Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

De oudste parachutes

25 april 2013 [412] Olivier Keun

Iedereen die parachute heeft gesprongen, weet nog wat hij na de eerste super-spannende keer dacht: wie heeft dit wonderlijke gereedschap uitgevonden? Hoe is ’t mogelijk dat je met wat doek en draad een vrije val van drie kilometer overleeft?

De Rus Gleb Kotelnikov zou in 1911 de eerste op de rug gedragen parachute hebben ontwikkeld. Hij was daartoe gekomen nadat hij ooggetuige was van de noodlottige val van piloot Leo Matsievich tijdens een luchtshow in Sint Petersburg. Vanaf dat moment wijdde Kotelnikov, een voormalige theateracteur, zijn leven aan methoden ter voorkoming van dodelijke ongevallen van vliegtuigpiloten.
Begin 20ste eeuw was de parachute een algemeen bekend verschijnsel, maar uitsluitend bedoeld om stunts uit te halen vanuit luchtballonnen. En uiteraard gaat het idee van de chute terug naar Leonardo da Vinci, maar die vroege parachutes waren onhandelbaar en ingewikkeld. Bovendien vergde de hoge snelheid van vliegtuigen een veel doelmatiger ontwerp.
Kotelnikov (op de foto boven, met zijn RK-1 rugzak-parachute) was zeker niet de enige die werkte aan de ontwikkeling van een parachute voor bemanningsleden van vliegtuigen, maar de meesten knutselden aan oplossingen die uitgingen van een toepassing die aan het vliegtuig vast zat. Dat gaf natuurlijk lelijke effecten wanneer niet alleen de piloot, maar ook het toestel zelf naar beneden stortte. De oplossing die Kotelnikov bedacht ging uit van twee aannames: het gereedschap moest te allen tijde aan het lichaam van de piloot vastzitten, en het zou automatisch moeten openen, ingeval bijvoorbeeld het slachtoffer buiten bewustzijn was geraakt. Hij bedacht allerlei varianten, inclusief helm, riemen om het vast te snoeren en verschillende soorten harnassen waaraan de chute kon worden vastgesnoerd. Uiteindelijk kwam hij tot een harde rugzak die aan het lichaam werd vastgezet, de RK-1 (Russische Kotelnikov 1). Slim bedacht was dat de RK-1 aan het vliegtuig bleef verbonden met een draad, die knapte nadat de piloot op veilige afstand was geraakt, maar hij kon de parachute ook handmatig openen door aan een draad te trekken.
Er was een felle strijd aan de gang om het patent voor de eerste werkende parachute en Kotelnikov deed allerlei testen. Dat moest deels geheim, waaronder een bijzondere op een racebaan. Daar knoopte hij de RK-1 aan een race-auto, liet die op topsnelheid komen en trok toen aan het koord. Het werkte perfect: de auto werd erdoor tot stilstand afgeremd. Zodoende kan Gleb Kotelnikov niet alleen worden beschouwd als de uitvinder van de eerste werkende parachute, maar ook van de zogeheten ‘drag chute’ voor auto’s. Overigens reed in 1911 nog geen enkel voertuig hard genoeg om mensen op het idee te brengen dat voor het veilig remmen een parachute nodig is.
Kotelnikov bracht zijn geteste uitvinding naar het Centrale Ontwikkelingsdepartement van het Ministerie van oorlog, waar het onmiddellijk, en herhaaldelijk, werd afgewezen als rijp voor productie. De overweging van het ministerie was dat als ze hun piloten met een parachute zouden uitrusten, ze wellicht minder moeite zouden doen om een aangevallen of getroffen toestel te redden, er met andere woorden te snel voor zouden kiezen de dure machine veilig te verlaten.
Kotelnikov zocht het vervolgens in Europa, vond een partner die bedrijvig was in de vliegindustrie, maar een contract leverde het voorshands niet op. En toen werden zijn beide prototypes gestolen.
Kort voor de Eerste Wereldoorlog keerde Kotelnikov terug naar zijn vaderland, waar intussen wèl belangstelling was voor parachutes. Maar toen was het te laat voor faam en rijkdom: overal in Europa doken ontwerpen op die soms wel erg leken op dat van Kotelnikov.
Na de oorlog, toen overduidelijk het nut van parachutes was bewezen, stortte het Amerikaanse leger zich op perfectionering ervan. Tot het ontwikkelteam behoorden testpiloot James Floyd Smith en filmstuntman Leslie Irvin. De laatste vroeg in 1918 patent aan op zijn eigen variant en begon een jaar later met de Irvin Airchute Company. Ook Smith bezat enkele patenten, waaronder de ‘Smith Aerial Life Pack’ die doorgaat voor de eerste parachute die uitsluitend met een handbediend koord wordt geopend.
Het is lastig te zeggen of ze allen dank verschuldigd zijn aan Kotelnikov, maar de vinding van Smith was een beslissende: zijden doek, omwikkeld met koorden, alles waterbestendig, bijeengehouden door rubber banden en met een koord te openen. Het was de eerste parachute in een zachte uitvoering. De RK-2 van Kotelnikov, ook afgestapt van een hard omhulsel, dateert eerst van de jaren twintig.
Het militaire team van Smith en Irvin kwam uit op de ‘Airplane Parachute Type-A’, op basis van de ‘Smith Life Pack’. Vanzelfsprekend was Irvin de eerste die deze testte, op 19 april 1919. Hij was de eerste Amerikaan die uit een vliegtuig sprong en een handmatig bediende parachute opende. Het leger nam deze vinding in productie. Smith en Irvin bleven de parachutemarkt beheersen tot in de jaren vijftig. Irvins bedrijf ging daarnaast ook voor de burgerluchtvaart en de recreatie produceren.
Hoewel de geschiedenis van de parachute nauw is verbonden met de vliegtuigindustrie en het leger, is de bron een volslagen buitenstaander, een acteur die werd bewogen door een dramatisch ongeluk, zo’n eeuw geleden.
(Jimmy Stamp/Smithsonian-Siebrand Krul)


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder