Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Piet Hein: piraat of held?

28 oktober 2012 [412] Olivier Keun

Veel Nederlandse bezoekers van het Museo de la Pirateria in Santiago de Cuba moeten zich eens goed door de ogen wrijven. Zie ik dat goed op het paneel waarmee in dit piepkleine museum, ondergebracht in het indrukwekkende fort El Morro, de geschiedenis van de piraterij behandeld wordt? Is dat niet onze eigen Piet Hein die de rij opent?

Ook op andere plaatsen in Cuba is er volop aandacht voor deze in Delfshaven geboren vlootvoogd. In Matanzas staat op de kade bij de baai waar Piet Hein in 1628 onsterfelijke roem behaalde zelfs een standbeeld van deze zeeheld.
De zoektocht naar het hoe en het waarom van deze gegevens moet beginnen bij het einde van het Twaalfjarig Bestand. In 1621 werd de strijd tussen de Spanjaarden en de opstandige Nederlandse gewesten weer hervat. Vooral de Spanjaarden kwamen goed uit de startblokken en behaalden enkele klinkende successen (onder andere de inname van Breda; zie pagina 53). De opstandelingen besloten om het strijdtoneel gedeeltelijk te verleggen: door uitbreiding van de Nederlandse aanwezigheid in Amerika zou de achilleshiel van Spanje wel eens geraakt kunnen worden.
Het was in de Republiek genoegzaam bekend dat de Spaanse erfvijand de fabelachtige rijkdommen uit de Nieuwe Wereld vooral gebruikte voor de financiering van zijn agressieve militaire politiek in Europa. Zou aan die geldstroom een einde komen, dan zou de strijd in de Nederlanden snel beslecht zijn. Het bezetten van de Spaanse goud- en zilvermijnen in Mexico, Peru en Bolivia was echter een brug te ver. Die lagen te ver van de kust af en ze werden goed verdedigd door de Spaanse koloniale troepen. Maar er was wel een andere manier om in het bezit te komen van het goud en zilver uit die mijnen: het uitvoeren van een overval tijdens het transport van deze edele metalen van Amerika naar Spanje. De Spanjaarden – inmiddels door schade en schande wijs geworden – lieten twee keer per jaar de zilvervloot in een goed verdedigd konvooi de Atlantische Oceaan oversteken. De schepen die deel uitmaakten van dit konvooi verzamelden zich in Havanna, de havenstad aan de noordkust van Cuba die vanaf 1553 de hoofdstad was. De scheepsruimen waren gevuld met zo veel goud en zilver dat Havanna twee keer per jaar eventjes de rijkste stad ter wereld was.
De West-Indische Compagnie (WIC) vatte het plan op om een van deze Spaanse zilvervloten te onderscheppen. In oorlogstijd werd de kaapvaart als een legitieme activiteit beschouwd. Nadat een eerste poging mislukt was – de twee vloten van de WIC die zich in het Caribisch gebied tot één strijdmacht hadden moeten verenigen waren elkaar misgelopen – kreeg Piet Hein in 1628 een tweede kans. In het voorjaar en de zomer van dat jaar voerde een vloot onder leiding van Pieter Adriaensz Ita talloze plundertochten langs verschillende Caribische eilanden uit. In september keerde hij met zestien buitgemaakte vijandelijke koopvaardijschepen terug naar de Republiek.
De Spanjaarden hadden de vloot van Ita met grote aandacht gevolgd. Na zijn vertrek werd een zucht van verlichting geslaakt. Onbedoeld had Ita als een bliksemafleider gefungeerd. Het was de Spanjaarden ontgaan dat zich in de tussentijd een tweede Nederlandse vloot had aangediend. Piet Hein hield zich met 31 zwaarbewapende schepen schuil in de hoop een van de zilvervloten te kunnen overmeesteren. De WIC had dit keer de zaken grondig aangepakt. Hein voerde het commando over een voor die tijd buitgewoon sterke vloot: voor het bedienen van de 689 stuks geschut kon hij een beroep doen op niet minder dan 3.800 bemanningsleden.
(Cor van der Heijden)

Lees het volledige artikel in de nieuwe G/GESCHIEDENIS. In de winkel vanaf 31 oktober.


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder