse uitgeverij Eher zijn roman ‘Michael. Ein deutsches Schicksal in Tagebuchblättern.’ Niemand keek ernaar om. Meer succes had Goebbels’ geschiedenis over de opgang van het nazisme, ‘Vom Kaiserhof zur Reichskanzlei’, dat bij dezelfde uitgever tot 1943 eenenveertig keer werd herdrukt. Maar dat was dan ook verplichte lectuur.
In de nacht van 10 op 11 mei prees Goebbels op het Opernplatz de vurige studentenactie tegen de ‘on-Duitse geest’. Goebbels’ speech werd rechtstreeks door de radio uitgezonden en een dag later noteerde hij in zijn dagboek: ‘In de late avond een redevoering op het Opernplatz. Voor de brandstapel van de “Schmutz und Schundliteratur” die door de studenten in de fik is gestoken. Ik ben in topvorm. Enorme volkstoeloop.’

In ‘Über das Verbrennen von Büchern’ plaatst Kästner het autodafe van 1933 in een ruimere context. Hij herinnert aan de boekenverbrandingen onder Cortés, Cromwell en Calvijn. In 1965 werd Kästner nog eens het slachtoffer van een openbare boekenverbranding. Een fundamentalistische christelijke groepering verbrandde in 1965 in Düsseldorf romans van hemzelf en verder van Günter Grass, Albert Camus, Vladimir Nabokov en Françoise Sagan.
In zijn boekje doet Erich Kästner een oproep om de symptomen van de tirannie vroeg genoeg te bestrijden: ‘Dreigende dictaturen kunnen alleen bestreden worden voor ze de macht overgenomen hebben. Dat is een kwestie van de agenda, niet van de heldhaftigheid.’
Piet de Moor/Knack
Erich Kästner, ‘Über das Verbrennen von Büchern’, Uitgeverij Atrium, Zürich 2013, 49 blz., 10 euro.


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder