Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Nazaten van Duitse militairen worstelen met verleden

14 januari 2013 [412] Olivier Keun

Tijdens de Tweede Wereldoorlog kregen Nederlandse vrouwen naar schatting 13 à 15.000 kinderen van Duitse militairen. Het leven van deze kinderen stond en staat in het teken van een oorlog die ze nauwelijks hebben meegemaakt. Ze werden in hun jeugd gepest en afgewezen. Dikwijls zochten ze vergeefs naar hun onbekende vader. Monika Diederichs schreef er een boek over.

Toen de Duitse troepen op 10 mei 1940 Nederland binnenvielen was de verbijstering onder de bevolking groot. Nederland had tijdens de Eerste Wereldoorlog zijn neutraliteit weten te behouden en de verwachting was dat dit ook in 1940 weer zou lukken. De Nederlandse regering was niet voorbereid op een gewapend conflict met Duitsland. De strijd om de Duitsers buiten de landsgrenzen te houden was dan ook van korte duur. De vijandelijke troepen waren beter en moderner bewapend, hadden meer gevechtservaring en vooral een betere moraal. Toen de Duitsers dreigden na Rotterdam ook de binnenstad van Utrecht plat te gooien, capituleerde het Nederlandse leger. Kort daarna werd de Oostenrijkse nazi Arthur Seyss-Inquart tot Reichskommissar van Nederland benoemd.
Nog voor Nederland officieel capituleerde, zochten sommige Nederlandse vrouwen al toenadering tot de bezetters. Zo werden Duitse militairen bij het pontveer in Zijpe enthousiast verwelkomd door een aantal Zeeuwse meisjes. Een groep Nederlandse militairen die in krijgsgevangenschap werden afgevoerd, lieten zij onmiddellijk in de steek toen een Duitse colonne motorrijders arriveerde. Verontwaardigde uitroepen van de Nederlanders baatten niet. De Duitse jongens met hun wapens, hun knetterende motoren en hun lange motorjassen waren veel interessanter.

150.000 Relaties?
Het is niet bekend hoeveel meisjes en vrouwen tijdens de oorlog omgingen met Duitse militairen. In Denemarken werd vastgesteld dat één op de tien vrouwen die een relatie met een Duitse militair had, een kind kreeg. Als dit ook voor Nederland gold, zou dat betekenen dat in ons land zo’n 150.000 meisjes en vrouwen met Duitsers omgingen. Voor mijn eerdere boek Wie geschoren wordt moet stil zitten, over de omgang van Nederlandse vrouwen met Duitsers, bestudeerde ik 400 vrouwen. Van hen bleek slechts een derde Duitsvriendelijk te zijn of een NSB-achtergrond te hebben.
Door hun keuze voor een vijandelijke militair werden ‘moffenmeiden’,
zoals ze werden genoemd, beschuldigd van onvaderlands gedrag. Na de bezetting werden velen van hen publiekelijk kaalgeschoren. Vaak voor het leven getraumatiseerd, probeerden zij na de bevrijding verder te gaan. Niet zelden werden zij geconfronteerd met een vijandige samenleving.

‘Moffenkinderen’
De meeste kinderen van Duitse militairen werden in kraamklinieken voor ongehuwde moeders of thuis geboren. Het eerste Duitse opvanghuis werd in 1941 geopend en was gesitueerd aan de Frans van Mierisstraat 69a in Amsterdam. Later waren er ook Duitse klinieken in Rotterdam en Den Haag. In deze door de bezetters beheerde tehuizen kwamen tussen de 5000 en 6000 kinderen ter wereld. De bekendste was de Boerhaavekliniek in Amsterdam.     Nederlandse vrouwen die een kind kregen van een Duitser konden aanspraak maken op een uitkering. Tussen februari 1941 en september 1942 ontvingen 4000 vrouwen zo’n uitkering. De bezetter stond ambivalent ten opzicht van kinderen van Wehrmachtsoldaten met autochtone vrouwen. Zo waren de kopstukken van de Wehrmacht er tegen. Zij vonden dat er in Duitsland genoeg ongetrouwde meisjes rondliepen die op zoek waren naar een man. Maar SS-leiders Hanns Rauter en Heinrich Himmler hadden geen bezwaar. Zij zagen zich gesteund door een Verordening van Hitler uit juli 1942, waarin stond dat zogenoemde ‘rassisch wertvollen’ kinderen van Noorse en Nederlandse afkomst moesten worden verzorgd in speciaal daarvoor ingerichte klinieken.

Kindertehuis
De kinderen bleven vaak niet bij hun moeder, maar werden naar een kindertehuis gebracht. Het grootste Duitse kindertehuis in Nederland was gevestigd in Laren. In een kindertehuis in Bloemendaal troffen de Binnenlandse Strijdkrachten op 17 mei 1945 drieëntwintig kinderen tussen de zes maanden en tweeënhalf jaar aan: ‘Met uitzondering van een kind van negen maanden dat rachitis heeft en twee kinderen die ‘’achterlijk’’ zijn, zijn alle kinderen gezond’, schreef de commandant in zijn rapport. Behalve de kinderen werden zeven verzorgsters aangetroffen, twee van hen werden direct gearresteerd.
De kinderen werden in eerste instantie overgedragen aan de Haarlemse kinderpolitie. Op 29 mei 1945 kwamen ze onder de hoede van de Haarlemse voogdijraad. Deze instelling probeerde de moeder of andere familieleden van het kind te traceren. Als de gemaakte verpleegkosten betaald waren, werd de voogdij aan hen overgedragen. Van de drieëntwintig kinderen die in Bloemendaal werden aangetroffen kwamen er zeven in een kindertehuis in Haarlem terecht. De anderen werden door pleegouders, de moeder of andere familieleden opgevangen.
Dat het vinden van pleegouders voor kinderen van Duitse militairen niet gemakkelijk was, blijkt uit een brief van een verpleegkundige die van 1947 tot 1948 in een kindertehuis werkte: ‘De kinderen op mijn afdeling waren toen vijf jaar en dertig in getal. Deze kinderen waren zeer druk. De hele dag in hetzelfde lokaal eten, drinken, spelen en school en weinig naar buiten. Bezoek kregen ze nooit en voor adoptie kwamen ze vanwege hun afkomst niet in aanmerking. Jonge Amerikaanse kinderen hadden een veel betere start en toekomst. Als zij afgestaan werden, waren er zat adoptieouders. En hun moeders, oma’s en tantes kwamen elke week op bezoek. Zij kregen een knuffel en een gevoel van geaccepteerd zijn.’

Op zoek
Ook de kinderen die door hun moeder of familieleden werden opgevoed, bleven hun hele leven op zoek naar erkenning. In de jaren ‘60 van de vorige eeuw ontmoette een Nederlandse jongen op het station in Dortmund zijn tot dan toe onbekende Duitse vader. De oudere man had de jongen tijdens de bezettingsjaren verwekt bij een Nederlandse vrouw. Tijdens deze ontmoeting werd kort en bondig aan de zoon medegedeeld dat de vader hem niet meer wilde zien. De jongen die altijd had gedacht dat zijn vader in de oorlog gesneuveld was, accepteerde dat. Pas vele jaren later verbrak hij zijn belofte en zocht opnieuw contact met zijn vader. Deze bleek inmiddels overleden. De foto die de zoon van hem heeft, behoort tot een van zijn kostbaarste bezittingen.
De meeste kinderen van Duitse militairen vernamen tijdens hun puberteit dat zij verwekt waren door een voormalige bezetter, en soms kwamen ze er pas op middelbare leeftijd achter. Door het taboe dat op hun Duitse afkomst rustte, zwegen de moeders, familieleden en de directe omgeving. Dit stilzwijgen werd door de kinderen bewust of onbewust voortgezet. Behoefte aan herkenning en rust over hun afstamming zorgden ervoor dat zij uiteindelijk op zoek gingen naar hun biologische vader.
Hoe groot de behoefte aan identificatie kon zijn, wordt door één van hen als volgt omschreven: ‘Er lag een deken van zwijgzaamheid over mijn jeugd. Er waren overal geheimen. Als kind wist je dat je beter nergens naar kon vragen. Dat kwam niet aan de orde, want ik was gewoon een niemand. Want wie ben je als je je ouders niet kent en niet erkend wordt door degenen die rondom je staan? Hoe moet je in godsnaam van al die snippers een persoonlijkheid opbouwen?’

Identiteitscrisis
Toen een ander kind, Ewald, in 1962 een oproep kreeg voor de keuring voor militaire dienst wist hij niet beter dan dat zijn stiefvader zijn biologische vader was. Maar uit de geboorteaangifte van de burgerlijke stand die hij bij de keuring moest laten zien, bleek dat zijn vader een Duitse militair was. Ewald ging gewoon door met zijn leven en nam het gegeven dat zijn vader niet zijn biologische vader was voor kennisgeving aan. In 1988 raakte hij echter in een heftige identiteitscrisis door een documentaire over de Jodenvervolging. ‘Ik ben daarna met een zekere regelmaat enige dagen ziek geweest. Wat alsmaar door mijn hoofd spookte was de gedachte dat mijn Duitse vader een SS’er was die betrokken was geweest bij de Holocaust.’
Voor Ewald was deze crisis een reden om op zoek te gaan naar zijn Duitse vader. Voor andere kinderen van Duitse militairen was de vrees dat de biologische vader te maken had gehad met oorlogsmisdaden of met de Jodenvervolging een argument om juist niet te willen weten wie hij was.
Kinderen van Duitse militairen werden volwassen in een maatschappij waar de Duitse bezettingsjaren diepe wonden nalieten. Zij schaamden zich voor zaken waar ze zelf niet verantwoordelijk voor waren en groeiden op in een sfeer van ontkenning, leugen en bedrog. De waarheid over hun biologische vader ontdekten ze bij toeval of hoorden ze van buitenstaanders. Opmerkelijk is dat nagenoeg iedereen in de familie en in de omgeving op de hoogte was van hun Duitse afkomst, behalve zijzelf.
(Monika Diederichs)

Monika Diederichs is historicus en geassocieerd onderzoeker bij het NIOD. Voor het boek Wie geschoren wordt moet stil zitten, dat in 2006 verscheen, interviewde ze 56 vrouwen die tijdens de oorlog een verhouding hadden met een Duitser. De verhalen van en over hun kinderen leidden tot het boek Kinderen van Duitse militairen in Nederland, een verborgen verleden. Het kwam in oktober 2012 uit bij uitgeverij Aspekt en is verkrijgbaar in de boekhandel of te bestellen via m.diederichs@upcmail.nl voor € 19,95.

Het gehele artikel is, inclusief illustraties, te lezen in historisch magazine LeeshetNA – G/Geschiedenis, editie januari 2013, te koop in de tijdschriftenwinkel tot 6 februari


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder