Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

José Happart en de Voerense taalstrijd

12 oktober 2012 [412] Olivier Keun

Wilfried Martens, veelvuldig Belgisch minister-president, betwijfelt nog altijd of de kwestie Voeren zijn zesde regering ten val bracht, andere betrokkenen van destijds, Jean-Luc Dehaene voorop, zijn stellig: Voeren/Happart was het struikelblok. Op 21 oktober 2012 was het 25 jaar geleden dat Martens-VI viel over de Voerense burgemeesterkwestie.

Dehaene noemt de drie “grootste politieke tijdbommen” van de Belgische politiek in de jaren tachtig: “Staal, raketten en Happart”(zie foto). Hoe is het mogelijk dat een enigszins suf plattelandsdorpje het toneel werd van verhitte communautaire gevechten? Dat heeft onder meer te maken met de ligging van de fusiegemeente Voeren, amper 4.000 inwoners, die in 1976 werd gevormd uit Moelingen, Sint-Pietersvoeren, Teuven, Remersdaal, ’s Gravenvoeren en Sint-Martensvoeren. Tussen Aken, Maastricht en Luik is dit eeuwenlang een grensgebied tussen drie verschillende culturen en talen. Een eigen identiteit is derhalve nooit ontwikkeld, zo blijkt ook uit de bijzondere taal die de inwoners bezigen en waarin de drie grenstalen doorheen klinken, voor een buitenstaander bijkans onverstaanbaar. Wordt vandaag de dag een positie op zo’n cultureel snijvlak als een groot voordeel gezien, in 20ste-eeuws België was dit een bron van ellende.
Ofschoon veruit de meeste inwoners van Voeren in de 19de en ook 20ste eeuw aangaven, Nederlands als eerste taal te bezigen, hoorde het gebied administratief bij het Franstalige Luik en worden de beslissingen genomen door een Franstalige elite. Ziehier de basis van de latere problemen.
In 1932 werd de regel doorgezet dat de taalmeerderheid van de gemeente bepalend moest zijn voor het gebruik door de lokale overheid, niet de taal van de regio. Hierdoor werd Nederlands meer en meer ingezet in de gemeentelijke administratie en in het onderwijs.
Na de Tweede Wereldoorlog stemden de Voerenaars voor een nieuwe talentelling ineens op politieke motieven, gedreven door sterke anti-Vlaamse sentimenten. Geholpen door ongelukkige vragenlijsten bleek nu ineens een meerderheid Franstalig. De zaak speelde steeds heftiger op (Marsen op Brussel in 1961 en 1963) en in 1963 kwam er een officiële nieuwe taalgrens. Dit leek de oplossing te zijn, want de zes Voerense gemeenten gingen over van Luik naar Limburg. Maar wat een uitweg leek, werd nu juist een bron van scherp oplopende nieuwe conflicten. De Vlaamse Militanten Orde (VMO) en het Taal Aktie Komité (TAK) aan de ene kant, en het Action Fouronnaise aan de andere gaven de tegenstellingen een bittere kleuring. De Franstaligen begonnen een campagne ‘Retour à Liège’ en wonnen onder die vlag liefst 62% van de stemmen bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1982. Grote man was José Happart, met 869 van de 2.803 stemmen haalde hij het grootste aantal voorkeurstemmen en werd daarmee per 4 februari 1983 burgemeester. Mits… mits hij voor het eind van het jaar het Nederlands onder de knie zou krijgen. Happart piekerde er niet over, waarop de Nederlandse Voerenaars bij de Raad van State aan de bel trokken. Dat leek een kansloze missie want nergens zegt de wet dat de burgemeester zowel het Frans als het Nederlands machtig hoort te zijn.
De kwestie sudderde voort, met tal van -ook gewelddadige- incidenten die de tegenstellingen aanscherpten. Pas op 30 september 1986 kwam de Raad van State met een oordeel: het was dan wel niet rechtstreeks ontleend aan de wet, maar op grond van jurisprudentie werd de benoeming van Happart tot burgemeester vernietigd. Nu waren de rapen helemaal gaar en er onstonden oplopende geschillen binnen de regering Martens-VI. Minister van Binnenlandse Zaken Charles-Ferdinand Nothomb, Franstalig, tekende op eigen houtje beroep aan bij het Hof van Cassatie. Martens en zijn Vlaamse partijgenoten vonden dat Happart onmiddellijk het veld moest ruimen, de Waalse ministers waren de tegengestelde mening toegedaan. Dit kon uiteraard niet en Wilfried Martens trok op 14 oktober 1986 zijn jas aan en stapte naar de koning. Deze wilde een pauze om een oplossing te bedenken. Die werd wonder boven wonder gevonden door een andere Franstalige burgemeester in Voeren aan te stellen, Armel Wynants. Terwijl iedereen opgelucht adem haalde en de koning dacht de regering te hebben gered, vertikte Wynants de eed af te leggen, zodat alles weer in duigen lag. Nothomb trok zijn conclusies en sloeg de ministeriële deur achter zich dicht.
Nu ontwikkelde zich de onverkwikkelijke zogeheten Voerense caroussel die ook in het buitenland de wenkbrauwen deed fronsen en daar door weinigen werd doorgrond. Steeds liet Happart zich namelijk benoemen tot waarnemend burgemeester of eerste schepen, wat even zo vaak door de gouverneur van Limburg werd geschorst omdat Happart hardnekkig weigerde zich te onderwerpen aan een examen Nederlandse taal. Dit beschamende kat-en-muis spel herhaalde zich negen maal op één jaar. Happart kon zich deze cynische brutaliteit permitteren doordat de regering hopeloos over de kwestie verdeeld bleef en die scheuring liep ook dwars door de partijen. Op 19 oktober 1987 toog Martens opnieuw naar de koning om te melden dat de situatie uitzichtloos was. Twee dagen later gaf de koning toe en Martens VI was gevallen.
Zoals gezegd betwijfelt Martens zelf achteraf of Happart daadwerkelijk de aanleiding voor de val was, hij houdt het meer op de aanhoudende weerstand van de syndycalen tegen het neoliberale beleid van Guy Verhofstad. Maar zijn collega’s laten er geen twijfel over bestaan. Met name Luc Dehaene wijst op de kwestie Voeren/Happart als de hoofdoorzaak van de val.
Pas met de eindeloos moeizame vorming van Martens VIII (1988-1991) werd de Voerense splijtzwam in 1988 uit de wereld geholpen. De taalgrens bleef zoals die was, maar allerlei faciliteiten werden nu in de grondwet verankerd zodat een fiks deel van de conflictbron (onduidelijke regelgeving) uit de weg werd geruimd. Uiteindelijk gaf Happart zich gewonnen, mede onder druk van Waalse kopstukken en door hem de worst voor te houden van een zetel in het Europese Parlement.
Op 1 januari 1989 kreeg Nico Droeven de Voerense burgemeestersjerp omgehangen en was het symbool van communautaire tegenstellingen in België gepacificeerd. (Bewerking van A. Jocqué, De kwestie Voeren. De val van de regering Martens-VI, in: ADVN-Mededelingen, 2012, nr. 37, pp.4-8.Zie ook:
http://www.advn.be/Page.aspx?pId=357&mida=185&midb=189&midc=279&midd=0&pubId=1&pTitle=OVERZICHT%20PUBLICATIES)


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder