Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Charles Dickens, humor en mededogen

14 januari 2013 [412] Olivier Keun

Hij was de populairste schrijver van zijn tijd en gaf in zijn sociaalkritische romans een scherp beeld van de maatschappelijke verhoudingen in Victoriaans Engeland. Hij creëerde levensechte personages die het publiek met mededogen vervulden. Ondanks alle succes dreigde de auteur op het laatst te bezwijken onder de roem die hij zo begeerd had.

‘Ik weet dat ik zonder Gods hulp op straat had rondgezworven.’ De Inimitable, zoals hij zichzelf met veel gevoel voor ironie noemde, werd dit jaar tweehonderd jaar geleden geboren. Zijn vader werkte als klerk bij de Navy Pay office, en het gezin Dickens bewoonde een huis niet ver van de haven van Portsmouth. De kinderen vermaakten zich thuis uitstekend met de laterna magica, het bedenken en opvoeren van komische duetten en zelfgemaakte toneelstukjes. Als jongen las Dickens het liefst schelmenromans. De wereld vol avonturen die daarin werd opgeroepen had een enorme aantrekkingskracht op de jonge knaap.
In 1812 verhuisde het gezin naar een voorstad van Londen, met zijn achterbuurten en smerige straten vol haveloze straatverkopers, bedelaars en mismaakten. Het verdriet en de ellende van de miljoenenmetropool maakten in één klap een einde aan een onbezorgde en beschermde jeugd. Dickens zou in zijn latere leven als schrijver telkens weer terugkeren bij dit ene thema: de verdrijving uit het paradijs van zijn jongensjaren.

Schoensmeerfabriek
Voor de twaalfjarige werd de wanhoop nog vergroot toen hij in 1824 van school moest om in een schoensmeerfabriek te gaan werken Zijn vader was door een al te uitbundige leefstijl in financiële problemen geraakt en in de gevangenis gezet: ‘Geen woorden kunnen uitdrukken wat ik moest lijden toen ik in deze omgeving belandde. Wat ik in het geheim moest dragen wist niemand behalve ikzelf.’
De jongen voelde zich verstoten en onteerd. Tegelijkertijd zorgde deze traumatische ervaring ervoor dat hij als adolescent een bijna ziekelijke eerzucht ontwikkelde, gekoppeld aan het vaste voornemen om nimmer financieel gebrek te leiden.
Zijn eerzucht bracht hem aan de gerenommeerde ‘Wellington House Academy’, waar hij zijn klasgenoten vermaakte met verhalen en anekdotes. Hij perfectioneerde zijn stenoschrift en ging na een korte periode als klerk bij een advocatenkantoor op zijn zestiende aan de slag als verslaggever van de ‘Doctors’ Commons’ , een samenwerkingsverbond van de gerechtshoven tussen St. Pauls en de Theems. Zijn kundigheid als stenograaf bezorgde hem een baan als reporter bij de House of Commons, waar hij voor twee kranten de debatten in het parlement versloeg. Hij was zo snel met zijn berichten dat die ruim voor de verslagen van de concurrentie gedrukt konden worden. Als verslaglegger maakte hij de discussies over de hervorming van het kiesrecht in 1832 van dichtbij mee, evenals de debatten over de sociale onrust in het industriële noorden, de massawerkloosheid en het armenrecht. Uit die tijd stamt zijn minachting voor een politiek van de rijken die eigen privileges laat prevaleren boven het welzijn van het eigen volk.

Pickwick Papers
In deze carrièrematig gezien succesvolle periode dong de excentrieke gentleman vergeefs om de hand van de kokette en beeldschone Maria Beadnell, dochter van een bankier. Vergeefs smeedde Charles hartstochtelijke plannen voor een gezamenlijke toekomst. Het object van zijn liefde liet zich de avances welgevallen maar zag het geheel meer als een flirt. Na vier jaar hofmakerij deelde Maria hem mee dat hij van haar kant niets hoefde te verwachten. Deze afwijzing sloeg diepe wonden in de ziel van Dickens, die zich overhaast in een liaison met Catherine Hogarth stortte, dochter van een Schotse krantenuitgever. In april 1836 trouwde hij met haar, en hoewel uit het huwelijk maar liefst tien kinderen werden geboren, heeft Dickens achteraf altijd spijt gehad van zijn overhaaste beslissing.
In het jaar van zijn trouwen debuteerde Dickens met een verzameling satirische verhalen, de ‘Sketches by Boz’, 56 korte stukjes waarin hij met scherpe pen en liefde voor het detail scènes uit het Londense leven beschrijft met zijn mooie maar ook minder mooie kanten. De schetsen werden welwillend ontvangen en Dickens besloot zijn baan als correspondent op te geven en begon voor uitgevers Chapman & Hall aan een roman in de vorm van twintig maandelijkse afleveringen, ‘The Pickwick Papers’ (1837).
Hierin draait het om de komische wederwaardigheden van de corpulente geleerde Samuel Pickwick, een tamelijk geëxalteerde en ook zeer Britse vrijgezel. Met de Pickwick Papers vestigt Dickens zijn naam als publiekslieveling van zijn generatie. Voor veel liefhebbers van de kolderieke avonturen in de Pickwick Papers kwam het volgende boek aan als een slag in het gezicht. De kritische toon in ‘Oliver Twist’ een ‘sociaal sprookje’ over een weesjongen die zich staande moet houden in een criminele en vijandige wereld ging velen te ver. Hoewel niet geheel vrij van clichés en sentimentaliteit is het boek toch een scherpe aanklacht tegen de cynische zelfgenoegzaamheid van de Engelse elite.

Lezingen in Amerika
Dickens gaf met zijn geschriften een stem aan de verschoppelingen van een harde maatschappij maar genoot ondertussen met volle teugen van zijn status – en het bijbehorende geld – als sterauteur. In 1839 betrok hij met zijn gezin een voorname villa nabij het koninklijke Regent’s Park. Hij schitterde als middelpunt van soirées, waar hij zijn illustere gasten vermaakte met goocheltrucs en kleine improvisaties.
Het thuisfront bood de notoire veelschrijver de nestwarmte en geborgenheid die hij nodig had om optimaal te kunnen produceren. In hoog tempo verschenen achtereenvolgens ‘Nicholas Nickleby’, 1839; ‘The Old Curiosity Shop’, 1841; ‘Martin Chuzzlewit’, 1844. Twee lucratieve lezingreeksen in Amerika en goedbetaalde voordrachten in eigen land hielpen hem zijn terugkerende paniekaanvallen over een leven zonder inkomsten te bedwingen. Als performer had Dickens een bijna magische aantrekkingskracht op zijn publiek. Dat gold zowel voor de sessies waarin hij voorlas uit eigen werk als voor zijn optredens als acteur in één van zijn vele zelfgeregisseerde stukken.
‘Ik ben een liefdevolle vader voor alle kinderen van mijn fantasie. Maar net als veel toegewijde ouders heb ik diep in mijn hart één lieveling. Zijn naam is David Copperfield.’ In deze sterk autobiografische Bildungsroman toont de auteur zich een absoluut meester in melodrama met een boodschap. Aangestoken door het optimisme van zijn jeugdige held begint Dickens in 1850 met het weekblad ‘Household Words’, een mengeling van entertainment en politieke voorlichting. Het blad, bedoeld voor de gewone lezer, houdt zich bezig met vragen rond opvoeding en hygiëne, met de arbeidsvoorwaarden in fabrieken en de rampzalige woonomstandigheden van de arme massa’s. Op het moment dat Victoria de scepter zwaait over een kwart van de wereldbevolking brengt Engelands voorsprong op het gebied van machines en mijnbouw economische voorspoed. Van die voorspoed profiteert vrijwel uitsluitend de nieuw ontstane aristocratie van de hoge burgerij, terwijl de starre klassenstructuren maken dat het proletariaat grotendeels berooid en rechteloos blijft.

Treurig einde
Dickens sociale engagement en zijn internationale faam (‘Hard Times’, 1854; ‘Little Dorrit’, 1857) behoeden hem niet voor zware crises in zijn privéleven: in een publieke verklaring maakt Dickens bekend dat hij na 22 jaar huwelijk gaat scheiden van zijn vrouw, in die tijd een affront tegen de goede zeden. Hij begint een geheime verhouding met de jeugdige actrice Ellen Ternan en trekt zich terug op zijn landgoed Gads Hill bij Rochester. Teleurgesteld in de apathie van zijn kinderen en geplaagd door alimentatieverplichtingen schrijft hij ‘Our mutual friend’ (1865), een werk dat na al die jaren weinig aan actualiteit heeft ingeboet: ‘Waar komt hij vandaan? Aandelen. Waar gaat hij heen? Aandelen. Heeft hij principes? Aandelen. Wat heeft hem in het parlement gebracht? Aandelen.’
Tegen de zin van zijn artsen blijft de patriarch, die inmiddels lijdt aan jicht en hartklachten, doorgaan met de uitputtende openbare optredens. Terwijl zijn geest wegzinkt in duisternis en ellende, klampt hij zich vast aan dat stukje leven dat hem nog rest. De ooit begeerde roem drukt zwaar. Het multitalent Dickens sterft op 9 juni 1870 aan een beroerte. Hij heeft dan net niet meer zijn thriller ‘Edwin Drood’, kunnen voltooien. Hoewel hij uitdrukkelijk te kennen had gegeven in stilte begraven te willen worden, wordt hij bijgezet in Westminster Abbey en trekt zijn uitvaart grote scharen bezoekers.
Feitelijk nam de filantroop al bij zijn laatste lezing in de St. James Hall afscheid van het podium en van zijn publiek: met zijn ‘From these garish lights I vanish now for evermore, with one heartfelt, grateful, respectful, and affectionate farewell.’
(Lutz Steinkamp)

Bekijk het hele artikel, met fraaie illustraties: G/Geschiedenis editie januari, tot 6 februari te koop in de tijdschriftenwinkel.


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder