Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Kwezels in Vlaanderen: vroomheid met uitstapregeling

09 april 2013 [412] Olivier Keun

In de 17de en 18de eeuw leefden er in Vlaanderen heel wat vrome vrouwen (en enkele mannen) buiten de al te besloten muren van het klooster. De zogenoemde 'kwezels' aten van twee walletjes: ze leidden een ongehuwd leven ten dienste van God maar hoefden zich niet door eeuwige geloften aan een klooster te binden en zich van de buitenwereld af te sluiten. De meesten hadden zelfs een beroep en een eigen inkomen. Klinkt niet slecht, toch?

Michiel Nuyttens schreef een boek over de kwezels dat is uitgegeven door Davidsfonds Uitgeverij. Standaard-journaliste Sarah Vankersschaever sprak met de auteur.

*Indien we dit na ons gesprek zouden willen: hoe word je een kwezel?
‘Dat is niet erg moeilijk. Het eenvoudigste is om toe te treden tot een gemeenschap van ‘geestelijke dochters’, zoals we de kwezels vandaag doorgaans noemen. Dan moet je de geloften van gehoorzaamheid, kuisheid en armoede afleggen. In tegenstelling tot de kloosterlingen zijn die geloften niet eeuwig: je kunt op elk moment uit de gemeenschap treden. Je kunt trouwens ook op je eentje ‘kwezelen’. In allebei de scenario’s komt het erop neer een vroom leven te leiden.’

Supporter van Club
*Zijn er vandaag nog kwezels?
‘Een dertigtal. Ze noemen zich ‘godgewijde vrouwen’. Ze hebben verschillende leeftijden, soms amper dertig jaar en eentje is zelfs supporter van Club Brugge. Dus het is niet zo dat het allemaal oude vrouwen zijn en dat ze een wereldvreemd leven leiden. Eén van de vrouwen heeft trouwens de inleiding van mijn boek geschreven. Ze heeft het daarin over het feit dat hun ontstaansgeschiedenis teruggaat op de eerste christenen. Want nog voor er kloosters bestonden, waren er al vrouwen die teruggetrokken leefden onder leiding van bijvoorbeeld Augustinus.’

*Hoe komt iemand ertoe om ongehuwd en teruggetrokken te leven?
‘Door een sterke geloofsovertuiging maar evengoed omdat de kerkvaders destijds soms de meest verschrikkelijke dingen over getrouwde en zwangere vrouwen vertelden. Ze zeiden dat het met hun bolle buiken ‘lelijke creaturen’ waren en mannen grote lomperiken. Vandaag is het bestaan als jonge, godgewijde vrouw een alternatief voor de kloosters waar de jongste bij wijze van spreken net 75 is geworden. Bovendien heb je meer vrijheid dan in een klooster: je kunt nog perfect een beroep uitoefenen en midden in de samenleving staan.’

*U had het over de ‘flexibele uitstapregeling’, door de tijdelijke geloften. Waren er dan vrouwen die er na een paar jaar de brui aan gaven?
‘Zeker en vast. Vaak hing het samen met de persoonlijkheid van de overste van een gemeenschap. Daar zaten best tirannieke figuren tussen. Binnen sommige gemeenschappen werd de dikte van je boterham reglementair vastgelegd of mocht je slechts één keer per dag eten. Ik heb brieven teruggevonden waarin een kwezel klaagde over een overste die haar een streng regime oplegde maar die zelf aan de fles zat en alle snoep voor zich hield. Zoiets maakt het drama natuurlijk compleet.’

Hart uitstorten bij de bisschop
*Zo’n ascetisch leven moet dan hard om te dragen zijn…
‘Soms zag je dat twee geestelijke dochters ervoor kozen om samen te wonen, buiten een gemeenschap. Ze sloten dan zelfs een samenlevingscontract af bij een notaris. Maar ook daar zie je dat veel kwezels na een tijdje het contract verbreken omdat het toch niet zo eenvoudig blijkt. Het was trouwens niet zo dat er geen ruimte was voor affectie, ook al was die niet toegelaten. Zo zijn er bij de geestelijke dochters zelfs een aantal kinderen verwekt door hun biechtvaders.’
*Hoe kom je zo’n persoonlijke verhalen honderden jaren na datum te weten?
‘Ik heb veel informatie gehaald uit notariële akten waarin kwezels betrokken partij waren. Zo zijn er tienduizenden. Daaruit kon je bijvoorbeeld hun dagelijkse bezigheden afleiden want deze vrouwen moesten verantwoorden hoe ze in hun eigen levensonderhoud zouden voorzien. Als ze afkomstig waren uit rijke families dreven ze handel, maar er waren ook onderwijzeressen en ziekenverzorgsters.’
‘Verder heb ik ook veel persoonlijke brieven gevonden in de archieven van de bisdommen in Vlaanderen. Daarin stortten de geestelijke dochters hun hart uit bij de bisschoppen: over de onderlinge achterdocht of de onrechtvaardige oversten.’

Zelfkastijding
*Dus het cliché dat vrouwen elkaar het leven zuur maken, klopte?
‘Dat zul je me niet horen zeggen. Er waren evengoed wrede biechtvaders, die ze slaafs moesten gehoorzamen. Het is ook zo dat deze vrouwen het zichzelf bewust moeilijk maakten want bij een vroom leven hoorde toen ook een stuk zelfkastijding. Om vier uur opstaan om te bidden was nog mild. Zo waren er vrouwen die als nachtkleed een soort harige mat aantrokken zodat ze gehinderd werden bij het slapen. Of die tijdens het bidden knielden op een spijkermat, rechtstaand aten of een doornkroon onder hun kapje droegen in de hoop met elke prik zekerder te zijn van hun plek in de hemel.’
‘Trouwens, deze kwezels leefden intensief samen. Doorgaans in eenzelfde huis waar ze alles deelden, van eten tot slapen. Dus als je zo dicht op elkaars huid leeft, ontstaan er al eens spanningen.’

*Het klinkt allemaal vrij slaafs en braaf. Waren er dan geen stoute of opstandige kwezels?
‘Anna Puttemans, een kwezel uit Dendermonde, was bepaald geen seut. Puttemans was aanvankelijk een begijn maar na een conflict stapte ze uit de orde. Samen met vier andere ex-begijntjes ging ze samenwonen in een huisje in Dendermonde. Dicht genoeg bij de begijnen om ze nog af en toe te kunnen pesten. Ze verkleedde zich bijvoorbeeld in een kanunnik en bracht de begijnen een spotbezoek.’
‘Of nog: Catharina Buytaert uit de buurt van Kruibeke. Ze heeft het hele dorp tegen de dorpspastoor opgezet omdat ze het niet eens was met zijn beslissing om de biechtstoel een nieuwe plek te geven in de kerk. Uiteindelijk heeft ze haar zin gekregen.’

*Zijn kwezels een typisch Vlaams fenomeen?
‘Neen, je vond hen ook in Italië en Frankrijk. In Nederland waren er gemeenschappen maar daar werden ze ‘klopjes’ genoemd omdat deze vrouwen vaak in alle vroegte op de deur kwamen kloppen om te vertellen waar en wanneer de misviering plaatsvond. Want na de Reformatie was de katholieke godsdienst in Nederland namelijk verboden.’

*Ze deden dus best zinvol werk?
‘Absoluut. Ze hebben veel betekend voor de samenleving. Doordat ze werkscholen oprichtten waren ze zowat de grondleggers van het technisch en beroepsonderwijs voor meisjes. Andere kwezels waren als ziekenverzorgsters de voorloopsters van wat we vandaag het Wit-Gele Kruis noemen.’

Slaafse reputatie
*Hoe komen ze dan aan hun slechte reputatie? Want een kwezel is vandaag een scheldwoord.
‘Wel, ze hebben het toch zelf een beetje gezocht, vrees ik. Mensen spotten met hen omdat ze zo overdreven religieus waren, zich zo slaafs opstelden ten opzichte van hun geestelijken of gewoon door de manier waarop ze zich kleedden. Men noemde kwezels op de duur ‘papenhoeren’, wat niet erg flatterend klinkt. Ook de naam ‘kwezel’ ontleenden ze aan die reputatie: de naam gaat terug op het oude queselen of middelnederlandse queteren wat betekent ‘bezelpraat uitslaan’.’
‘Wat dat pesten betreft, ontdekte ik trouwens het verhaal van een geestelijke dochter die zich opzettelijk kinderlijk gedroeg zodat ze uitgelachen zou worden. Die spot was haar manier van zelfkastijding. Anderzijds heb ik ook geschriften gevonden waarin kwezels raad kregen over hoe ze met die spot moesten omgaan.’

*En hoe luidde die raad?
‘Je ogen dichtdoen zodat je niet ziet dat men je uitlacht. Zo simpel was het (lacht).’

*Waren er ook mannelijke kwezels?
‘Weinig. Pakweg één op de vijftig was een man. In Kortrijk had je bijvoorbeeld de broeders Van Daele. Zij gaven onderwijs aan jongens en openden scholen in Oostende en Brugge maar ze hebben nooit veel succes geboekt.’

*Hoe verklaart u dat er zo weinig mannen toetraden?
‘Ik denk dat mannen toch liever in een erkend klooster toetraden want daar hadden ze tenminste de zekerheid dat ze in hun levensonderhoud werden voorzien. En broeder worden… Het is een beetje mossel noch vis, nietwaar.’

*Hoe bent u in kwezels geïnteresseerd geraakt?
‘Als historicus ben ik altijd al in religieuze geschiedenis geïnteresseerd geweest maar nog het meest in de randfenomenen ervan. Zoals in het fenomeen van de tempeliers: monniken die tegelijk ook ridders waren. De kwezels zijn daarbij een verhaal apart: als rijksarchivaris kreeg ik de opdracht om een bronnenoverzicht voor de verschillende religieuze ordes in Vlaanderen te maken. In mijn geval was dat voor de geestelijke dochters. Ik voelde meteen dat ik dit onderwerp verder wilde uitspitten. Dus heb ik in mijn vrije tijd aan dit boek gewerkt.’

*Wat vindt u – na er zoveel over gelezen en onderzocht te hebben – nu zelf van deze geestelijke dochters?
‘Ik heb veel respect voor hun keuze. Zeker ook voor de godgewijde vrouwen vandaag: de ontkerkelijking gaat in een razendsnel tempo verder dus je moet moedig zijn om voor je geloofsovertuiging uit te komen. Maar of hun keuze nog veel perspectief biedt, is een andere vraag. Met de huidige kerkleiding zie ik alvast geen frisse wind door de katholieke kerk waaien en dus weinig beterschap.’
(Sarah Vankersschaever)

Michel Nuyttens (°1948, Izegem) woont en werkt in Kortrijk. Hij studeerde Geschiedenis aan de KU Leuven en doctoreerde over de Vlaamse Beweging in Frans Vlaanderen. Tussen 1973 en januari 2013 was hij rijksarchivaris.
Nuyttens schreef verschillende boeken waaronder Krijgers voor God. De orde van de tempeliers in de Lage Landen 1120-1312. Bij Davidsfonds verschijnt nu zijn boek Kwezeltjes dansen niet.
*Michel Nuyttens, Kwezeltjes dansen niet. Davidsfonds Uitgeverij Leuven, 2013. 208 blz. € 27,5 208 bladzijden ISBN: 9789058269362

Lees het volledige, geïllustreerde artikel in de Vlaamse editie van G/Geschiedenis; nu overal in Vlaanderen te koop!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder