Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Fietsen langs de frontstreek

20 juni 2012 [412] Olivier Keun

Sarah Vankersschaever, een jonge journaliste uit Gent, fietst met haar vader langs gednekplekken van de Eerste Wereldoorlog. Een oorlog, die wel steeds belangrijker lijkt te worden.

De Frontstreek? Dat is toch dat gebied met de zandzakjes en de klaprozen? Juist. Maar er valt nog zoveel meer te ontdekken, en dat via twinkelende winkelende waterroutes waar je enkel met de fiets langs mag. Davidsfonds selecteerde de mooiste fietsroutes tussen Nieuwpoort en Amiens. Geen slecht idee, met de herdenkingshype rond de Eerste Wereldoorlog die in 2014 van start gaat.

Het leven ziet er voor mannen soms net iets anders uit dan voor vrouwen. Neem nu de tijd die een mens op het fietszadel doorbrengt. Mannen kunnen nooit genoeg loden gewichtjes in de zakken meenemen, zodat ze pas echt voelen dat ze moeten trappen. En de vrouwen? Die willen vooral niét voelen dat ze trappen. Dus gunnen ze hun mannen het zweet van hun loden gedachten, zolang dat hen maar een duwtje in de rug oplevert.
En zo geschiedde dat een dochter zich op een zondagmiddag aan een fietsroute tussen Ieper en Nieuwpoort waagt. Samen met haar vader, die voor vijf kilo aan loodjes in de jaszakken heeft, en zijn hand in haar rug, om vlotter door de wind van de Westhoek te klieven.

Van Nieuwpoort…

Frisse moed is een kwestie van diep ademhalen. Dus beginnen we bij het Albert I-monument. Vanaf de rondgang boven op de zuilenkring vleit Nieuwpoort zich aan onze voeten neer (moed is ook een kwestie van een kleine hoeveelheid hoogmoed). Zo te zien buigt het riet precies in de richting zoals we het graag willen: vanop het monument stroomt de wind recht onze longen binnen, en straks zal hij als een vlakke hand tegen onze ruggen aanduwen.
We blijven nog even bij de Ganzepoot staan: het sluizencomplex waar de IJzer met vijf kanalen samenvloeit, en dat in de vorm van een ganzenpoot. Vader belooft me een dikke twintig kilometer verder uit te leggen waarom deze plek zo belangrijk is geweest in de Belgische geschiedenis. Ik zou er zelfs mijn leven aan te danken hebben, beweert hij. (De belofte van coureurzweet noopt een mens al eens tot wat dramatiek.)
De Frontstreek blijkt vanop het zadel al gauw een fata morgana van kerktorens: met dat verschil dat de torens wel degelijk groter worden naarmate je nadert. Zo zien we de kerktoren van Schoorbakke en na een tiental kilometer zien we ook de IJzertoren naderen: wat het Atomium is voor Brussel, is de IJzertoren min of meer voor Diksmuide. Maar die laatste moet wachten, de benen zijn nog lang niet warm getrapt.
De fietsroute brengt ons eerst langs de Viconiahoeve in Stuivekenskerke, één van de kleinste dorpen van Vlaanderen. Het is aan deze prachtige kasteelhoeve dat de Duitsers tijdens de Eerste Wereldoorlog dan toch over de IJzer zijn geraakt. De Viconiahoeve is ondertussen een hotel: de rustieke aanblik doet dromen. Maar we stellen ons voorlopig tevreden met de gedachte dat dromen de kuiten smeren.
Na nog eens vijf kilometer fietsen, naderen we de Dodengang. Vader vertelt dat dit het laatst bewaarde loopgravencomplex van het Belgische front uit de Eerste Wereldoorlog is. En dat hier de meest verschrikkelijke gevechten hebben plaatsgevonden. De velden errond lagen bezaaid met menselijke resten – vaak zelfs zo diep in de modder weggezonken of onder de aarde begraven dat men zich na de oorlog op de bloeiende klaprozen moest concentreren om de stoffelijke overschotten terug te vinden. Immers, daar waar de meeste klaprozen bloeiden, lagen mensen begraven. Het beroemde gedicht van de Canadese soldaat John McCrae, In Flanders fields the poppies blow, krijgt er prompt een nieuwe lezing door.
Twee kilometer verder bereiken we onze fata morgana: de IJzertoren en de PAXpoort. Maar we houden het zweet warm en fietsen verder. In een flits passeren we ook de Frontzate: de oude, verhoogde spoorwegbedding tussen Nieuwpoort en Diksmuide is ondertussen een fietsroute – maar die houden we voor een andere zondag. De Frontzate is bijzonder, vertelt vader, (en nu krijgen we te horen waaraan we het leven te danken hebben) omdat het deze vlakte tussen de Frontzate en de IJzer was die destijds de Duitsers nekte. De pientere sluiswachter van de Ganzepoot zette de sluizen open bij hoogtij en sloot ze bij laagtij, het tegenovergestelde van wat er in vrediger tijden van hem verwacht werd. Op die manier overspoelde het Noordzeewater het land. De Duitsers moesten zich hals over kop terugtrekken en het zou een sleutelmoment worden in de Eerste Wereldoorlog.
Voila. Tweeëntwintig kilometer gefietst. Waar is dat water?

… doorheen de geschiedenis…

Het verleden torent in Ieper als een rist kerken en torens boven de horizon uit, maar evengoed verbergt het zich als een slinkse rat onder de zware, zwarte kleigrond van de Westhoek. Slinks, want wat zich buiten het gezichtsveld bevindt, is meteen ook het minst fraaie deel. Zo wordt elk jaar nog zo’n tweehonderd ton oorlogsmunitie bovengehaald, waarvan zo’n twintig ton chemisch tuig. Duizenden gasgranaten liggen tot op vandaag te wachten op ontmanteling. Dat het verleden het heden soms op tragische manier inhaalt, daaraan werd Ieper in 2007 nog herinnerd: toen werd een ploegende landbouwer gedood door een granaat van negentig jaar oud. Al betekent dit trieste voorval natuurlijk niet dat we geen centimeter van het fietspad mogen afwijken, voor een foto of een spontane bemestingsactie.
We verlaten de IJzer om het kanaal Ieper-IJzer te volgen. Dit kanaal was de frontlinie tijdens de Eerste Wereldoorlog: de Duitsers aan de ene kant, de Fransen, Britten en Belgen aan de andere kant. En nu, zoveel jaar later, fietsen mensen er vredig langs de linie, beschermd door een bomenrij die zachtjes over het water heen buigt. Zouden deze bomen er toen ook gestaan hebben? Zouden er nog kogels in hun basten zitten? Waarschijnlijk niet. De meeste verhalen zijn diep in het slib weggezakt: stille waters, diepe gronden.
En het moet gezegd: stille wegen ook, want vanaf het Bezoekerscentrum De Boot in Ieper fietsen we verkeersvrij, op een vergeten kilometer tussen de Steenstraat en het Sas van Boezinge na.
Na ondertussen 35 kilometer fietsen komen we een gedenkplaats tegen voor de soldaten Edward en Frans Van Raemdonck. Een treurig verhaal: tijdens een Duitse aanval raakt Frans gekwetst. De Waalse soldaat Aimé Fiévez schiet hem te hulp, maar beiden komen uiteindelijk om het leven. Edward, die met zijn broer Frans op een vaste plek had afgesproken, vindt het verdacht dat hij er zijn broer niet treft en gaat op zoek. Hij wordt geraakt door Duits mitrailleurvuur en sterft vlakbij de plek waar ook zijn broer ligt. De drie soldaten worden ter plekke begraven en in 1932 ontgraven om hen in de crypte van de IJzertoren te leggen. De mythe leeft tot op vandaag, al vergeet men er iets te vaak de verdienste van Aimé Fiévez bij te vertellen.
Het is ook in deze buurt dat de eerste Duitse gasaanval in de geschiedenis plaatsvond: op 22 april 1915 om vijf uur in de namiddag lieten de Duitsers het beruchte chloorgas of mosterdgas los. Een vuile, gele wolk dreef in de richting van de Franse linies en de eerste soldaten vielen verstikt neer. Officieren schreeuwden tegen de wanhopige mannen dat ze watjes waren omdat ze wegliepen van een beetje stank en dwongen de soldaten stand te houden. Maar het gas beet aan de ogen, zorgde voor ernstige longletsels en op hun huid verschenen pijnlijke blazen. Het gas kreeg daarop de naam ‘Yperiet’, omdat het in Ieper voor de eerste keer gebruikt werd. Met de windstille, mistige velden rondom ons lijkt de geschiedenis zich zo te kunnen herhalen. En helaas is die gedachte helemaal niet zo vreemd, zegt vader: in 1990 werd het gifgas nog door Saddam Hoessein gebruikt in de Golfoorlog.

… naar (is het nog ver?) Ieper.

Kijk, daar is Ieper in zicht (samen met een goed bord biefstuk-friet). Het zag er na de Eerste Wereldoorlog even naar uit dat Ieper als ruïnestad bewaard zou worden maar uiteindelijk heeft men er toch voor gekozen om de stad opnieuw op te bouwen – op kosten van de Duitsers. Al had dat best wat voeten in de aarde: het stadhuis is pas in 1967 in gebruik genomen. Vandaag is Ieper met zijn historisch centrum een prachtige, levendige plek om stil te blijven staan bij het verleden.
We zijn inmiddels aangekomen op het Marktplein van Ieper maar vader – moed is ook een kwestie van overmoed – wil me even verderop nog net de Menenpoort tonen. Hij wijst naar de stenen: zo’n 54.870 vermiste soldaten staan erin gegrift. En die lijst houdt men zeer nauwkeurig bij, vertelt hij: zo werd er in 2008 nog een stoffelijk overschot teruggevonden in de velden van de Westhoek. Aan de vilten hoed zagen onderzoekers dat het om een Australische soldaat ging en door de vindplaats wist men dat hij gesneuveld was in de slag om Mesen op 8 juni 1917. Maar ze vonden geen bruikbaar naamplaatje… Dus gingen Leuvense archeologen op zoek: onder meer op basis van het gebit konden ze de geboortestreek van de soldaat achterhalen en het aantal kandidaat-vermisten terugbrengen van 34 naar twee. DNA-onderzoek wees uiteindelijk uit dat het om Alan Mather ging, een 37-jarige Australiër. De naam op de Menenpoort werd daarop zorgvuldig geschrapt en op 22 juli 2010 werd hij met militaire eer begraven op een oorlogskerkhof in Ieper. Een verhaal over thuiskomen. Misschien geen slecht idee na 45 kilometer.
*Sarah Vankersschaever

Carl Ooghe, Fietsen in de frontstreek. De mooiste routes tussen Nieuwpoort en Amiens. Davidsfonds Uitgeverij, 2011. 144 blz. € 19,95 ISBN 978 90 5826 781 8

Marc Demeyer, In Flanders Fields.
Davidsfonds Uitgeverij, 2012. € 34,50 ISBN 978 90 5826 852 5


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder