Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Het wonderlijke filmdebuut van rebel Pancho Villa

20 november 2012 [412] Olivier Keun

Het eerste slachtoffer van oorlog is de waarheid. Nergens was dat duidelijker dan in Mexico tijdens de revolutie tussen 1910 en 1920. In de chaos na de val van Porfirio Diaz, dictator sinds 1876, streed het restant van de centrale regering tegen verschillende groepen opstandelingen. Bekendste daarvan was het Vrijheidsleger van het Zuiden van Emiliano Zapata en de División del Norte uit Chihuahua van de populaire bandiet-rebel Pancho Villa.

Eén ding is in deze ongelooflijke puinhoop wèl duidelijk: Pancho Villa sloot in januari 1914 een contract met een Amerikaans bioscoopjournaal. De rebellen vochten nu niet alleen voor een beter Mexico, maar vooral voor een beter gevulde portemonnee.
Erg verwonderlijk was het niet: bioscoopjournaals rukten snel op en begaven zich dus ook op de slagvelden. Geschat wordt dat in deze jaren bijna vijftig miljoen bioscoopkaartjes werden verkocht in de VS. Per week! En dan moest er natuurlijk wel wat spektakel worden geboden. En wat kon hiervoor beter dienen dan de strijd van Pancho Villa, dicht langs de Amerikaanse grens.
Wat het contract zo wonderlijk maakt, zijn de voorwaarden. In ruil voor liefst 25.000 dollar tekende Pancho Villa een overeenkomst die hem verplichte om te vechten volgens het scenario dat de studio hem opdroeg. De crew uit Hollywood voegde zich bij het leger van Villa en de opnameleider vertelde de bandieten precies hoe ze moesten vechten. De strijd moest zich tussen negen uur ’s ochtends en vier uur ’s middags afspelen, anders was er te weinig licht. Maakte niet uit of de rebellen om vier uur nog midden in een gevecht zaten: ophouden, morgen verder!
Hoe onwaarschijnlijk ook, Pancho Villa’s korte Hollywood-carrière werd een film op zichzelf. Villa zorgde ervoor dat er geen concurrerende bioscoopjournaals in de buurt kwamen. En was de opname niet naar de zin van de cameraploeg, dan deed Villa de actie over. Maar hij stelde toch wel zijn grenzen. Zo was geen sprake van gevechten of executies als er te weinig licht was, maar Villa gaf toe om terechtstellingen van vier uur ’s ochtends uit te stellen tot zes uur, maar niet later, want dan raakte zijn vechtplanning in het ongerede. Wel sneu dat alle opnamen in Hollywood werden afgekeurd. Althans: de bazen vonden dat een fiks deel in Los Angeles opnieuw opgenomen moest worden.

De Mexicaanse Revolutie was één van de eerste ‘media-oorlogen’. Aanvoerders lieten niet na om de pers voor hun zaak in te zetten. Van groot belang was de rol van de Verenigde Staten en juist daar was de belangstelling voor de strijd groot. Er werden tal van journalisten op uitgestuurd die lang niet altijd waarheid van dichtsels konden onderscheiden. En dan waren er de hardnekkige vooroordelen over Mexicanen. En persoonlijke belangen die een correcte berichtgeving in de weg zaten: William Randolph Hearst, groot krantenmagnaat, was des duivels toen Pancho Villa’s mannen enkele van zijn Mexicaanse landgoederen plunderden en er met 60.000 runderen vandoor gingen. Het beeld van Villa werd woester en bruter, zeker toen hij het bestond om later in de oorlog de grens over te steken en de stad Columbus, in Nieuw Mexico, overviel.
De berichtgeving overdreef schromelijk: het leek een onophoudelijke vuurzee en de hoeveelheid slachtoffers was een veelvoud van het inwonertal van het arme land.
Vast staat dat er een felle competitie speelde om het beste nieuws en dat dit makkelijk manipulatie in de hand werkte. Niet alleen Villa, ook Zapata en generalissimo Victoriano Huerta deden er aan mee. Op 7 januari 1914 berichtte de New York Times dat Pancho Villa, General in Command of the Constitutionalist Army in Northern Mexico, zijn strijd tegen Huerta zal voortzetten zoals overeengekomen met Harry E. Aitken van Mutual’s Films. Enkele weken later bleek dat in de Slag van Ojinaga. Villa viel dit dorp aan, dat werd verdedigd door 5.000 federale soldaten en hij hield duidelijk pauzes om de cameramensen posities te laten innemen voor de beste shots. Op nadrukkelijk verzoek van de filmmaatschappij droeg Villa niet zijn normale gevechtstenue, maar een operette-generaalspakje dat veel meer indruk maakte. Villa tekende ervoor dat hij in dit uniform voor niemand anders zou poseren dan voor Mutual.
Het hele avontuur duurde enkele weken, toen werd iedereen het onpraktische duidelijk en Mutual schakelde over op plannen om een film te maken, The Life of General Villa. Die plannen hebben het documentaire-spektakel in de maanden ervoor behangen met speculaties en wilde toevoegingen.
In mei 1914 ging de film in New York in premiere, een voor die periode typisch melodrama. Villa was niet meer een armzalige landarbeider volgens de werkelijkheid, maar een redelijk grote boer die wraak ging nemen op de ‘federales’ vanwege het aanranden van zijn zuster.
Uiteindelijk luidde de conclusie dat het onmogelijk was om met de beperkte technische middelen van destijds (enorm zware en onhandelbare camera’s, heel geringe lichtgevoeligheid van de lenzen) acties te filmen, ook al waren die gemanipuleerd. Dat was in eerste instantie teleurstellend, maar al gauw sloeg de mening om. Op z’n Amerikaans werd een praktische oplossing gevonden: elke scene uitschrijven en exact naspelen, liefst in een studio. Alleen dan had je controle over wat op film kwam. (Smithsonian/Siebrand Krul)


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder