Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Tanneken Sconynx uit Gottem maakt fatale keuze

19 december 2012 [412] Olivier Keun

Heksenvervolgingen, een typisch middeleeuws verschijnsel? Vergeet het maar: het merendeel der heksenvervolgingen vond veel later plaats. In de Zuidelijke Nederlanden werd de piek bereikt in de periode tussen 1580 en 1670. Eén van de best gedocumenteerde voorbeelden van een heksenproces is dat van Tanneken Sconynx uit Gottem (Oost-Vlaanderen), die zich in 1603 vergeefs tegen de beschuldiging van hekserij verdedigde.

Daartoe aangemoedigd door enkele door de hoogste autoriteiten uitgevaardigde verordeningen, zetten verschillende rechterlijke instanties in deze jaren een groots offensief in tegen allerlei vormen van hekserij of toverij. Het staat buiten kijf dat hekserij aan het eind van de 16de en het begin van de 17de eeuw niet alleen frequenter, maar vooral ook harder dan ooit te voren werd aangepakt.
Door een gelukkige samenloop van omstandigheden kan het proces tegen Tanneken Sconynx in volle omvang gereconstrueerd worden. Deze vrouw beantwoordde niet aan het stereotype beeld van een heks: zij was géén oude, alleenstaande vrouw die in armoedige omstandigheden een geïsoleerd bestaan leidde, maar een gehuwde vrouw van middelbare leeftijd (en moeder van vier kinderen). Samen met haar man Thomas van der Muelene baatte zij in Gottem – momenteel een deelgemeente van Deinze – een middelgrote hoeve uit. Vanwege het door haar man ingestelde hoger beroep bij de Raad van Vlaanderen zijn alle processtukken bewaard gebleven.

Het heksenproces tegen Tanneken begon op 17 oktober 1602. Zij was het beu om te pas en te onpas voor heks uitgemaakt te worden en wilde voor eens en voor altijd haar slechte naam in deze gezuiverd hebben. Daarom stapte ze zelf naar de schepenbank met het verzoek een onderzoek te starten. Helemaal uit vrije wil gebeurde dit overigens niet. Een kleine twee maanden eerder was haar naam tijdens een ander heksenproces gevallen. Tijdens het verhoor van Joosijne Salens (die op 30 augustus 1602 in het nabijgelegen Wakken als heks werd verbrand) had deze, terwijl ze op de pijnbank lag, een belastende verklaring afgelegd. Joosijne verklaarde dat zij Tanneken en haar dochter eens op een heksensabbat had ontmoet. Hier zouden de heksen rug aan rug hebben gedanst en werd de aanwezige duivel – in de gedaante van een bok – op zijn ‘achterste quartier’ gekust. Omdat in de daaropvolgende maand de verdachtmakingen aanhielden, koos Tanneken voor een tegenoffensief.
Op het advies van Hubrecht Meganck – baljuw van de heerlijkheid waar Gottem deel van uitmaakte en een volle neef van Tanneken – nam zij het initiatief in eigen hand en spande een procedure aan. Zij vroeg de rechterlijke autoriteiten om een onderzoek in te stellen om zo haar naam volledig te zuiveren. Meganck deed het voorkomen alsof dit een louter formele aangelegenheid was: het onderzoek bestond uit het op bevel van de rechtbank afkondigen van een aantal ‘kerckgheboden’. Iedereen die een beschuldiging van toverij tegen Tanneken wilde indienen, werd opgeroepen om dit voor een bepaalde datum bij de schepenen te doen. Als er niemand verscheen, dan zou de schepenbank haar naam voor eeuwig van alle smetten zuiveren.
Dat de baljuw niet zuiver op de graat was, bleek al meteen op de eerste dag van de procedure. In samenspraak met de schepenen werd een akte opgesteld met daarin de bepaling dat Tanneken zich vrijwillig overleverde en ermee akkoord ging dat zij tot het einde van de procedure in de gevangenis zou worden opgesloten. Hiermee ging zij uiteraard niet akkoord en het was aan haar eigen doortastend optreden te danken dat zij nog op vrije voeten bleef.
Gedurende drie opeenvolgende zondagen werden, zowel in Gottem als in Wakken, de ‘kerckgheboden’ voorgelezen en aangeplakt. Niemand maakte van deze gelegenheid gebruik om Tanneken van hekserij te beschuldigen. Baljuw Meganck liet zich niet uit het veld slaan en ondernam toen zelf stappen. Hij kondigde op eigen houtje nog een vierde kerckghebod af. Bij die gelegenheid leverde hij afschriften in van elders afgelegde verklaringen waarin Tanneken van toverij beschuldigd werd. Hierop kon de schepenbank niets anders doen dan de zaak verdagen. Vanaf dat moment, zo blijkt uit de stukken, zette Meganck alles op alles om Tanneken als heks veroordeeld te krijgen. Hij trommelde negen personen op die een vage en moeilijk te toetsen verklaring aflegden. Op 11, 12, 13 en 14 december werden deze personen – waaronder enkele notoire dronkenlappen – gehoord.
(Cor van der Heijden)

Lees het gehele artikel in de januari-editie van G/Geschiedenis!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder