Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Elfstedentocht: 50 jaar na de hel van ’63

14 januari 2013 [412] Olivier Keun

Uitgerekend op de koudste dag van de koudste winter van de 20ste eeuw, 18 januari 1963, werd de twaalfde Elfstedentocht gereden. De avond ervoor vroor het 18 graden, op de dag zelf stormde het, bovendien was het ijs abominabel slecht. Van de bijna 9.300 toerrijders haalden slechts 69 het felbegeerde Elfstedenkruisje.

Het was een wonder dat er geen doden vielen. Wel honderden gewonden: botbreuken, bevroren ledematen en zelfs bevroren geslachtsdelen. In de Friese ‘Hel van het Noorden’ schreef winnaar Reinier Paping onuitwisbare geschiedenis: zijn leven zou nooit meer hetzelfde zijn. Maar voor duizenden eindigde de jacht op het kostbare Elfstedenkruisje in een drama, goed voor evenzovele hemelschreiende verhalen. Nog voordat de laatste deelnemers zijn gestart, heeft de politie de eerste slachtoffers met afgevroren tenen teruggebracht.
George Schweigmann, bekende ‘lapjepoep’ (van oorsprong Westfalen die met textielhandel naar Nederland trokken, zoals de C&A-mannen) uit Leeuwarden, was tegen middernacht de laatste die de eindstreep haalde. Hij had liefst achttien uur op de schaatsen gestaan. Schaatsers die één minuut na hem binnenkwamen en dezelfde gruwelijke beproevingen hadden doorstaan, kregen geen Elfstedenkruisje, hoe hard ze ook jammerden: de sluitingstijd is middernacht, punt uit. Het Elfstedenbestuur bleef hardnekkig de spelregels handhaven. Dat gold ook de wedstrijdrijders: die moesten binnen twee uur na de winnaar over de finish zijn. Lukte dat, dan wachtte eeuwige roem, lukte dat net niet, dan eeuwige schande. Er zijn ‘slachtoffers’ van deze regel die nog steeds tranen in de ogen krijgen, of kwaad worden, als ze er aan terugdenken.
Duizenden waren al voor Hindeloopen door de organisatie van het ijs gehaald, de meeste anderen struikelden verder in de eindeloze lege witte velden van Noord-Friesland. Na Hindeloopen stormde de sneeuwmassa zó ongenadig over de landerijen, dat baanvegen werd opgegeven. De route werd verlegd naar buitengaats, over het IJsselmeer. Toen de nacht inviel, aan het eind van de middag, was geen enkel onderscheid te zien tussen vaarten en land. De wedstrijdrijders zaten toen al hoog en droog bij de kachel, de meeste toerrijders doolden nog door de landerijen. Als de sterksten Harlingen halen en over de helft van de dik 200 kilometer zijn, menen het ergste gehad te hebben, wacht hun nog de grootste martelgang: tegen de stervenskoude snijdende oostenwind in, dwars door de horizon-loze kale vlakten. Op de route bij Bartlehiem zien veegploegen geen verschil tussen de baan vóór hen en de baan achter hen. Hier schaatsen deelnemers niet meer voor het Elfstedenkruisje, maar voor hun leven. Onder de rook van Leeuwarden gaan toeschouwers met brommers en auto’s het ijs op om dolende schaatsers op te pikken en te redden.

Kort voor Reinier Paping na dik 200 kilometer Leeuwarden bereikte, landden twee legerhelicopters vlakbij de finishlijn. Een zindering ging door de massa: de koningin! de kroonprinses! Doordat duizenden achter hen aan het ijs op glibberden, begon dat vervaarlijk te kraken en stoof het volk terug naar de kant. Koningin Juliana vond het maar niks om ook op de oever te blijven: liefst feliciteerde ze de winnaar midden op het ijs. Reinier Paping kreeg het Elfstedenkruisje, twee jaarkaarten voor de Deventer kunstijsbaan en een zilveren sigarettendoos (!). Een enthousiaste toeschouwer stopte hem een tientje toe en later figureerde hij in een reclame voor Brinta-ontbijtgranen, voor, omgerekend, 225 euro. Hij kreeg een aansteker en een föhn toe.
Derde werd Jeen van den Berg, met Abe Lenstra de grootste sportheld van Heerenveen. Van den Berg had de Tocht in 1954 (recordtijd: 7 uur, 35 minuten: record bleef 31 jaar staan) gewonnen en leek ook deze 18de januari ongenaakbaar, maar Paping had toch een betere dag en bleef Van den Berg, Jan Uitham en Anton Verhoeven voor. De ‘schande van 1956’ was uitgewist: toen sloten koplopers van de elfde Elfstedentocht het zogeheten ‘Pact van Dokkum’ en kwamen gelijktijdig over de finish. Dat was tegen het karakter van de wedstrijd en de mannen werden gediskwalificeerd.
De Elfstedentocht van 1963, nu vijftig jaar geleden, is legendarisch geworden, maar de marteltocht had evengoed op een ramp kunnen uitdraaien. (Siebrand Krul)


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder