Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Sukkels in het Witte Huis

04 oktober 2012 [412] Olivier Keun

Niet elke president van het machtigste land op aarde maakt de beloften waar. Soms vergissen de kiezers zich afschuwelijk en stapt een uitgesproken domkop het Witte Huis binnen.

Ook kleinheid is de president niet vreemd. Zo ergerde president Johnson zich mateloos aan het verruïneren van de kurkvloer door president Truman, die daar op spike-schoenen te gaan golfen. Henry Harrison (1841) hield zijn twee uur durende inaugurele rede weliswaar stoer zonder hoed en jas terwijl het stervenskoud was, hij liep er een dodelijke longontsteking mee op. Na dertig dagen blies hij zijn laatste adem uit.
Harrison werd vooral gekozen vanwege zijn militaire successen tegen de indianen. Ook Zachary Taylor (1849–1850) was een oud-militair. Deze ‘Farmer-General’ bleek een politieke onbenul zonder weerga. Een zucht van opluchting klonk toen hij na een jaar stierf. In de spannende jaren rond de Burgeroorlog werd de these gelogenstraft dat onder druk de echt grote leiders opstaan. Integendeel: de presidenten 9 tot en met 15 vormen een dreofstemmende parade van doelloosheid, gebrek aan daadkracht. Dat had natuurlijk ook te maken met de diepe tweespalt in het land, die pas door Abraham Lincoln (1861-1865) werd opgelost. Slim koos hij de niet al te uitgesproken zuiderling Andrew Johnson tot vice-president. Zodoende kwam na de moord op Lincoln een man in het Oval Office die binnen de kortste keren met iedereen ruzie had omdat hij iedereen te vriend wilde houden maar niet de daadkracht en statuur van zijn voorganger bezat.
Opnieuw een militair die een mislukkig in het Witte Huis bleek, was Ulysses S. Grant (1869–1877), maar dat beeld is in revisie. De enorme corruptie rondom hem besmette de president zelf niet: hij leefde de laatste jaren van zijn leven in ernstige soberheid. Hij krijgt nu ook waardering voor zijn voorvechten voor de rechten van de zwarten en indianen. Veel effect had het niet. Grant berustte: “Mijn fouten zitten niet in mijn intenties, maar in mijn beslissingen”. Hij greep naar de fles maar voordat zijn lever het daardoor begaf, was de kettingroker door longkanker geveld.
De wonderlijkste lichtgewicht onder de 20ste-eeuwse presidenten is zonder twijfel Warren G. Harding (1921–1923), wiens enige historische beklijving door hemzelf werd vastgesteld: “Ik ben voor dit ambt volkomen ongeschikt en had hier nooit terecht moeten komen.” Dat het toch zover kwam, was te wijten aan de haat jegens zijn voorganger, Woodrow Wilson. Harding maakte er dan maar een vrolijke boel van: was vaak aan het golfen, veel aan de speeltafel te vinden en brachten dagen in bed door met één van zijn vele geliefden, ondertussen talrijke medewerkers volop gelegenheid biedend om de staatskas te plunderen. Halverwege zijn ambtstijd werd het land door een hartaanval van deze kluchtfiguur verlost.
Herbert Hoover (1929–1933) werd president in de roaring twenties en leek een licht en makkelijk bestaan te krijgen, tot de beurzen ineen storten. De integere Hoover zette zich onvermoeibaar aan een herstelprogramma en zijn slechte naam lijkt daarom onverdiend.
Zou het komen door de massale aandacht die de media sindsdien voor het Amerikaanse presidentschap koesteren dat er amper meer sukkels worden gekozen? Immers: Nixon mag dan crimineel zijn geweest, een slechte president was hij niet. Een mislukkeling kan evenmin George W. Bush worden genoemd, al startte de laatste een oorlog op valse gronden in een daarvoor volstrekt verkeerde regio.

Amerikaanse presidenten in de 19de eeuw (het achterste cijfer is het stemmenpercentage van de winnaar):

1824    John Quincy Adams (Democraat/Republikein) 30,92 %
1828    Andrew Jackson (Democraat) 55,93 %
1832    Andrew Jackson (Democraat) 54,74 %
1836    Martin Van Vuren (Democraat) 50,79 %
1840    William Hanry Harrison (Whig) 52,87 %
1844    James K. Polk (Democraat) 49,54 %
1848    Zachary Taylor (Whig) 47,28 %
1852    Franklin Pierce (Democraat) 50,83 %
1856    James Buchanan (Democraat) 45,29 %
1860    Abraham Lincoln (Republikein) 39,65 %
1864    Abraham Lincoln (Republikein) 55,03 %
1868    Ulysses S. Grant (Republikein) 52,66 %
1872    Ulysses S. Grant (Republikein) 55,58 %
1876    Rutherford B. Hayes (Republikein) 47,92 %


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder