Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Geschiedenis van de computer

19 december 2012 [412] Olivier Keun

In 1978 staan er een onwaarschijnlijk gehouden 500.000 computers in de Verenigde Staten, bijna uitsluitend in professionele omgeving zoals bedrijven en laboratoria. Twee jaar later is dat verdubbeld, in 1983 zijn het er tien miljoen, in 1986 dertig miljoen, in 1989 vijftig miljoen. Vandaag de dag staat in elk huishouden minstens één computer. Het is razendsnel gegaan. Wat ook opvalt: bijna de hele ontwikkeling is Amerikaans, maar in Amerika worden geen computers meer gebouwd. Enkele opvallende stadia.

In 1936 formuleert de Brit Alan M. Turing van Princeton University de betekenis van ‘berekenbaarheid’ (‘calculableness’) en past de definitie van algoritmen voor de berekening van functies aan. De machine die Turing hiervoor fabriceert, kan deze berekeningen uitvoeren. In 1950 publiceert Turing ‘Computing machinery and intelligence’ in het tijdschrift Mind. Hierin formuleert hij kernvraagstukken rond het thema ‘ kunstmatige intelligentie’, de basis van de computer.
In 1937 ontwerpt George Stibitz de eerste binaire calculator voor Bell Telephone Laboratories en is daarmee de uitvinder van de digitale computer. In 1940 komt een verbeterde versie uit bij Bell Labs en deze kan beschouwd worden als de eerste digitale computer. In 1941 bouwt Konrad Zuse in Duitsland de Z3, de eerste computer die controle uitoefent op de ingevoerde berekeningen, een verdergaande vorm van electronische intelligentie. Een volgende grote stap wordt in 1945 gezet door John von Neumann, die opslag- en instructiecapaciteit voor computers ontwerpt.
In 1946 wordt ENIAC gebouwd: de Electronic Numerical Integrator and Computer. Dit monster meet 2,5 meter hoogte en liefst 35 meter lengte. Het woog tachtig ton en telde 18.000 vacuümbuizen. Maar het kon ook wat: 5.000 optellingen en 360 vermenigvuldigingen per seconde! Dat was toen een sensatie.
In 1951 ontstaat Wang Computers en wordt de Whirlwindcomputer operationeel, de eerste real time-computer. Een jaar later introduceert IBM de 701, de eerste computer met electronische opslag. In Duitsland wordt Nixdorf opgericht.

Jack Kilby vroeg in 1959 patent aan op het eerste geïntegreerde circuit. Kilby, vader van de chip, kreeg uiteindelijk zestig patenten en verwierf in 2000 de Nobelprijs. In 1960 overschrijdt IBM in de Verenigde Staten de één miljard dollar-grens in omzet aan computer-producten. Een reeks computerbedrijven wordt succesvol, bijna alle uit de Verenigde Staten: Digital, Texas Instruments, Intel, DEC en Bell.
Ted Codd schrijft in juni 1970 zijn beroemd geworden artikel ‘A relational model of data for large shared data banks’ waarin hij het principe uitlegt van de grondslag van databases zoals die tot heden in computers wordt gebruikt.
In 1971 verschijnt de eerste personal computer, de pc, gemaakt door John Blankenbaker. In 1975 wordt Microsoft opgericht door Bill Gates en Paul Allan, en in datzelfde jaar opent de eerste computerwinkel, in Santa Monica, LA. AppleComputer begint in 1977, met de Apple II pc. In 1975 worden pc’s alleen verkocht door Apple, Commodore en Tandy. Commodore verkoopt een miljoen exemplaren van zijn VIC-20 home computer, maar het is IBM dat een standaard-pc maakt.
De eerste McIntosh van Apple ziet het licht in 1984. Er zijn allerlei nieuwe spelers op de markt: Compaq, HP, Sun, maar nog steeds Amerikaans. Tandy heeft inmiddels 7.300 winkels, IBM is de belangrijkste bouwer: in 1988 komt dit bedrijf met de MVS/ESA, dat een nieuwe standaard neerzet voor mainframe computers; als teken daarvan haalt het een miljardencontract binnen voor de aanleg van luchthavenbegeleidingssystemen.
In 1989 komt Apple met de eerste draagbare MacIntosh, in hetzelfde jaar als waarin Compaq een notebook met accu en floppy discs levert.
In 1991 volgt de doorbraak van Microsoft met het uitbrengen van DOS 5.0. In deze tijd vindt een sterke sanering plaats, gedwongen door forse verliezen van veel bedrijven IBM bloedt het meest met bijna vijf miljard dollar verlies in 1993. Het is het begin van een offensief om de markt van burgers te winnen door middel van sterk verlaagde prijzen. In huishoudens staan nog amper computers.

In 1994 ontstaat Mozaic, de eerste browser waarmee op het prille internet kan worden gesurfd. Een jaar later is Windows 95 een mega-succes: binnen twee weken worden een miljoen pakketten verkocht. MS Office 97 verschijnt in 1997, als Microsoft bijna de internetrevolutie misloopt. Het bedrijf gloreert: in 1999 is het 625 miljard dollar waard. Voor een fractie van dat bedrag wordt IBM aan de Chinezen verkocht en zo goed als ontmanteld. De greep van Microsoft op de markt wordt bijna wurgend, maar deze neemt af met het toenemend succes van Apple. De Apple-telefoon (iPhone) wordt een razend populair consumentenartikel en de computers van het bedrijf blijven peperduur, maar het gebruiksgemak haalt velen over toch hierin te investeren, zeker als de software almaar beter uitwisselbaar is met die van Microsoft.

Het technische brein achter Apple was Steve Wozniak. Hoe het apparaat er uit zag, interesseerde hem niet, in tegenstelling tot zijn kompaan Steve Jobs: die wilde juist een machine die uitblonk door de schoonheid van het ontwerp: zoals een futuristische typemachine. Ook moest het apparaat supersimpel te bedienen zijn. Jobs bemoeide zich intens met alle details: de kleur, de voeding en de koeling. Jobs bekommerde zich eveneens om het ingewikkelde logo van de firma, dat volgens hem de soepele verkoop in de weg zat (Isaac Newton zittend onder een appelboom).

Jobs stond voor één dollar per jaar op de loonlijst, maar verdiende alleen al in 2006 zo’n 650 miljoen dollar aan stijgende aandelenkoersen. Het was echter niet alleen de uiterlijke schijn die Jobs zo succesvol maakt: de ontwikkeling van Mac OS X is vooral aan hem te danken.
Jobs, die eigenlijk Steven Paul Jandali heet en van Syrische afkomst is, richtte Apple op in 1977, samen met Steve Wozniak en Ronald Wayne. Jobs en Wayne werkten eerder samen bij Atari. Korte tijd later verdween Wayne, in 1983 kwam John Scully in de directie. Hij kwam alleen aan de leiding toen de raad van bestuur Jobs in 1985 ontsloeg. In 1997 kwam Jobs terug als CEO en voerde een hele reeks saneringen door. Hij maakte een einde aan de talloze licenties die Apple verkocht en bemoeide zich opnieuw met de kleinste details van de bedrijfsvoering. Beroemd werd zijn manier om nieuwe producten te introduceren. Hij hield dan een mooie lezing, nam het applaus in ontvangst en stapte van het podium, om even later terug te komen met ‘and one more thing’, waarop hij een flitsend nieuw product liet zien. Dat was wereldwijd groot nieuws, reden waarom Apple nooit hoeft te adverteren voor bijvoorbeeld de Mac Book Pro, iPod, of iTunes Wifi Store of Mac Book Air. Een enorm succes was tevens de iPad. In 2011 verliet Jobs, doodziek, Apple, en droeg de leiding over aan Tim Cook. Deze baarde begin december 2012 opzien door de aankondiging weer een deel van de Apple-producten in Amerika te willen maken. Hij investeert daartoe honderd miljoen dollar. Een schijntje, maar een teken aan de wand. Jobs had Barack Obama nog laten weten dat Apple geen werk uit China zou terughalen. Overigens merkte Cook wel op dat in de Verenigde Staten geen kennis meer bestaat om grootscheeps computers te bouwen. Een wrange constatering in een land met zo’n overheersende rol in de ontwikkeling van de computer.


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder