Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

De guerillastrijder die een icoon werd

14 januari 2013 [412] Olivier Keun

Ernesto 'Che' Guevara, een astmatische Argentijnse arts, werd onthaald als één van de bevrijders van Cuba. Aan het eind van zijn leven viel hij in ongenade en werd hij geëxecuteerd in het oerwoud van Bolivia. Voor velen blijft hij echter de revolutionair bij uitstek.

Havana bruiste van vreugde toen de burgers van Cuba vierden dat de gehate dictator Fulgencio Batista door de troepen van het bevrijdingsleger was afgezet. De revolutionairen hadden Havana ingenomen en op 8 januari 1959 trok een triomfantelijke overwinningsstoet de stad binnen. Vooraan in de stoet liepen Fidel Castro, de    ‘Lider Maximo’ of ‘Grote Leider’ van het land, zijn broer Raul, en de held van het beslissende gevecht, Ernesto ‘Che’ Guevara.

Varken
Het lag niet voor de hand dat Ernesto Guevara guerillastrijder zou worden. Op 14 juni 1928 werd hij geboren in een familie uit de hogere middenklasse, en hij had astma. Maar hij liet zich noch door zijn afkomst noch door zijn gezondheid beïnvloeden. Hij was met opzet onconventioneel, kleedde zich slonzig en waste zich weinig, wat hem bij zijn vrienden de bijnaam ‘varken’ opleverde. Maar hij had ook een serieuzere kant. Toen zijn vader in zakelijke moeilijkheden kwam, besloot hij de familie te helpen en ging hij in Buenos Aires bij de dienst bouw- en woningtoezicht werken. Guevara’s eigen ziekte speelde waarschijnlijk een belangrijke rol bij zijn beslissing om in Buenos Aires medicijnen te gaan studeren. In de winter van 1951 trok hij tijdens zijn medische opleiding samen met zijn vriend Alberto Granado door Zuid-Amerika. Op deze reis leerde hij het continent beter kennen en stuitte hij op veel problemen en misstanden: boeren die een hard bestaan leidden op piepkleine stukjes land, dictatoriale grootgrondbezitters, verdreven indianen en geestelijken die de benarde toestand van hun kudde tijdens hun kerkdiensten angstvallig meden. ‘Het doelloos rondtrekken heeft me meer veranderd dan ik me had kunnen voorstellen’, vertrouwt hij zijn dagboek toe. Na deze reis voelde hij een groot verlangen de wereld te veranderen, nu wist hij wat het doel van zijn leven was.

Communist
Nadat hij in 1953 arts was geworden, verliet Guevara Argentinië om in een leprakliniek in Bolivia te gaan werken. Het jaar daarna verhuisde hij naar Guatemala, waar de president van het land, Jacobo Arbenz Guzman, een radicaal landhervormingsprogramma had opgezet. De Verenigde Staten zette een militaire coup op touw om Guzman ten val te brengen en Guevara probeerde de weerstand tegen de putschisten te organiseren. In deze periode werd hij overtuigd communist.

Fidel en Raul Castro
Guevara’s reizen voerden hem steeds verder naar het noorden. Toen hij in een ziekenhuis in Mexico-Stad werkte, trouwde hij met een Peruaanse, Hilda Gadea Acosta, met wie hij een dochter zou krijgen: Hilda Beatriz. In deze tijd leerde Guevara Raul en Fidel Castro kennen. De jonge Cubaanse broers waren voor Batista gevlucht en waren op zoek naar een arts die hun kleine guerillagroep kon vergezellen. Ze wilden de Cubaanse heerser afzetten, die sinds maart 1952 door een militaire coup illegaal in Cuba aan de macht was. Ernesto nam hun aanbod aan. Hij kwam bij zijn kameraden bekend te staan als ‘Che’, dat ‘maat’ of ‘kameraad’ betekent. Op 25 november 1956 gingen Guevara, de gebroeders Castro en 79 andere Cubaanse ballingen aan boord van het zeilschip Granma. De overtocht naar Cuba was een nachtmerrie, want het schip dreigde telkens te zinken. Toen de uitgeputte bemanning op 2 december 1956 eindelijk land in zicht kreeg, werd ze door de kustwacht ontdekt en aangevallen door de Cubaanse luchtmacht. Op 5 december raakten de mannen verwikkeld in een vuurgevecht met de troepen van de dictator. Slechts vijftien guerilla’s wisten te ontkomen en trokken zich terug in de bergen van de Sierra Maestra. Van daaruit organiseerde de kleine groep onder leiding van de gebroeders Castro en Che Guevara een opstand tegen de Cubaanse gewapende macht, waarbij ze veel steun van het volk kregen. De rebellen wisten steeds grotere militaire successen te behalen en wonnen de ene na de andere strijd tegen het officiële leger. Uiteindelijk namen ze op oudejaarsavond 1958 de stad Santa Clara in. Che was de held van de beslissende strijd. Slechts twee jaar na hun rampzalige aankomst trokken de revolutionairen de hoofdstad Havana binnen, nadat dictator Batista naar de Dominicaanse Republiek was gevlucht. Enkele dagen later maakte de stad zich op voor de triomfantelijke intocht van Fidel Castro.

Che bankpresident
Op 7 februari 1959 werd Guevara door de regering de Cubaanse nationaliteit toegekend. Hij werd aangewezen als hoofd van het Nationaal Instituut voor Agrarische Hervormingen en vervolgens tot president van de Nationale Bank, waar hij de nieuwe bankbiljetten van Cuba tekende met de letters ‘CHE’ Zijn voornaamste rol was echter die van ideoloog van het nieuwe regime. Al in 1959 hielp Guevara met het organiseren van revolutionaire veldtochten in Panama en de Dominicaanse Republiek, die allemaal mislukten. Op 2 juni 1959 trouwde hij opnieuw, ditmaal met zijn strijdmakker Aleida March. De huidige roem van Che is vooral te danken aan een voorval uit 1960 Op 4 maart van dat jaar explodeerde het Franse vrachtschip La Coubre, beladen met zeventig ton wapens, in de haven van Havana. Zo’n 75 mensen kwamen om het leven en meer dan 200 raakten gewond. Guevara, die met Castro aanwezig was bij de herdenkingsdienst voor de slachtoffers, liep naar de rand van het podium. Op dat moment nam fotograaf Alberto Korda de wereldberoemde foto waarop Guevara’s peinzende gezicht is te zien onder een baret waarop een rode ster prijkt. Op 23 februari 1961 werd Che Guevara benoemd tot minister van Industrie onderhandelde hij met de Sovjet-Unie over wapenleveranties, die uiteindelijk tot de gevaarlijke Cubacrisis van l962 leidden. In de nasleep daarvan werd felle kritiek geuit op de adviseurs van de Sovjet-Unie; terwijl de Russen afkerig waren van Guevara’s plannen om Cuba te industrialiseren en liever zagen dat hij de traditionele monocultuur van suikerriet nieuw leven inblies.

Afrika
Om aan de moeilijke politieke situatie in Cuba te ontkomen reisde Guevara naar Afrika, waar hij een guerillanetwerk wilde opzetten dat zowel in Afrika als in Azië en Zuid-Amerika inzetbaar zou zijn. Een poging om in Congo een revolutie op gang te brengen, gebaseerd op Cubaanse guerillatactieken, mislukte. In oktober 1965 las Castro in het openbaar een brief voor waarin Guevara’s aftreden werd aangekondigd. Nog altijd is het niet duidelijk wie die brief heeft geschreven. Kort na zijn terugkeer naar Cuba begon Che aan zijn laatste revolutionaire onderneming: een omwenteling in Bolivia in gang zetten. In maart 1967 botsten Guevara en zijn guerillatroepen met het Boliviaanse leger. Nadat hij bewijs in handen had gekregen dat Guevara in zijn land was, beval de Boliviaanse president René Barrientes dat Guevara’s hoofd op een spies in La Paz moest worden getoond. Op 8 oktober 1967 liepen de overgebleven guerrillastrijders in een hinderlaag bij het Quebrada del Churo-ravijn.
Guevara zelf moest zich overgeven nadat hij een kogel in zijn been had gekregen. Hij werd gevangengehouden in een schoolgebouw in het dorpje La Higuera, waar zijn gijzelaars het bevel van de president uitvoerden en hem executeerden. Maar in plaats van af te rekenen met een gevaarlijke guerillastrijder, schiep de Boliviaanse regering een legende, wiens foto sindsdien door demonstranten over de hele wereld als icoon van opstandigheid wordt gezien.


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder