Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

De jaren 50 briljant in beeld

20 juni 2012 [412] Olivier Keun

De jaren: andere kijk op boeiend decennium. Het begin van een nieuwe tijd De jaren vijftig hebben een saai imago. In de beeldvorming was het een periode van rust, reinheid en regelmaat. Maar Het Grote Jaren 50 Boek, een recente uitgave van het Nationaal Archief en WBooks, laat zien dat het een tijd was van […]

De jaren: andere kijk op boeiend decennium.
Het begin van een nieuwe tijd

De jaren vijftig hebben een saai imago. In de beeldvorming was het een periode van rust, reinheid en regelmaat. Maar Het Grote Jaren 50 Boek, een recente uitgave van het Nationaal Archief en WBooks, laat zien dat het een tijd was van wederopbouw en vernieuwing. Aan het einde van dit decennium werden de eerste barsten in het gezag zichtbaar.

Dr. Willem Drees is zonder twijfel het symbool van de jaren vijftig. ‘De heer Drees wist (…) altijd groot gezag in te boezemen door zijn rust, eenvoud en waardigheid’, zei zijn minister van Buitenlandse Zaken Joseph Luns eens over hem. ‘En hij leidde ook in het buitenland een zeer eenvoudig leven, dat kostte hem helemaal geen moeite, hij is een geboren asceet.’ Die rust, eenvoud en waardigheid eiste Drees ook van de Nederlanders bij de wederopbouw van ons land. En hij verlangde tevens dat ze het hoofd koel hielden bij internationale spanningen, omdat dit hoorde in een beschaafd land met een historische traditie.
Drees had als minister-president vanaf 1948 de leiding over een reeks kabinetten die moest afrekenen met de naweeën van de Duitse bezetting. Ons land kreeg, net als andere landen in West-Europa, steun van de Verenigde Staten, die Europa niet ten prooi wilden laten vallen aan het communisme en zo snel mogelijk weer op de been wilden helpen. Tussen 1948 en 1954 ontving Nederland in het kader van het Marshallplan bijna een miljard dollar, waarvan meer dan tachtig procent als schenking.
Eind jaren veertig deed de steenrijke Amerikaanse diplomaat Harriman Den Haag aan om te praten over de Marshallhulp. Drees nodigde de hoge gast uit in zijn huurwoning aan de Beeklaan. Het verhaal behoort tot de succesanekdotes van Luns: ‘In Italië, waar Harriman net vandaan kwam, had de regering in een paleis een prachtig banket voor hem aangericht. U ziet de heren arriveren in de Beeklaan! In de gashaard twee van de vijf staafjes uit, mevrouw Drees presenteerde thee met een Mariakaakje en de heer Drees had een goed en zakelijk gesprek. Na afloop zei Harriman tot zijn medewerkers: “Ik heb het al gezien. Een land waarvan de premier in zulk een eenvoud leeft, is onze hulp ten volle waard.”’

‘Indië verloren’
Vier dagen voor het jaar 1950 begon, had Nederland de Indonesische soevereiniteit erkend. Het was het einde van een tijdperk en velen hadden het er moeilijk mee. ‘Indië verloren, rampspoed geboren’, luidde een bekende leus. ‘Vergis ik mij’, zei Drees in zijn nieuwjaarsrede, ‘als ik veronderstel dat bij velen van u het gevoel leeft dat het Nederlands gebied is verschrompeld en de adem van grootheid is geweken?’  Nederland had het gevoel een uitdagende horizon te missen. Aan energieke mensen kon het land geen toekomst bieden, daarom emigreerden honderdduizenden landgenoten. De regering stimuleerde zelfs hun vertrek, omdat ze een grote bevolkingsgroei zag in een land dat zeker in het westen al een ongekende bevolkingsdichtheid had en een hogere vruchtbaarheid kende dan andere Europese landen. In 1950 telde Nederland tien miljoen inwoners. Vooral in gereformeerde en katholieke gezinnen was het aantal kinderen groot en de geestelijke leiders deden er alles aan dat zo te houden. Nederland werd te vol. De enorme woningnood maakte dat zonneklaar.

Rooms-rood
De regeringsploegen waaraan Willem Drees leiding gaf in de periode 1948-1958 werden hoofdzakelijk gevormd door zijn eigen partij, de Partij van de Arbeid, en de Katholieke Volkspartij, de KVP. Samen bezetten zij zeker zestig van de (toen nog) honderd Kamerzetels. Hard werken om het land weer op te bouwen. Dat was de opdracht die de Nederlandse regering de bevolking meegaf na de oorlog. En zuinig leven, zodat kon worden geïnvesteerd in nieuwe fabrieken en bedrijven. De gematigde loonpolitiek van de regering en de bewonderenswaardige motivatie van de arbeiders om een welvarend land tot stand te brengen hadden succes. De soberheid van Drees, de zuinigheid van minister van Financiën Piet Lieftinck en de industrialisatiepolitiek van minister van Economische Zaken Jan van den Brink legden de basis voor de welvaartsstaat. De ARP’er Jelle Zijlstra volgde Van den Brink in 1952 op en hield dezelfde koers aan.
In de landbouw moesten schaalvergroting en mechanisering ervoor zorgen dat de boeren een rendabel bedrijf en een redelijk inkomen hadden. Landbouwminister, en later Europees commissaris, Sicco Mansholt kon er niet genoeg op hameren. Het gevolg was dat veel mensen van Noord- en Oost-Nederland naar de Randstad of het buitenland vertrokken.
De industrie bood een gouden toekomst. Na 1950 verdrievoudigde het nationaal inkomen in ruim twintig jaar, er was nauwelijks werkloosheid, het consumptiepatroon veranderde radicaal en de sociale uitgaven stegen enorm. Economen spreken graag van een economisch wonder, zoals ook het herstel in Duitsland als een Wirtschaftswunder wordt beschouwd.
Toen in 1958 een liberaal-confessioneel kabinet onder leiding van KVP’er Jan de Quay aantrad, werd de ‘geleide loonpolitiek’ verlaten en begonnen de lonen sterk te stijgen. In de jaren zestig profiteerde iedereen daarvan.

Rock-‘n-roll
De bewondering van Nederlanders voor de Verenigde Staten was grenzeloos. De Amerikanen waren immers de belangrijkste bevrijders en gaven ons land veel geld voor de wederopbouw. Bovendien leidden zij een ander, veel moderner leven dan wij.
Het bedrijfsleven ontdekte de voordelen van marktonderzoek, stroomlijning van de productie, marketing, merchandising en efficiency. In Slagharen begon Herman Wehkamp in 1952 met een postorderbedrijf. De levensmiddelenbranche ontdekte de zelfbedieningswinkel en de supermarkt. Chris van Woerkom opende al in 1948 in Nijmegen de eerste zelfbedieningswinkel, Albert Heijn en De Gruijter volgden spoedig.
De Amerikaanse invloed was niet alleen groot in de mode en de film, maar ook in de wereld van muziek en dans. Jazz was enorm populair bij de jongeren, zowel de wat wildere jazz van Dizzy Gillespie en Charlie Parker als de beschaafdere van Miles Davis en Chet Baker. Jazzvibrafonist Lionel Hampton zette in 1954 met zijn band de Amsterdamse Apollohal op stelten. In Nederland groeiden de gebroeders Ruud en Pim Jacobs uit tot jazzmusici. En ook Pia Beck stortte zich op de jazz, net als Wessel Ilcken en zijn vrouw Rita Reys (die later met Pim Jacobs trouwde).
Uit een kruisbestuiving tussen de extraverte en expliciete zwarte muziek en de tot dan toe brave en commerciële blanke muziek ontwikkelde zich de rock-‘n-roll. Met als rijzende ster Elvis Presley, die met nummers als  ‘That’s all right mama’ de hitlijsten besteeg. Ook zangers als Bill Haley, Buddy Holly en Chuck Berry waren zeer populair. Rock-‘n-roll bestond niet alleen uit nieuwe muziek, het was ook een culturele revolutie met de snelheid van een orkaan. In Nederland werd in 1956 het blad Muziek Express opgericht als pleitbezorger van deze muzikale stroming die het leven van vooral de jongeren ging bepalen. Wie erbij wilde horen, zorgde voor passende kleding, haarstijl, taalgebruik en vervoermiddel. Hoe Amerikaanser, hoe beter.

Aanstootgevend
De samenleving waarin deze moderne Amerikaanse invloeden neerdaalden, was er een van hokjes en zuilen, van orde en gezag en van vertrouwde kaders. Nederland bestond eigenlijk uit een groot aantal Nederlandjes die zich tot elkaar verhielden als eilanden, zonder overigens met elkaar in oorlog te zijn. ‘Twee geloven op één kussen, daar slaapt de duivel tussen’, was een veel gehoorde uitspraak in die dagen. Nederlanders gingen om met mensen van hun eigen gezindte: op de sportclub, op het werk – er waren veel roomse en protestantse bedrijven – en op hun culturele vereniging. En natuurlijk lazen zij de krant van hun eigen zuil, en luisterden en keken zij naar de hun eigen omroep.
Was het een wonder dat de jeugd zich verzette? Dat ze probeerde zich te ontworstelen aan de druk van het gezag? En dat alles wat nieuw en anders was een grote aantrekkingskracht uitoefende? Muziek, films en vrijetijdsbesteding boden jongeren de mogelijkheid een eigen keuze te maken. Een andere, en vooral betere, dan die van hun ouders, meenden zij. Maar het merendeel van de volwassenen vond de muziek aanstootgevend en afstotelijk. Ze vreesden dat de jeugd dankzij de seksuele lading van de rock-‘n-roll in het verderf werd gestort. De geïllustreerde tijdschriften en opiniebladen gaven regelmatig het woord aan ouders en andere gezagsdragers die zich ongerust maakten over ‘de opstandige jeugd’. Zij beseften nauwelijks dat de oude fundamenten onder de strak geleide politieke, maatschappelijke en kerkelijke organisaties langzaam aan het verzakken waren.
*Paul Brood

Leestip
Paul Brood, René Kok, Erik Somers, Het Grote Jaren 50 Boek. WBooks Zwolle, 2012.49,95 euro
Joshua Livestro, De adem van grootheid. Nederland in de jaren vijftig. Amsterdam, 2006.


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder