Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Circus Barnum&Bailey in België&Nederland

27 februari 2013 [412] Olivier Keun

‘Men komt niet zo maar kijken naar een goede show, men komt vooral wanneer ik met veel tamtam, grotere advertenties, met meer mensen, meer dieren en met grotere aanplakbiljetten dan die van mijn concurrenten mijn entree in de stad maak.’ Het begrip Barnum-reclame was geboren uit de mond van Phineas Taylor Barnum, de man die – waar anders dan in Amerika? – ‘the greatest show on earth’ uit de circusgrond stampte. Toen men daar uitgetoerd was, stak het rondreizend gezelschap de grote plas over naar Europa. In 1901 zou Circus Barnum & Bailey ook Nederland en België een paar maanden op stelten zetten

P.T. Barnum liet van jongs af aan graag de kassa rinkelen met bizarre voorstellingen. Zo toonde hij reeds in 1835 ‘the Wonderful Negress’, onbeschroomd geadverteerd als de 161- jarige nanny van generaal George Washington. ‘Elke minuut weer wordt er een sukkel geboren’, is nog een weinig verheffende quote van hem, verwijzend naar het gewillige publiek, dat zich massaal kwam vergapen aan zijn freakshows. Zelf noemde hij zich de ‘prins van de humbug’, van de zwendel en de opschepperij. Nog voor zijn dood wou hij zijn In Memoriam zien verschijnen in de kranten, om te zien wat men over hem zou vertellen. Groot succes oogstte de dwerg Charles Stratton alias Tom Pouce; daarnaast telde zijn rariteitenverzameling nog een levende zeemeermin (later als nep ontmaskerd), een Siamese tweeling en een indiaanse danseres. Een echte sensatie was Jumbo, de Afrikaanse olifant die hij in 1882 in de zoo van Londen had gekocht voor 10.000 dollar. Die kwam drie jaar later al om het leven bij een treinongeval, maar voor zijn reputatie was het lang genoeg: de naam Jumbo werd synoniem voor al wat bovenmaats is, van jumbo-ijs tot jumbo-jet.

Let’s go to Europe
Na de dood van Barnum in 1891 nam zijn businesspartner James Bailey het circus als directeur over. Die besloot ‘the greatest show’ voor enkele jaren in Europa te laten toeren. Vanaf oktober 1897 reisde het bonte gezelschap door Engeland. In maart 1899 volgde de oversteek naar het vasteland, met een bezoek aan vele steden in Centraal-Europa en Duitsland. Daarna kwamen Nederland, België en Frankrijk aan de beurt, tot het circus in 1903 definitief naar Amerika terugkeerde. De Nederlandse tournee startte op 31 augustus 1901 in Groningen en zou in totaal 38 dagen duren, waarbij achttien steden op het programma stonden. ‘De grootste tentoonstelling der wereld’ werd echter een zware dobber als gevolg van de bijzonder natte nazomer, waardoor de toegewezen terreinen er doorweekt en drassig bijlagen, met alle gevolgen van dien voor de op- en afbouw van de tenten. Voor het circuspersoneel werd het een lijdensweg. In Arnhem zakten de wagens tot hun assen in de modder. In Maastricht, de laatste halte, was het weer zo slecht dat men zich moest beperken tot het opzetten van de staltenten; alle voorstellingen werden er afgelast omdat de trein naar Luik moest worden gehaald. In Den Haag viel de show dan weer in het water door de rouwperiode voor de Amerikaanse president William McKinley, die op 14 september door een anarchist was vermoord. In Den Bosch ging het anderzijds wel allemaal vlot en in Amsterdam duurde het feest een hele week. Pers en publiek waren enthousiast; toch was er ook een kritisch geluid in Tilburg: een pientere journalist merkte er op ‘dat verschillende nummers, ook wat de paardendressuur betreft, niet in de schaduw van Carré, Schumann en Renz kunnen staan’. Het bleef inderdaad steeds meer show dan circus, de rariteiten waren inmiddels uitgebreid met ‘knaap met een hondenkop, mannen zonder armen of benen, vrouw met baard, geraamte van een grizzlybeer, man met de harde schedel, Borneo-dwergen, etc…’

De circustreinen
Na Nederland was België aan de beurt: eerst Wallonië en Brussel, dan de Vlaamse steden Leuven, Mechelen, Antwerpen, Aalst, Gent, Brugge, Ieper, Roeselare, Kortrijk en Doornik. De verplaatsingen van het circus langs de spoorweg boden een (gratis) spektakel op zich. Velen hadden er hun nachtrust voor over om de aankomst mee te maken. Om de duizend man, de vierhonderd paarden, de twintig olifanten en de rest van de menagerie met exotische dieren te vervoeren, waren vier extra treinen nodig, elk bestaande uit zeventien speciaal ingerichte wagons. De eerste vervoerde de dertien tenten, waarbij de gigantische chapiteau die 13.000 zitplaatsen telde. De tweede en de derde trein was voor de dieren en de rekwisieten; op de vierde zaten de artiesten en het personeel, Mobiele laadkaaien en een ingenieus tussenstuk waren voorzien om het laden en lossen te vergemakkelijken. Normaal kon men de tenten in vier uur opzetten en in anderhalf uur afbreken. Soms moest het sneller gaan: in Tilburg begonnen de arbeiders er al aan voor de show was geëindigd; de bezoekers zagen tot hun grote schrik het tentinterieur verdwijnen, terwijl er nog attracties aan de gang waren.

Come-back in 1963
In 1963 kwam het Barnum & Bailey Circus, nu samengevoegd met Ringling Bros. nog eens naar Europa, deze keer niet met tenten maar in zalen.
(André Capiteyn)
Het volledige artikel lezen, en de vele mooie illustraties bekijken? Koop nu G/Geschiedenis! Haal ‘m in de tijdschriftenwinkel.


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder