Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

De tragische obsessies van een tycoon

11 maart 2013 [412] Olivier Keun

Ondernemer en filmproducent Howard Hughes kon zich van alles permitteren. Hij was een legendarische piloot, machtige filmmagnaat en rokkenjager. Toch bracht hij het laatste deel van zijn obsessieve leven door in diepe eenzaamheid. Een ware Amerikaanse legende.

Howard Hughes, op 24 december 1905 geboren in Houston, Texas, wist al op jonge leeftijd dat voor geld alles te koop is. Zijn vader was miljonair en eigenaar van Hughes Tool Company, een bedrijf dat gereedschap voor de olie-industrie maakte. Howard had dan ook een onbezorgde jeugd. Hij slaagde er echter niet in de middelbare school af te maken. Dat hij toch werd toegelaten tot het California Institute of Technology dankte hij aan een royale schenking van Hughes senior aan het instituut.
Hughes keerde algauw terug naar Texas en liet zich inschrijven aan het Rice Institute te Houston. Dat verliet hij – zonder diploma – op zijn 18de, toen zijn vader overleed. Het testament bepaalde dat Howard directeur van Hughes Tool Company zou worden zodra hij 21 was. Nadat hij zichzelf voor de wet meerderjarig had laten verklaren, stelde Hughes accountant en voormalige autocoureur Noah Dietrich aan als financieel directeur. Een geniale zet, want Dietrich werd de motor achter het succes van de onderneming.

Films en vrouwen
Gefascineerd door de opkomende filmindustrie trok Hughes in 1925 naar Hollywood. Hij produceerde drie films en legde zich vervolgens toe op regisseren en op het schrijven van filmscripts. Voor Heli’s Angels, zijn eerste film, huurde hij de grootste privéluchtmacht ter wereld in om de luchtgevechten uit de Eerste Wereldoorlog na te spelen. In twee latere films zocht hij de grenzen van de publieke moraal op. Scarface (1932) werd door de censuur verboden wegens de gewelddadige scènes; Hughes moest een rechtszaak aanspannen om de film alsnog vertoond te krijgen. The Outlaw (1941) was omstreden om de seksueel getinte affiches en de gewaagde inhoud, met in de hoofdrol een zwaar gedecolleteerde Jane Russell. In 1948 nam Hughes de RKOstudio over. In de periode-McCarthy, toen Hollywood uitvoerig werd doorgelicht op communistische sympathieën, toonde hij zich een fel anticommunist. Hij sloot de studio zelfs zes maanden om de politieke voorkeuren van zijn personeel te laten onderzoeken.
Hughes’ affaires met vrouwen waren legendarisch. Hoewel hij in 1925 was getrouwd met Ella Rice, een meisje uit de beau monde van Houston, had hij vanaf 1928 verhoudingen met een hele reeks filmsterren: Jean Harlow, Katherine Hepburn, Ava Gardner, Terry Moore, Lana Turner, Rita Hayworth en Janet Leigh. Ook deden geruchten de ronde over liefdesaffaires met mannelijke acteurs. In 1929 liet hij zich van Rice scheiden. In 1957 trouwde hij met Jean Peters, maar ook dat huwelijk eindigde (in 1970) in een scheiding.

In recordtijd om de wereld
Aan het einde van de jaren twintig kocht Hughes enkele vliegtuigen. In 1932 richtte hij Hughes Aircraft op, een divisie binnen Hughes Tool Company. Het nieuwe bedrijf deed belangrijk innovatiewerk op het terrein van de luchtvaarttechnologie. Tijdens de verfilming van Heli’s Angels had Hughes zijn vliegbrevet gehaald, en vanaf dat moment beleefde hij zijn gelukkigste uren in de lucht. Aan een ziekte in zijn jeugd had hij ernstige oorsuizingen overgehouden. Hij was echter te trots om een gehoorapparaat te dragen. Uiteindelijk was er maar één plek waar hij geen last had van zijn kwaal: een cockpit. Vliegen werd voor Hughes een obsessie. Hij vestigde enkele wereldrecords, vaak in toestellen van eigen ontwerp. In 1935 bereikte hij in de H-1 Hughes Racer een snelheid van 560 kilometer per uur. In 1938 vloog hij in drie dagen, negentien uur en zeventien minuten om de wereld. In 1946 bestuurde hij een experimenteel toestel van de Amerikaanse luchtmacht, de XF-11, toen er een olieleiding lek raakte. Bij een noodlanding om het toestel te redden liep hij talloze verwondingen op, waaronder een verbrijzeld sleutelbeen, zes gebroken ribben en een aantal derdegraads verbrandingen. Alleen morfine maakte de pijn draaglijk. Hughes hield er een levenslange verslaving aan het roesmiddel aan over.

Vliegend de problemen in
Als vliegtuigontwerper streefde Hughes voortdurend naar de overtreffende trap. In 1942 besloot hij met overheidssteun een serie reusachtige watervliegtuigen te bouwen om troepen en materieel naar het Europese oorlogstoneel te vliegen. Zijn ziekelijke perfectionisme stak echter een spaak in het wiel. Er kwam slechts één vliegtuig gereed – toen de oorlog al voorbij was. In 1947 maakte Hughes een korte testvlucht om aan te tonen dat zijn vliegboot – het grootste vliegtuig ter wereld – wel degelijk luchtwaardig was. Het was de enige keer dat het toestel heeft gevlogen. Het monstervliegtuig, de H-4 Hercules, werd bekend als de Spruce Goose (‘Houten Gans’), omdat het wegens een tekort aan grondstoffen deels uit hout bestond. Op aandringen van )ack Frye, directeur van Trans World Airlines, kocht Hughes in 1939 een meerderheidsbelang van bijna zeven miljoen dollar in TWA en nam hij de leiding van de maatschappij op zich. Om TWA het straaltijdperk in te loodsen, bestelde hij in 1956 een vloot van Boeing 707’s voor een bedrag van 400 miljoen dollar. Hij had er geldschieters voor nodig, die eisten dat Hughes de alleenheerschappij in TWA opgaf. Toen hij weigerde, begon zijn imperium langzaam af te kalven. In 1960 werd hij gedwongen uit TWA te stappen, hoewel hij nog altijd 78 procent van de aandelen in handen had en een bitter gevecht voerde om de macht terug te krijgen. In 1966 dwong een federale rechtbank hem echter zijn aandelen te verkopen. Hij leverde hem een nettowinst op van 547 miljoen dollar.

Voor geld is alles te koop
In de Tweede Wereldoorlog werd Hughes’ vliegtuigindustrie een belangrijke leverancier van de Amerikaanse strijdkrachten. Hij kreeg daardoor nauwe banden met de overheid en de CIA. Zonder de man ooit te hebben ontmoet, benoemde hij in 1957 voormalig  FBI-agent Robert Maheu tot financieel directeur van zijn bedrijf. Via Maheu betaalde Hughes smeergeld aan politici en leverde hij diensten en goederen aan de CIA. In 1966 besloot Hughes naar Las Vegas te verhuizen en casinobaas te worden. Hij huurde de bovenste twee verdiepingen van de Desert Inn. Na tien dagen verzocht de directie hem te vertrekken; hij hield een aantal suites bezet die bestemd waren voor rijke gokkers. Geërgerd kocht hij het hotel voor 13.250.000 dollar, het dubbele van de marktwaarde. In de volgende twee jaar nam hij verscheidene andere hotels en casino’s van de maffia over. Hij maakte zo in één keer een einde aan de macht van misdaadbendes in de gokstad.

Eenzaamheid en obsesses

Halverwege de jaren vijftig werd het leven van Howard Hughes al beheerst door zijn panische angst voor ziektekiemen. Voordat hij iets aanraakte, maakte hij het met papieren zakdoekjes schoon. Dagen achtereen zat hij naakt in een witlederen fauteuil, zijn ‘kiemvrije zone’, zoals hij zei. Na 1958 vertoonde hij zich niet meer in het openbaar; hij beperkte zijn communicatie tot brieven en telefoontjes. Uiteindelijk werd hij een kluizenaar die in een verduisterd en van drugsdampen vergeven vertrek woonde. Hughes overleed op 5 april 1976. De officiële doodsoorzaak was nieruitval, maar zijn lichaam werd ondervoed en uitgedroogd aangetroffen met een paar afgebroken injectienaalden in de arm. Hughes’ uiterlijk was in de loop van de jaren zo veranderd dat de FBI zijn identiteit met vingerafdrukken moest vaststellen. Hij liet geen testament na; meer dan vierhonderd verwanten maakten aanspraak op de erfenis. Zijn fortuin van twee miljard dollar werd uiteindelijk verdeeld onder zijn 22 neven. Al zijn geld en talloze talenten konden Howard Hughes niet beschermen tegen de obsessies die zijn leven tot een hel moeten hebben gemaakt.

Hughes de ondernemer:
*1932 – Richt Hughes Aircraft Company op.
*1939 – Neemt luchtvaartmaatschappij TWA over. Hij verkoopt die in 1966.
*1948 – Koopt filmstudio RKO, die hij in 1955 weer van de hand doet.
*1961 – Oprichting van Hughes Space and Communications Corporation.
*1972 – Aandelen van Hughes Tool worden verkocht; de nieuwe naam van het bedrijf. Summa Corporation, markeert Hughes’ vertrek uit het zakenleven.


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder