Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Wie was Gabrielle Petit?

25 april 2013 [412] Olivier Keun

Gabrielle Petit is een naam die weinig Nederlanders iets zegt, de Belgen des te meer. In 2005 eindigde zij op de lijst van honderd ‘Grootste Belgen’ aller tijden in Vlaanderen op de 95ste, in Wallonië op de 85ste plaats.

Gabrielle Petit werd in 1893 geboren in Doornik. Na de dood van haar moeder in 1902 werd zij door haar vader in een weeshuis ondergebracht. Op haar zestiende trok zij naar Brussel waar zij werk vond als dienstje, kindermeid, winkelmeisje en serveerster. Kort voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog verloofde zij zich met Maurice Gobert. Toen deze naar het front vertrok, meldde Petit zich als vrijwilligster bij het Rode Kruis. Vervolgens nam zij contact op met de Engelse inlichtingendienst. Na een spoedcursus in Londen werd zij teruggestuurd naar Vlaanderen om spionageactiviteiten te verrichten in de streek tussen Ieper en Maubeuge en daarbij vooral de troepenbewegingen van de Duitsers in kaart te brengen. Daarnaast hield zij zich bezig met de verspreiding van het illegale blad La Libre Belgique, het opzetten van een ondergrondse postdienst en het smokkelen van mannen over de Nederlandse grens.
In juni 1915 werd zij gearresteerd, maar wegens gebrek aan bewijs vrijgelaten.  Op 20 januari 1916 werd zij opnieuw opgepakt dankzij een tip van een verrader en opgesloten in de Brusselse Sint-Gillisgevangenis. Op 3 maart werd zij ter dood veroordeeld. Zij weigerde echter een verzoek om gratie in te dienen. In plaats daarvan schreef zij op de muur van haar cel: “Ik vraag geen genade, om de mof te laten zien dat ik mijn voeten aan hem veeg”. Vroeg in de ochtend van de eerste april 1916 werd zij uit haar cel gehaald en naar Schaarbeek gebracht. Daar werd zij op de zogeheten Nationale Schietbaan gefusilleerd. Een blinddoek had zij geweigerd.
Nog vóór de wapenstilstand op 11 november 1918 werd zij door het Nationaal Syndicaat van Handelsbedienden al als voorbeeld gesteld voor anderen vanwege haar moed, vaderlandsliefde, haar waardige houding en haar doodsverachting. Maar haar verheffing tot nationale heldin, tot de Belgische Jeanne d’Arc, tot een nationaal symbool volgde pas na het einde van de oorlog. Op 27 mei 1919 werd haar lichaam opgegraven en twee dagen later samen met twee andere geëxecuteerden, Aimé Smekens en Matthieu Bodson, “glorierijke aanhalingstekens rond de naam van Gabrielle Petit”, aldus een krant, onder overweldigende belangstelling herbegraven op de begraafplaats van Schaarbeek. Prominent aanwezig die dag was koningin Elisabeth die de Orde van Leopold spelde op de vlag die over de kist lag gedrapeerd.
Uiteraard verdiende de heldin van eenvoudige komaf een groots monument. Belgiës meest vooraanstaande beeldhouwer, Egide Rombaux, kreeg de eervolle opdracht een beeld te maken “met een puurheid van lijn, zuiver en schoon als het leven van de jonge heldin zelf”. Op 21 juli 1923, de nationale feestdag, werd het beeld op het deftige Place Saint-Jean te Brussel onthuld in aanwezigheid van koningin Elisabeth , prinses Marie-José, en de Franse ambassadeur die Petit ter plekke onderscheidde met het Légion d’Honneur.
Wonder boven wonder werd het standbeeld tijdens de Tweede Wereldoorlog gespaard door de Duitsers, opmerkelijk omdat de Duitsers talrijke gedenktekens ter nagedachtenis van 1914-1918 hebben vernietigd. Ook haar graf op het kerkhof van Schaarbeek bleef ongemoeid zij het dat de laatste vier regels van de inscriptie op de grafsteen, ICI REPOSE L’HÉROÏNE NATIONALE GABRIELLE PETIT, FUSILLÉE PAR LES ALLEMANDS, werden uitgewist.
(Ben Speet)


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder