Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Diefstal, overspel en chantage

25 april 2013 [412] Olivier Keun

In 1700 en 1701 berichtten de media uitvoerig over de schandalen rond Sophia van Noortwijck en haar moeder Sophia van der Maa. Het publiek smulde van de processen waarin zij waren verwikkeld. De affaires draaiden om diefstal, overspel en chantage. De verwikkelingen zijn te volgen in het archief van het Hof van Holland.

Toen de schandalen losbarstten hadden de Haagse weduwe Sophia van der Maa en haar dochter Sophia van Noortwijck er al een moeilijke periode opzitten. Ze behoorden tot de nouveau riches van hun tijd: ze waren rijk, maar sociaal hoorden ze er niet echt bij. Sophia van der Maa had een deel van het vermogen van haar ouders geërfd, ze bezat een huis op de Kneuterdijk en dure juwelen. Haar totale vermogen voor het proces begon was ongeveer 200.000 gulden, wat zeker tot de topinkomens in het Haagse milieu in die tijd behoorde. Vertaald naar huidige valuta, vertegenwoordigt dit een koopkracht van minimaal 1,8 miljoen euro.
De man van Sophia van der Maa, IJsbrant van Noortwijck, was in 1679 overleden. Hij had mogelijk zelfmoord gepleegd na een fraudeschandaal. De Sophia’s zagen zich voor de opgave gesteld zijn schulden af te lossen. En al waren ze rijk, ze hadden niet veel contant geld. Als de  jonge Sophia een goed huwelijk met een rijke man sloot, zou dat veel oplossen. Maar dat was niet eenvoudig. Sophia had een tijdje verkering gehad met ene Wigbold van der Does, die haar met een kind had laten zitten. In echt chique kringen was ze daardoor niet meer welkom als schoondochter. Lastig was ook dat de ouders van haar moeder in hun testament hadden laten zetten dat Sophia jr. tachtigduizend gulden aan obligaties kreeg als zij met toestemming van haar moeder zou trouwen. Zolang zij ongetrouwd bleef, zou haar moeder het vruchtgebruik van deze som behouden. Haar moeder stond daardoor nogal halfhartig tegenover een huwelijk van haar dochter.

Tegen de lamp
Opeens deed zich een mogelijkheid voor veel geld binnen te halen toen de jonge Sophia kennismaakte met de rijke Salomon Pereira. Zij was een van de genodigden bij Salomons huwelijk met Judith Nunes de Bayona op 25 januari 1694. Afgaand op latere bekentenissen van Sophia moest zij aanvankelijk niets hebben van Salomon, maar haar moeder moedigde haar aan met hem aan te pappen. Gaandeweg sloeg de oorspronkelijke aversie tegen Salomon om in hevige verliefdheid. Juridisch gezien waren er geen mogelijkheden voor Sophia en Salomon om met elkaar te trouwen. Om te beginnen was Salomon al gehuwd en echtscheiding was geen eenvoudige zaak. Bovendien was hij Joods en Sophia christelijk; de wetten van die tijd verhinderden dan een huwelijk. Hoewel beiden vele adviezen inwonnen om toch tot een huwelijk te komen en Salomon zelfs overwoog zich te bekeren tot het christendom, bleef de verhouding tussen Salomon en Sophia illegaal. Moeder en dochter wisten desondanks geld aan de verhouding te verdienen. Salomon had voor tienduizenden guldens aan obligaties van zijn eigen vader gepikt, waarin het drietal begon te handelen. Ze liepen tegen de lamp toen Salomons familie onraad rook.
Op 7 oktober 1700 sprak het Hof van Holland drie vonnissen in de affaire uit. Het zwaarste werd de weduwe gestraft. Zij werd door de raadsheren van het Hof van Holland veroordeeld tot levenslange opsluiting in het tuchthuis van Gouda en het betalen van een boete van maar liefst 66.000 gulden, omdat zij het overspel van haar dochter met de getrouwde Jood Salomon Pereira had gedoogd en gestimuleerd. Sophia jr. werd na enkele maanden gevangenisstraf vanwege haar jeugdige leeftijd vrijgesproken, mits zij een boete van 10.000 gulden betaalde om de kosten van justitie te dekken. Ook Salomon Pereira kwam uiteindelijk weer op vrije voeten, nadat zijn familie een schikking had getroffen met het Hof van Holland in ruil voor een boete van 15.000 pond en drie jaar gevangenschap.

Diepgaand onderzoek
Daarna nam de affaire onverwachte wending. De advocaat-fiscaal (de openbaar aanklager) mr. Andries Hofland, die het onderzoek namens het Hof van Holland had geleid, en de griffier Simon Rosenboom bleken van de zaak te hebben willen profiteren. Hofland had Sophia jr. onder druk laten beloven met zijn enige zoon te trouwen; hij kende immers de bepalingen van het testament van haar grootouders. Uit angst dat haar moeder op het schavot zou eindigen, zoals Hofland haar had voorgespiegeld als zij niet naar hem luisterde, trouwde ze op 28 november 1700 met zijn zoon. Maar die overleed  nog voor het einde van hetzelfde jaar.
Voor de rechtbank verklaarde Hofland dat zijn zoon nogal los van zeden en slecht opgevoed was, en dat hij hem eerder tegen hoge kosten van een relatie met een onbemiddelde vrouw had afgeholpen. Met het oog op de rijkdom van Sophia had hij zijn zoon bij haar geïntroduceerd. Bovendien zou hij gehandeld hebben op aandringen van zijn echtgenote, die zich veel zorgen maakte over haar enige zoon. Hofland had er niet op gerekend dat het Hof een diepgaand onderzoek naar zijn gangen zou instellen en Sophia om een getuigenis zou vragen. Uit haar verklaring bleek dat ze dit huwelijk helemaal niet had gewild. Tijdens het onderzoek kwam bovendien naar voren dat Hofland archiefstukken en bewijsstukken die in zijn nadeel waren, had laten verdwijnen. Deze euveldaad kwam hem duur te staan, want hij werd voor het leven ontheven uit het ambt van advocaat-fiscaal.
In dezelfde periode diende Sophia ook een klacht in tegen griffier Simon Rosenboom, omdat er na teruggave van haar in beslag genomen boedel een aantal zaken verdwenen bleek. De raadsheren van het Hof verdachten Rosenboom toch al van grootschalige fraude en zij stelden een nauwgezet onderzoek in. Rosenboom werd tijdelijk op non-actief gezet en na een langdurig onderzoek definitief uit zijn ambt ontheven.
De veroordeling van de twee heren betekende enige genoegdoening voor Sophia van der Maa en Sophia van Noortwijck. Toch was hun leven verwoest. Op straat werden schunnige liederen over hen gezongen en de publieke opinie oordeelde hard over hen. Sophia sr. kwam nooit meer op vrije voeten. Ze overleed in 1710 in het tuchthuis in Gouda. Haar dochter stierf datzelfde jaar aan syfilis.

‘Een waarschuwende les’
De affaire rond de moeder en de dochter heeft verschillende schrijvers geïnspireerd. De bekendste was Jacob van Lennep. In 1856 verscheen zijn boek De Moeder en de Magistraat, waarin hij het verhaal van de weduwe en haar dochter als eerste uit de doeken deed. Van Lennep koos er bewust voor geen historische roman te schrijven, maar de ‘geschiedenis’ van de dames in ‘haar volle naaktheid’ te vertellen, zoals hij die in de strafdossiers van het Hof van Holland had aangetroffen. Alleen zo zou men de ‘waarheid’ te weten komen, de blote feiten spraken voor zich. De geschiedenis was volgens Van Lennep in gerechtelijke archieven te vinden. Het ging hem niet om de geschiedenis van wereldgebeurtenissen, maar een die ons vergunde ‘diepe blikken te werpen in ‘t menschelijk hart’.
Van Lennep had niet alleen belangstelling voor de ‘feiten zelve’ of de ‘omstandigheid zelve, dat er misdaden gepleegd zijn, waarvoor het zedelijk gevoel terugdeinst’, maar ook voor de les die ‘men uit die daden trekken kan’. Wie zich probeert te verplaatsen in de denkwereld van een misdadiger, of het nu een gifmengster is die haar kinderen heeft vermoord, een brandstichter of een fraudeur, en de motieven probeert te doorgronden, kan er een ‘waarschuwende les’ uit halen. Want de verleiding loert overal, ook voor de meest onschuldigen, volgens Van Lennep, die daarom verwijst naar het opschrift bij prenten van de executie van Johan van Oldenbarnevelt: ‘die sta, zie toe dat hy niet en valle’ (wie staat, moet oppassen dat hij niet valt). Want De Moeder en de Magistraat waren beide ‘betrekkingen (…) die in heiligheid alle anderen overtreffen’.
Hij wilde zijn lezers dus een spiegel voorhouden. Er was in zijn ogen niets ergers dan een welgestelde moeder, die uit geldzucht jarenlang stelselmatig het geluk van haar dochter ondermijnde, of dan een magistraat, die om dezelfde reden zijn rechterlijke macht misbruikte. En dat ook nog ‘in de hoffstad ‘s-Gravenhage, den zetel der fijne beschaving’.
(Marie-Charlotte Le Bailly/Nationaal Archief)

Marie-Charlotte Le Bailly, Een Haagse affaire. De verloren eer van Sophia van Noortwijck (1673-1710). Nationaal Archiefreeks 1, Balans, Amsterdam, 2013. Deel van een reeks van zes verhalen die gekoppeld zijn aan de tentoonstelling Het geheugenpaleis van het Nationaal Archief. De tentoonstelling vertelt elf historische verhalen aan de hand van documenten uit het Nationaal Archief en opent in het najaar van 2013.

Adoptie Sophia van Noortwijck
Via de website www.1001-vrouwen.nl heeft het Nationaal Archief Sophia van Noortwijck geadopteerd. De adoptie van de verschillende vrouwen op de site moet het mogelijk maken om naast het boek 1001 Vrouwen ook een tentoonstelling te maken. Het streefbedrag is in zicht.
Lees het volledige artikel, met illustraties, in G/Geschiedenis en LeeshetNA, editie maart/Ridders. Nu overal te koop!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder