Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Grandeur in steen: mottes, burchten en kastelen

24 maart 2013 [412] Olivier Keun

Het zou een slecht afgelopen frats van de Witte, de kapoen van Zichem, kunnen geweest zijn maar dat is het helaas niet. Na decennia van verwaarlozing stortte in 2006 de Maagdentoren van Zichem, een donjon uit de 14de eeuw, gedeeltelijk in. Zeven jaar later staat het gebouw nog steeds in de steigers. Waar zijn de romantici die in het voetspoor van Hendrik Conscience op hun paard zouden springen om de ruïnes van het ridderlijke verleden te redden?

Vlaanderen ligt bezaaid met dergelijke militaire versterkingen uit de Middeleeuwen. Hun nut was prozaïscher dan de romantici uit de 19de eeuw wilden doen uitschijnen. Het belang van fortificaties werd duidelijk toen de Noormannen in de 9de eeuw, nauwelijks gehinderd door enige weerstand, de Nederlanden brandschatten. De eerste reactie van de feodale heren was de bouw van een vluchtburg. In het geval van Petegem aan de Schelde omsloot de achtvormige gracht zelfs twee wooneilanden die een voorafspiegeling waren van de latere indeling van een burcht in een opperhof en een neerhof.
Einde 9de eeuw startte de graaf van Vlaanderen, Boudewijn II, een heuse bouwcampagne om de kust beter te verdedigen en de verspreid wonende bevolking te beschermen. De Vikingen, die niet vertrouwd waren met de tactiek van de belegering, waren toen al bijna naar Scandinavië teruggekeerd, maar in onzekere tijden profiteerden de leenmannen van het uiteenvallen van het centrale gezag om zelf de verdediging van hun leengoed op zich te nemen. De militaire versterkingen waren doorgaans grote, ronde burchten met een gracht en een aarden wal met palissade, die niet noodzakelijk bewoond waren. De diameter kon meer dan 150 meter bedragen. Dergelijke vluchtburg is nog herkenbaar in het stratenpatroon van Veurne.
Naarmate het leenstelsel verder verbrokkelde, groeide vanaf de 11de eeuw de nood aan versterkte residenties voor de uitdijende adel. De hertogen van Brabant woonden afwisselend in Leuven, Tervuren en Brussel; de graven van Loon in Borgloon en Kuringen en die van Vlaanderen in Gent en Brugge. Telkens lieten ze een burcht optrekken met een zelfde, relatief eenvoudige structuur. De aula diende als officiële ontvangstruimte waar de landheer zijn feodale rechten liet gelden. Aansluitend lagen de camera of de privé-vertrekken en de capella of privé-kapel. Een aarden wal met palissade of een muur en een gracht zorgde voor veiligheid en beschutting. Om het militaire karakter te benadrukken werden de residenties van de topadel later bekroond met een donjon.

Gravensteen
Eén van de belangrijkste Europese kastelen en een schoolvoorbeeld voor de evolutie van een prinselijke residentie is het Gravensteen in Gent. Toen de Noormannen onze streken onveilig maakten, hadden de eerste graven van Vlaanderen hier reeds een strook grond door water omringd en met aarden wallen opgehoogd. De eerste houten constructies maakten plaats voor het domus lapidea, het stenen huis van de graaf, nu nog steeds het hart van de burcht, dat omringd werd door een houten verschansing en een iets jongere ringmuur.
Teruggekeerd van zijn kruistocht liet graaf Filips van de Elzas in de 12de eeuw een volwaardige burcht bouwen, vooral bedoeld om de opstandige patriciërs af te schrikken. De Vlaamse graaf inspireerde zich hiervoor op de Krak des Chevaliers, het kasteel van de Hospitaalridders bij Homs in Syrië, waar hij slag had geleverd. Dat enorme kasteel, voltooid in 1170, was een voorbeeld voor vele burchten in Europa. In een vierlob bovenaan de poort staat in een Latijns opschrift zijn naam met het jaartal 1178, en daarboven een uitgespaard kruis, getuigend van Filips volbrachte kruisvaardersgelofte.
Het domus werd verhoogd en er kwam een nieuwe vestingmuur die het tracé van de eerste volgde, een twintigtal vooruitspringende torens telde en grotendeels door water werd omgeven. Hiervoor moest een enorme hoeveelheid Doornikse steen langs de Schelde worden aangevoerd. Muur en torens werden over de hele lengte doorbroken door kantelen, en werp- en schietgaten. Ook door werpgaten in het gewelf van de toegangspoort en bovenaan de centrale slottoren kon men mogelijke aanvallers bestoken met alles wat maar kon gegooid of gegoten worden: zware stenen, kokend water of hete olie.

Vergeetputten en folterkamers
Die defensieve spitsvondigheden zouden echter vlug alle belang verliezen, toen het slot door de groei van de stad binnen de eerste stedelijke vestinggordel kwam te liggen.
(Luc Minten en André Capiteyn)

Meer lezen, bijvoorbeeld dit hele artikel? Koop nu snel de nieuwste G/Geschiedenis!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder