Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Moorden bij Woeste Hoeve onbestraft

20 juni 2012 [412] Olivier Keun

Bijna alle beulen ontkwamen. Waarom werd uiteindelijk maar één Duitser gestraft voor de massa-executies bij Woeste Hoeve, terwijl er tientallen bij betrokken waren? In het boek Spoor naar Woeste Hoeve zoekt journalist Richard Schuurman een antwoord op die vraag. En dat vond hij in het Nationaal Archief.

Maar één Duitser gestraft voor executies bij Woeste Hoeve.

Bijna alle beulen ontkwamen.

Waarom werd uiteindelijk maar één Duitser gestraft voor de massa-executies bij Woeste Hoeve, terwijl er tientallen bij betrokken waren? In het boek Spoor naar Woeste Hoeve zoekt journalist Richard Schuurman een antwoord op die vraag. En dat vond hij in het Nationaal Archief.

Woeste Hoeve, 8 maart 1945. De nieuwe dag is net aangebroken als een aantal autobussen even ten zuiden van Apeldoorn halt houdt nabij de gelijknamige herberg. Aan boord zijn tientallen Todeskandidaten, mannen die door de Duitsers gevangen worden gehouden en elk moment bij wijze van represaille kunnen worden geëxecuteerd. Ze zijn vanuit verschillende gevangenissen naar Woeste Hoeve gebracht. Tussen zeven en acht uur worden de gevangenen in groepen voorgereden. Dan klinken de mitrailleurs van het vuurpeloton en zakken 117 mannen in elkaar. Hun dood is de Duitse wraak voor een schietpartij in de late avond van 6 maart, waarbij SS Obergruppenführer Hanns Rauter – de vleesgeworden Duitse terreur in Nederland – op dezelfde plek bij een actie door het verzet bijna is gedood.
Onder de slachtoffers is ook een Poolse piloot: Czeslaw Oberdak. Maar dat komt pas in 2008 officieel vast te staan, na een lange zoektocht van zijn zuster en Richard Schuurman (zie kader). Over die zoektocht naar Oberdak schreef Schuurman het boek Spoor naar Woeste Hoeve. Het boek geeft een Poolse man zijn levensverhaal terug, nadat hij jaren anoniem in Nederlandse bodem lag begraven.
De gebeurtenissen bij Woeste Hoeve in de laatste oorlogsmaanden zijn vaak opgetekend. ‘Ik vond dat al die verhalen te veel op elkaar leken’, zegt Schuurman. ‘Ze waren gebaseerd op een boek over het Apeldoornse verzet uit 1946. Ik vroeg mij af of er niet meer bekend was. En of er geen officiële documenten bestonden die me uit eerste hand konden vertellen wat er volgens betrokkenen en getuigen bij Woeste Hoeve was gebeurd.’

Reconstructie
Schuurman dook in de archieven. Eerst bij het NIOD in Amsterdam dat over veel materiaal bleek te beschikken. ‘Ze hielpen me een goed beeld van de gebeurtenissen te schetsen, maar dat was niet compleet. Al kreeg ik wel details over Woeste Hoeve onder ogen die ik tot dan toe nergens anders had gelezen en die nooit eerder in de literatuur waren opgenomen.’
Behalve een nieuwe reconstructie van de gebeurtenissen in Woeste Hoeve wilde Schuurman ook een vraag beantwoorden die tot dan toe nauwelijks aandacht had gekregen. ‘Ik vroeg me af wie er eigenlijk voor de massa-executie was veroordeeld en in de cel had gezeten.’ Dat bracht hem bij het Nationaal Archief, waar in het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR) de strafdossiers van de betrokken Duitsers worden bewaard. ‘Ik wist al welke Duitsers bij Woeste Hoeve een rol hadden gespeeld. Maar voor de details moest ik de dossiers zelf zien.’
Stapels dozen over elf Duitsers kwamen op tafel, elk dossier gemiddeld vijftien centimeter dik. Vaak flinterdunne velletjes papier met daarop processen-verbaal en andere verklaringen uit politieonderzoeken, geregeld in meervoud bijgevoegd. Maar ook  handgeschreven pleitnota’s van advocaten en vonnissen van de rechters van de Bijzondere Gerechtshoven en Bijzondere Raad van Cassatie, opgetekend aan het eind van de jaren veertig of begin jaren vijftig. ‘De dossiers waren vaak een rommeltje, alles lag door elkaar en de staat van de documenten was niet altijd goed. Maar elk blad was weer een nieuw avontuur, benieuwd als ik was om details tegen te komen die ik niet eerder had gezien. Over Czeslaw Oberdak vond ik niets. Wel zaten er soms gruwelijke foto’s van slachtoffers tussen.’

Wrange uitkomst
Aan het einde van zijn onderzoek was Schuurman zowel verrast als verbijsterd. ‘Woeste Hoeve is de grootste massa-executie die de Duitsers in de oorlog in Nederland hebben gepleegd. Er zijn tientallen Duitsers bij betrokken geweest om de slachtoffers uit de gevangenissen te halen. Alleen al het executiepeloton bestond uit een man of veertig. Toch zijn maar zes Duitsers vanwege deze executie aangeklaagd. Vier van hen zijn vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs, één kreeg bij verstek de doodstraf en slechts één Duitser heeft voor Woeste Hoeve in de gevangenis gezeten.’
Die ene Duitser was Oskar Conrad Gerbig, in maart 1945 nog maar kort de baas van de Sicherheitspolizei in Apeldoorn. Hij moest de gevangenen naar Woeste Hoeve overbrengen en las de verklaring van Rijkscommissaris Seyss-Inquart voor, waarin hun werd meegedeeld dat ze uit wraak werden doodgeschoten. De openbaar aanklager eiste levenslang, maar Gerbig kreeg van het Bijzondere Gerechtshof in Arnhem tien jaar cel. Het Hof oordeelde dat er ontlastende argumenten waren en dat Gerbig zijn opdracht met tegenzin had uitgevoerd. De aanklager ging in hoger beroep, maar Gerbig kwam er opnieuw met tien jaar cel vanaf. Dat was in juli 1950. Gerbig stond al in februari 1951 als vrij man op straat, omdat hij van koningin Juliana gratie had gekregen. Hij verliet Nederland en keerde nooit meer terug.
Wilhem Petri kreeg zelfs de doodstraf, maar de voormalige Einsatzkommandoführer van Assen stond nooit in het beklaagdenbankje voor het aanleveren van 29 Todeskandidaten. Hij vluchtte na het einde van de oorlog uit Nederland en verstopte zich ergens in de Russische zone in Duitsland. Petri werd nimmer gepakt. Walther Müller ontsprong de dans, omdat het Bijzonder Gerechtshof in Arnhem niet kon bewijzen dat hij als baas van de Sicherheitsdienst (SD) in Deventer 21 gevangenen aanwees. Zijn ondergeschikte Hermann Seifert kreeg aanvankelijk twaalf jaar cel, maar in cassatie werd de zaak terugverwezen. Het Hof in Arnhem achtte niet bewezen dat de voormalige Kriminalsekretär wist dat de gevangenen uit Deventer bij Woeste Hoeve de dood wachtte. Ferdinand Frankenstein diende na de executies genadeschoten toe, maar tijdens de slachtpartij zelf hield hij de wacht bij een wegblokkade. Reden om hem niet te vervolgen.
Maar dat Hans Kolitz werd vrijgesproken voor zijn rol bij Woeste Hoeve, verraste Schuurman echt. ‘Kolitz was begin maart nog maar een week als jurist werkzaam bij de Gestapo in Zwolle. Eberhard Schöngarth, de Befehlshaber van de SD die daadwerkelijk tot de executies heeft besloten maar voor een ander vergrijp in Duitsland is opgehangen, gaf hem opdracht voldoende Todeskandidaten bij elkaar te krijgen. Hoewel Kolitz aanvankelijk tegensputterde, deed hij dat werk op de avond van 7 maart met volle overtuiging’, zegt Schuurman. ‘Maar voor het Hof in Arnhem wist hij twijfel te zaaien en stelde hij zijn rol heel klein voor. Het Hof kon de beschuldiging niet bewijzen en sprak hem op dit punt vrij’.
De zaak-Kolitz toont volgens Schuurman aan dat de rechters in die tijd het overzicht misten. ‘Ze berechtten individuele Duitsers, maar hadden onvoldoende door wat hun rol in het geheel was. Het is gemakkelijk om ruim zestig jaar later met de dossiers op tafel anders te oordelen, maar als er een soort Woeste Hoeve-tribunaal was geweest dan was de samenhang tussen de verdachten inzichtelijker geworden. Dan was Hans Kolitz vast niet vrijgesproken.’
Eén veroordeelde op 117 slachtoffers. Dat is de uitkomst van Schuurmans zoektocht door het Nationaal Archief. Uit andere dossiers bleek dat sommige Duitsers niet eens zijn aangeklaagd, maar slechts als getuige zijn gehoord. ‘Deze wrange uitkomst was voor mij onthullend. Het plaatst het verhaal over Woeste Hoeve in een nieuw perspectief’.

Richard Schuurman, Spoor naar Woeste Hoeve – De zoektocht naar de geëxecuteerde piloot


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder